NPO-bestuur ligt dwars bij belangrijke samenwerking met Netflix

Publieke omroep Een miljoenenovereenkomst tussen de door bezuinigingen getroffen NPO en Netflix over het samen maken van kwalitatief goede series ligt al een jaar op de bureaus. Reden: het NPO-bestuur houdt vast aan eigen regels over uitzendrechten.

De rampenserie Als de dijken breken van de publieke omroep is al te zien op Netflix. Vorig jaar verkocht de publieke omroep, bij wijze van experiment, vijf eigen series aan het videoplatform.
De rampenserie Als de dijken breken van de publieke omroep is al te zien op Netflix. Vorig jaar verkocht de publieke omroep, bij wijze van experiment, vijf eigen series aan het videoplatform. Foto EO

Mooie, dure series willen de NPO en Netflix samen maken, maar nu ligt het NPO-bestuur dwars. Hiermee loopt de publieke omroep de kans mis om kwalitatief hoogstaande series te maken die belangrijk zijn in de concurrentiestrijd om de kijker.

Het is niet bekend om welke series het gaat, maar eerder kondigde de NPO wel enkele dure historische series aan die goed passen bij de taak van de publieke omroep.. Het gaat om Vliegende Hollanders, over luchtvaartpionier Anthony Fokker; De stamhouder, naar het boek van Alexander Münninghoff over zijn door de oorlog getekende familie; en Midas van Robert Alberdingk Thijm, over een Amsterdamse jongen die snel opklimt in de Gouden Eeuw. De series zouden gemaakt worden door productiebedrijven als NL Film, Pupkin en Column Film, in samenwerking met omroepen als KRO-NCRV en AVROTROS.

De publieke omroep en de online videodienst zouden ieder één derde van de kosten betalen, daarnaast kan het Filmfonds mogelijk tot anderhalf miljoen per serie bijleggen. Opgeteld leidt dat tot zo’n 25 miljoen – driemaal het gebruikelijke seriebudget, wat een kwaliteitsimpuls betekent.

Maar de overeenkomst met Netflix blijft al een jaar lang op de bureaus liggen door onenigheid over de zogenaamde ‘windows’: wie de series wanneer mag uitzenden. De NPO houdt vast aan de eigen regel dat de series eerst een jaar lang exclusief bij de publieke omroep te zien moeten zijn. Netflix wil echter na een half jaar de series op zijn platform zetten, en dat hoeft niet exclusief; de NPO kan de series ook blijven tonen. Diverse betrokkenen, die niet met hun naam in de krant willen, stellen dat het voorstel van Netflix redelijk is – negentig procent van het publiek zou een serie in het eerste half jaar bekijken.

Verbazing over houding NPO

De woordvoerder van de NPO: „We onderzoeken inderdaad samenwerking met andere mediapartijen. Maar het is te prematuur om exclusief met één partij in zee te gaan. Het is natuurlijk niet zo dat Netflix of andere partijen zomaar aanspraak kunnen maken op een serie en dat die partij dan ook nog eens de voorwaarden gaat voorschrijven.”

De houding van het NPO-bestuur verbaast de betrokkenen omdat een samenwerking met Netflix het serieprobleem van de publieke omroep kan oplossen. Wil deze online zijn publiek behouden, dan moet de omroep met goede Nederlandse series komen, met substantiële budgetten. Nu heeft de NPO dat geld niet.

Sinds internationale platforms als Netflix online kwaliteitsseries leveren, met een hoog budget, zijn series steeds belangrijker geworden voor mediabedrijven, ook voor de NPO en andere Europese publieke omroepen. Om toch aan hogere budgetten te komen, zoeken zij naar internationale samenwerking. Tegelijk blijft Netflix de grote concurrent, en moet de publieke omroep ook om zijn eigen online platforms denken: NPO Start en de abonneedienst NPO Start Plus. Die kunnen alleen overleven als ze series exclusief aanbieden.

Belang bij Europese co-producties

Netflix heeft belang bij Europese co-producties. De kijkers hebben volgens de dienst een voorkeur voor lokale series. Bovendien slaan sommige ook internationaal aan. Verder wil de Europese Unie dat internationale aanbieders van video-on-demand dertig procent van hun films en series laten bestaan uit Europese producties. De Raad voor Cultuur adviseerde eerder aan minister Slob (Media, Christenunie) om de platforms een quotum van 15 procent Nederlandse series op te leggen, en ook een extra belasting. Dit om de Nederlandse film- en tv-markt, die lijdt onder de komst van grote spelers als Netflix, te beschermen. Netflix, dat zijn Europese hoofdkantoor in Amsterdam heeft, is tegen quota of extra belasting, en zei eerder: „We hopen met onze goede intenties aan te tonen dat quota niet nodig zijn.”

De woordvoerder van Netflix meldt nu desgevraagd dat zij het aantal series en het totale bedrag niet kan bevestigen omdat de onderhandelingen nog lopen.

Update 25 september: De reactie van de NPO is aangevuld.