Foto Fully Handoko/EPA

President Indonesië schaamt zich voor de bosbranden, maar koestert ook de lucratieve palmolie

Bosbranden Kalimantan Ook in Indonesië brandt het oerwoud. Anders dan zijn collega Bolsonaro in Brazilië probeert president Joko Widodo de branden te bestrijden. Maar hij wil óók de palmoliesector te vriend houden.

De mannen van de rampendienst communiceren via walkietalkies. Kggg kggg. Hier is een nieuwe brand. Kunnen wij drie man extra krijgen? Dank. Kggg.

De drie man van de versterking hoeven niet ver te rijden. Langs een provinciale weg in midden-Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo, blussen de hulpdiensten meerdere branden op een ochtend. De meeste zijn maar een paar honderd meter van elkaar verwijderd. Met twee, drie man rollen ze de brandslang uit. Het knetteren van het vuur verandert in gesis zodra het water de bosjes in spuit.

De littekens van eerdere branden zijn overal te zien. Dode bomen liggen op hun zij op stukken zwartgeblakerd land. Het groen van de struiken is veranderd in vele tinten bruin. Over de weg hangt een soort dikke herfstmist. Alleen: herfst bestaat helemaal niet in de tropen. Dit is rook.

Lees ook Is de Amazone van Brazilië of van de hele wereld?

Na bosbranden in Brazilië, Rusland en Australië staan nu ook delen van Indonesië in brand. Van begin dit jaar tot en met eind augustus is bijna 330.000 hectare bos- en veengrond in vlammen op gegaan. In deze droge septemberweken is dat aantal waarschijnlijk nog flink toegenomen.

En dat met een regeringsleider die wél probeert iets tegen de branden te doen. De Indonesische president Joko Widodo is geen klimaatontkenner zoals de Braziliaanse president Jair Bolsonaro. Hij vindt het economisch ontwikkelen en openstellen van regenwoud geen goed idee, zoals Bolsonaro dat bij de Amazone wil doen. Jokowi, zoals iedereen de Indonesische president noemt, heeft gezegd dat hij zich schaamt voor de branden en dat zijn overheid nalatig is geweest. Zoiets zou Bolsonaro vast niet over zijn lippen krijgen.

Foto Willy Kurniawan/Reuters
Foto Fully Handoko/EPA
Foto Willy Kurniawan/Reuters

Rampjaar 2015

De situatie in Indonesië nu doet denken aan rampjaar 2015, toen de branden maandenlang aanhielden door extreme droogte. Meer dan 2,6 miljoen hectare bos ging toen verloren, de uitstoot van CO2 van alleen de branden in Indonesië was in die tijd per dag groter dan de dagelijkse uitstoot van de sterk geïndustrialiseerde Europese Unie.

Jokowi was dat jaar net aangetreden of hij kwam met allerlei maatregelen om zulke catastrofes voortaan te voorkomen. Er kwam een agentschap om veengrond te herstellen. Kleine boeren mochten hun grond niet langer in brand steken, wat ze vaak doen omdat het de vruchtbaarheid bevordert. Bedrijven en individuele aanstichters van branden werden vervolgd.

In de jaren na 2015 leek het inderdaad mee te vallen met de branden. Tot nu. De branden zijn terug, de rook is terug. Buurlanden Maleisië, Singapore en zelfs de Filippijnen hebben last van de smog die uit Indonesië hun kant op waait.

Foto Rafka Majjid/AP

Van Jokowi’s plannen kwam te weinig terecht om dit jaar, droger dan gemiddeld, zonder al te veel schade door te komen. Goede bedoelingen liepen vast in het Indonesische systeem, waarin corruptie en de belangen van het bedrijfsleven een grote rol spelen.

Het agentschap voor het herstellen van veengrond is er wel gekomen, alleen is het lang niet zo effectief als de bedoeling was. Aan het einde van 2020 moet 2,5 miljoen hectare veen zijn hersteld. Begin dit jaar was dat pas met 650.000 hectare gelukt, en activisten hebben zo hun twijfels of zelfs die hoeveelheid wel klopt.

Het agentschap moet de veengrond weer nat zien te krijgen, zodat de bodem minder snel vlam vat. Maar lokale inwoners worden amper bij die werkzaamheden betrokken, vertelt campagnemedewerkster Ayu Kusuma van Walhi de belangrijkste milieuorganisatie in Indonesië, in Palangka Raya. „Lokale boeren weten juist het meeste van de omgeving, van het weer en hoe de natuur werkt. Maar hun wordt niets gevraagd.”

