Brieven

Brieven

„Het tij keert zich tegen alles wat niet meetbaar, praktisch en winstgevend is”, schrijft Bas Heijne (De geest is uit de geesteswetenschap, 21/9). Zit hierin dan de tegenstelling tussen alfa en bèta? Eerder zijn zowel alfa als bèta beide het slachtoffer van een ander gevecht: de economisering van de samenleving. Als elektrotechnisch ingenieur ben ik een bèta. Voor zover ik de bètawetenschappen en hun beoefenaren heb leren kennen, zijn die vaak doortrokken van ‘alfa’. Een James Clerk Maxwell, grondlegger van de theorie van het elektromagnetische veld, zei op zijn sterfbed dat zijn levenswerk voortkwam uit intuïtie en „iets groter dan ikzelf”. Isaac Newton hield zich ook bezig met wat we nu occulte wetenschappen zouden noemen. Maar bij de uitoefening van hun vak lopen vele bèta’s op tegen de problemen die door de economisering worden opgeroepen. Met name „uitkomstzekerheid”; zeker weten dat je je opgelegde doelen zult halen binnen opgelegde restricties van tijd en geld. Zelfs bij onderzoek waarbij je helemaal niet weet waar je uitkomt. Alfa en bèta zijn beide nuttig en nodig voor de maatschappij. Maar er is een derde tak van sport die het probleem veroorzaakt, maar het heel listig verstopt door dit voor te stellen als een tegenstelling tussen alfa en bèta. Deze zijn economie en management wetenschap.