Recensie

Recensie Theater

Brave toneelvoorstelling van Ivo van Hove over de jonge jaren van Freud

Theater ‘Freud’, in regie van Ivo van Hove, is een voorspelbare theateravond zonder verrassende inzichten in de ideeën van de psychoanalyticus. Het mag allemaal wel wat brutaler, rauwer en viezer.

Freud wordt gespeeld in een typisch Jan Versweyveld-decor, waarin meerdere locaties zijn samengebald tot één open toneelbeeld
Freud wordt gespeeld in een typisch Jan Versweyveld-decor, waarin meerdere locaties zijn samengebald tot één open toneelbeeld Foto Jan Versweyveld

‘Ben ik een monster?” vraagt een jonge Freud zich halverwege af, als hij een verdrongen trauma bij een van zijn patiënten naar boven heeft gehaald. Zijn omstreden hypnosetherapie leidde eerder al bijna tot een zelfdoding. Voor het eerst stelt hij een vraag over zichzelf. Was Freud van Internationaal Theater Amsterdam aanvankelijk een vooral op de anekdotiek gerichte voorstelling, nu krijgen we meer inzicht in Freuds twijfels en angsten.

Freud is gebaseerd op het vuistdikke filmscript dat Jean-Paul Sartre schreef voor filmmaker John Huston. Door artistieke onenigheid is Sartres scenario uiteindelijk nooit gebruikt, en van de uiteindelijke film Freud: The Secret Passion heeft Sartre zich voortijdig gedistantieerd.

Samen met het Vlaamse theatercollectief FC Bergman, dat ook enkele gastacteurs leverde, heeft Koen Tachelet het script van Sartre nu bewerkt tot ruim twee uur theater. FC Bergman (dat opereert onder de vleugels van Toneelhuis) staat bekend om zijn megalomane theaterproducties met uitgesproken, bombastische toneelbeelden: een klein dorp (inclusief aangrenzend dennenbos) in 300 el x 50 el x 30 el, een zwembad in Van den Vos, een veertien meter hoge flat in JR). Ivo van Hove en zijn vaste scenograaf Jan Versweyveld hanteren juist een meer abstracte, ingehouden esthetiek.

De grote vraag was dus: wordt dit een elkaar versterkende samenwerking of een verwarrende clash der titanen? Geen van beide: de signatuur van FC Bergman is in Freud volledig verdrongen door de kenmerkende theatertaal van Van Hove en Versweyveld.

Lees ook dit interview met scenograaf Jan Versweyveld:‘Ik zoek altijd de essentie van een plek’

Eén open toneelbeeld

Dat is bij binnenkomst meteen duidelijk: op het podium staat een typisch Versweyveld-decor, waarin meerdere locaties zijn samengebald tot één open toneelbeeld (waardoor scènes, zoals in film, strak gemonteerd kunnen worden). Realistische elementen (een elektrotherapieapparaat, een volledig ingedekte tafel, een open venster) in een geabstraheerde setting. Naarmate Freud meer en meer in beslag wordt genomen door zijn theorieën, en zijn omgeving zich inherent daaraan van hem distantieert, wordt het decor gestript.

Qua anekdote is Freud vervolgens vrij braaf: als aanvankelijk ambitieuze jonge dokter stelt Freud zijn leermeester teleur door naar Parijs te vertrekken om zich te verdiepen in hypnosetherapie. Maar Freuds grote doorbraak flopt, hij schikt zich naar zijn criticasters en wendt zich weer tot massage- en elektrotherapie. Maar als een Duitse arts hem jaren later benadert en Freud erachter komt dat een bevriende collega-arts ook experimenteert met hypnose, laat hij zich overhalen en ontpopt zich tot grondlegger van de psychoanalyse.

Interessant wordt het wanneer Freud zichzelf afvraagt of de onthullingen die hij zijn patiënten ontlokt, niet zijn veroorzaakt door zijn eigen, stugge overtuiging zijn theorieën bevestigd te zien. Vervolgens ontkomt hij er niet aan ook zichzelf kritisch te bekijken. Zijn belangrijkste inzicht – zijn vader, tegen wie hij zich altijd heeft afgezet, was niet zwak, maar juist beschermend – lost alle lijntjes ten slotte, precies op het juiste moment, netjes in.

Lees ook dit interview: Ivo van Hove blijft graag een raadsel, ook voor zichzelf

Grote angsten en ideeën

Met zijn emotionele spel houdt Stef Aerts de zwalkende, twijfelende, sigaar rokende Freud mooi menselijk. Maar niettemin rijst de vraag: wat moeten we met deze Freud? Het verhaal is per saldo nogal voorspelbaar. Er wordt bovendien geen spannend inzicht gesorteerd op de veelal verouderde theorieën van Freud. En voor een meer universele deconstructie van een eenzaam genie dat uiteindelijk even grote angsten als ideeën blijkt te hebben, is de voorstelling te veel op de anekdotiek gericht.

Daarnaast zitten er behoorlijk wat ondankbare rollen in. Ilke Paddenburg speelt Freuds vrouw Martha, een onuitgewerkt personage dat gaandeweg totaal geen belang meer heeft. Ook Hans Kesting had wel een wat gelaagdere rol verdiend als Freuds aanvankelijke leermeester Meynert, die nu vooral plichtmatig af en toe wordt opgevoerd.

Van Hove maakt van Freud een brave, voorspelbare theateravond. Het mag allemaal wel wat brutaler, rauwer en viezer – kortom: wat meer FC Bergman.