Lees ook Hoe Bolsonaro onder druk komt door de Amazonebranden

Op een kwartiertje rijden van provinciehoofdstad Palangka Raya staat een lokale vrijwilliger, die Ersland blijkt te heten, in een smeulend bruinzwart veld. Rook kringelt op uit de verkoolde aarde, de watertank van hun auto is leeg. Na 2015 hebben ze heus wel iets gedaan aan preventie, vertelt hij. Ze hebben een paar duizend nieuwe pompen voor grondwater aangelegd om het land nat te houden. Alleen was dat niet hier, maar verder uit de stad, dichter bij de branden van toen. Daar hebben ze nu dus niks aan. Hij is al een maand elke dag aan het blussen.

Wie dit vuur heeft aangestoken, durft Ersland niet te zeggen. „Maar het is mensenwerk, daar ben ik voor 99 procent zeker van.” De schuldvraag is een pingpongspel tussen de kleinere boeren en de bedrijven met een vergunning voor een groter gebied, vaak palmolieplantages of houtpulpfabrieken. Brand is een makkelijke en goedkope manier om land te ontbossen. Zolang de eigendomsrechten van het gebied waar de branden ontstaan niet publiek zijn, is het precies aanwijzen van schuldigen eigenlijk niet te doen, concludeerden onderzoekers van het Center for International Forestry Research al in 2016.

Een Indonesiër vlucht uit zijn huis voor het vuur in Palangkaraya, in midden- Kalimantan.
Foto Fully Handoko/EPA
Foto Willy Kurniawan/Reuters
Foto Willy Kurniawan/Reuters

Ondergronds smeulend vuur

De hardnekkigheid van de veenbranden maakt het nog eens extra lastig om daders te vinden. Het vuur kan in veengrond immers weken- of zelfs maandenlang smeulen. Het kan ondergronds reizen, tot het een goede plek met genoeg zuurstof en bos vindt om weer uit te slaan boven de grond. Wie dat vuur heeft aangewakkerd, is tegen die tijd niet meer te zeggen.

Als de daders wél berecht worden, is het afschrikwekkende effect daarvan beperkt. Begin dit jaar vond milieuorganisatie Greenpeace uit dat tien bedrijven die miljoenenboetes hadden opgelegd gekregen voor betrokkenheid bij bosbranden, die boetes nog niet hadden betaald. De zaken speelden vanaf 2009 – handhaving van de wet heeft lang niet altijd prioriteit in Indonesië. Zeker niet als het om de palmolie-industrie gaat.

Foto Willy Kurniawan/Reuters

Palmoliesector

President Jokowi zegt zich te schamen voor de branden. Maar hij hecht óók groot belang aan de palmoliesector. Indonesië produceert de meeste palmolie ter wereld en dat houdt de president graag zo. En de bestuurders van lagere overheden, denk aan gouverneurs en districtshoofden, vinden de inkomsten die ze krijgen door de onderhandse verkoop van vergunningen belangrijker dan het tegengaan van bosbranden.

Volgens Ayu Kusuma van Walhi zit het probleem vooral dáár: bij de onwil van de overheid die grote bedrijven aan te pakken. Vóór de jaren 90, toen de ontbossing op Kalimantan begon, waren er immers nooit grootschalige bosbranden, zegt zij. De traditionele boeren zetten hun stukken grond soms ook in brand, „maar zij weten precies wat ze moeten doen om de boel onder controle te houden”. De kleinere kavels land waarvan de bebossing nu ook in rook op gaat, zijn volgens haar bedoeld om huizen op te bouwen.

In steden als Palangka Raya gaat het leven in het ‘brandenseizoen’ zo’n beetje zijn gang – wel in een dikke laag rook. De scholen zijn dicht, maar of dat gezonder is? De kinderen hangen op straat zonder masker. De verkoopster van het stalletje met ananas draagt geen masker, de klusser die het coördinatiecentrum van de rampendienst bijschildert evenmin. Ayu Kusuma windt zich erover op, zij is één van de weinigen, zegt ze zelf. „Laatst werd ik met een schurende keel wakker, ik was zó benauwd. De rook is echt erg vandaag, dacht ik. Keek ik naar buiten, waren mijn buren ook nog eens hun afval aan het verbranden.”