Opinie

Kijk eens naar de geesteswetenschappen zoals de Duitsers

Wetenschapsbeleid Het kabinet heeft een volstrekt gebrek aan visie op de wetenschap die de samenleving nodig heeft, schrijft .

Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (D66) bij de opening van het academisch jaar in Leiden.
Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (D66) bij de opening van het academisch jaar in Leiden. Sem van der Wal

Prinsjesdag bezorgde mij een enorme kater. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gaat verder bezuinigen op het hoger onderwijs en er komen geen extra investeringen. De adviezen van de commissie-Van Rijn om de bekostiging van bètavakken te verhogen door die bij de geestes-, sociale en medische wetenschappen te verlagen, worden doorgezet. Dit ondanks de protesten van de universiteiten, de officiële lobbygroep VSNU en belangengroep WO in actie. Minister Ingrid van Engelshoven (OCW, D66) had haar critici nog opgeroepen om te wachten op Prinsjesdag, maar uit de toen gepresenteerde miljoenennota blijkt dat er niets is veranderd. Dit stemt mij ontzettend droef.

In 1985 kwam ik vanuit Duitsland naar Amsterdam om culturele antropologie te studeren. Nederland was voor mij heel aantrekkelijk: niet zo kneuterig als Duitsland, maar informeel, open, met een brede horizon en sterker internationaal georiënteerd. Het was een feest om hier te kunnen studeren, en ik ben gebleven.

Ondanks de sterk toenemende werkdruk en alom afnemende financiering voor onderzoek, geniet ik er nog steeds van om in een swingende academische omgeving te kunnen werken.

Het afgelopen decennium zag ik een alsmaar groeiende kloof tussen het aanzien van de Nederlandse geesteswetenschappen op het internationale vlak enerzijds, en de miskenning van het werk dat hun beoefenaren doen door het ministerie van OCW anderzijds. Die miskenning blijkt wel uit de dalende financiering die het ministerie aan geesteswetenschappen besteedt. Hier ligt een fundamenteel probleem. Nederland zit al jaren onder het door de EU-landen in 2010 in het verdrag van Lissabon afgesproken investeringspercentage van 3 procent van het BNP in Research &Development. De overheid stelde dat streefdoel zelfs naar beneden – 2,5 procent - bij. Voor de verdeling van de financiering over de verschillende wetenschappelijke velden is het voorgestelde directe nut bepalend.

Lees ook: De geest is uit de geesteswetenschap

De door de commissie-Van Rijn uitgedragen voorstelling van de bètatechnische studies als waardevoller en nuttiger dan de rest, is typerend voor een – helaas – breder gedeelde kijk op het wetenschappelijke veld, waardoor het draagvlak en het aanzien van de geesteswetenschappen zeer ten onrechte worden verminderd.

Centraal brandpunt

In zijn recente essay De geest is uit de geesteswetenschap (21/9) betoogt Bas Heijne dat het wegzetten van die wetenschappen als ‘pretstudies’ de plank totaal misslaat: „de geesteswetenschappen vertellen je niet alleen dingen, ze laten je anders kijken”. Inderdaad. En dat ‘anders kijken’ is hard nodig om de uitdagingen waarvoor we vandaag de dag staan aan te kunnen. De dynamiek van cultuur en maatschappij in heden en verleden, hier en elders, vormen het centrale brandpunt van de geesteswetenschappen. In een tijdperk van mondialisering, migratie, toenemende culturele en religieuze pluriformiteit, klimaatverandering en digitalisering, brengen zij in samenwerking met andere wetenschappelijke velden in beeld hoe de manier waarop mensen de wereld begrijpen, en haar vorm geven, verandert.

Met historisch en vergelijkend onderzoek brengen zij in kaart hoe samenlevingen functioneren en helpen ze om complexe problemen te ontwarren en conflicten te analyseren. Ze sporen mogelijkheden op voor het behoud van veerkracht in moeilijke omstandigheden. De huidige maatschappelijke uitdagingen laten zich niet oplossen door louter technologie; technologie functioneert immers in samenspel met culturele en maatschappelijke processen, die we alleen kunnen sturen als we ze goed doorgronden en in alle complexiteit leren begrijpen.

Lees ook: Bezuinigen op alfa- en gammastudies toont een illiberale tendens

Het is ronduit verbijsterend dat dit alles door de minister en het kabinet niet wordt ingezien. Hier ligt de wortel van de huidige malaise: er is bij het kabinet een volstrekt gebrek aan visie op de wetenschap die de samenleving daadwerkelijk nodig heeft, en de rol die de geesteswetenschappen daarin moeten spelen.

Kijkend naar Duitsland zie ik een geheel ander verhaal. De tegenhanger van het ministerie van Onderwijs, Cultuur, Wetenschappen, het Bundesministerium für Bildung und Forschung (BMBF) , lanceerde recent het plan om de geestes- en sociale wetenschappen met een nieuw kaderprogramma te versterken. Daarbij erkent het Duitse ministerie expliciet dat deze wetenschappen „de culturele en sociale rijkdom van onze samenlevingen verkennen, kritisch reflecteren over sociale ontwikkelingen en problemen transparant maken. De geestes- en sociale wetenschappen kunnen helpen het populisme van meningen tegen te gaan met kracht van argumenten en vervormingen aan het licht te brengen”. Nog los van de investeringen treft mij het verschil tussen het Duitse ministerie en de bekrompen, louter technisch-economisch getinte mindset waarmee we door het Nederlandse ministerie worden bekeken.

Ik vrees dat bij het doorzetten van de koers van dit kabinet het geesteswetenschappelijk onderzoek in Nederland, ondanks alle internationale waardering, verder zal verschralen. En dit terwijl juist Duitsland – het land waarin wetenschap tot enkele jaren geleden weinig internationaal gericht was – zich opmaakt om Europa’s leidende onderzoeksnatie te worden. Daar wordt fors in alle wetenschapsgebieden en internationaal onderzoek geïnvesteerd. Het is de hoogste tijd dat het ministerie van Onderwijs en het kabinet de wissels in hun denken omzetten en de wetenschap mogelijk maken die onze samenleving in deze tijd nodig heeft.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.