‘Níet korten van pensioenen raakt ook mensen’

Pensioen Het kabinet staat onder groeiende druk om pensioenkortingen door te schuiven. DNB-president Klaas Knot geeft tegendruk. „Het vooruitschuiven van kortingen betekent dat die rekening blijft staan.”

Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, staat journalisten te woord na een hoorzitting in de Tweede Kamer.
Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, staat journalisten te woord na een hoorzitting in de Tweede Kamer. Foto Sem van der Wal/ANP

Tegengas geven. Dat deed De Nederlandsche Bank-president Klaas Knot maandag met zijn publieke waarschuwing om een verlaging van de aanvullende pensioenen niet eindeloos door te schuiven.

Tot nu toe stond minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) juist onder zware druk om wél te voorkomen dat fondsen de uitkering van gepensioneerden en opgebouwde rechten van werknemers moest verlagen. De Tweede Kamer, werkgevers, vakbonden, pensioenfondsen – niemand wil korten.

In politiek opzicht is het aantrekkelijk voor het kabinet om voor die druk te zwichten. De fondsen die volgend jaar moeten korten, zullen die korting in veel gevallen pas in de tweede helft van 2020 doorvoeren. Niet veel later, in maart 2021, staan Tweede Kamerverkiezingen gepland.

Maar níet verlagen raakt ook mensen, zei Knot maandag in een hoorzitting tegen de Tweede Kamer. „Het vooruitschuiven van kortingen betekent dat die rekening blijft staan. Die gaat dan richting jongere generaties.” Dezelfde waarschuwing gaf Knot ’s ochtends in De Telegraaf en ’s avonds in Nieuwsuur.

Het staat politici vrij om kortingen uit te stellen, zei Knot. Zolang ze zich maar realiseren dat ze daarmee pensioengeld verschuiven van jong naar oud. „Als jongeren uitzicht zouden hebben op een veel beter pensioen dan de huidige ouderen, dan kun je dat doen”, zei Knot tegen de Kamerleden. „Maar durft u de stelling aan dat jongeren over twintig jaar waarschijnlijk een beter pensioen zullen hebben dan de huidige ouderen?”

Boekhoudermentaliteit

Voorstanders van uitstel wijzen op de frustratie bij ouderen, die door pensioenverlagingen minder zouden profiteren van de economische groei. Het kabinet moet niet „als een boekhouder de rekenregels gaan uitleggen”, zei Kamerlid Gijs van Dijk (PvdA) vorige week in een debat. „Gepensioneerden en werkenden moeten weer vertrouwen krijgen in het pensioenstelsel”.

Knot noemt het vertrouwen juist als argument om wél te korten. De dreiging van kortingen moet niet jarenlang boven de markt blijven hangen, vindt hij. „Dat gaat uiteindelijk ook ons consumentenvertrouwen beïnvloeden.” Neem de pijn, zegt Knot, die erop wijst dat de regels voor pensioenfondsen de laatste tien jaar meermaals zijn versoepeld onder druk van de Tweede Kamer, om kortingen te voorkomen.

Een premieverhoging of een lager uitkering lijkt onvermijdelijk

De laatste versoepeling is in juni afgesproken in het pensioenakkoord tussen het kabinet, werkgevers en vakbonden. Pensioenfondsen met langdurig slechte cijfers hadden eigenlijk moeten korten als hun dekkingsgraad eind dit jaar onder de 104,2 procent zou komen. Koolmees beloofde alle fondsen met een dekkingsgraad boven de 100 procent te zullen ontzien.

Sindsdien zijn de twee grote metaalfondsen PMT en PME, waar deze korting dreigt, ook onder die verlaagde grens gezakt. Koolmees lijkt niet van plan om deze regel opnieuw te versoepelen.

Een andere kortingsregel wordt mogelijk wel versoepeld. Die raakt fondsen die niet langdurig slecht presteren, maar op één meetmoment, 31 december, een zogenoemde ‘kritische dekkingsgraad’ van onder de ongeveer 95 procent hebben. Deze regel dreigt onder meer de grote fondsen ABP en Zorg en Welzijn te raken. Koolmees heeft de Tweede Kamer beloofd dat hij met de pensioensector zal bespreken of deze regel aangepast kan worden – al hield hij zich verre van beloftes.

Onzekerheid

De vraag is nu vooral: wat betekent de aanhoudende misère bij pensioenfondsen voor het pensioenakkoord? Alle betrokken partijen – ook de kritische vakbonden – vinden nog steeds dat de daarin afgesproken veranderingen nodig zijn. De kern van die aanpassingen: pensioenfondsen mogen geboekte beleggingswinsten in de toekomst direct uitdelen. Ze hoeven niet langer financiële reserves aan te leggen. Daardoor zal er na beleggingsverliezen ook sneller gekort moeten worden.

Maar de onzekerheid groeit over de hoge overgangskosten die gemaakt moeten worden. Het idee was dat pensioenfondsen die deels uit hun reserves konden betalen, maar veel fondsen hebben helemaal geen buffers meer. Het lijkt dan onvermijdelijk om de pensioenpremie te verhogen of de toekomstige uitkeringen te verlagen.

Ook vóórdat die nieuwe pensioenregels ingaan, naar verwachting 2022, zal de pensioenpremie al omhoog moeten, waarschuwde de Pensioenfederatie maandag. De koepelorganisatie van pensioenfondsen voorziet een premiestijging van 10 tot 30 procent in de komende anderhalf jaar, als gevolg van de lage rente die pensioensparen duur maakt.

Lees meer over de lage rente: De economie als witte plek op de landkaart

Sommige economen vinden dat de lage rente een radicalere pensioenhervorming nodig maakt. Het zelfgespaarde pensioen zou minder belangrijk moeten worden, zeggen onder andere de hoogleraren Bas Jacobs en Arnoud Boot. Ter compensatie zou de AOW-uitkering verhoogd kunnen worden. Klaas Knot heeft veel begrip voor die redenering, zei hij tegen de Tweede Kamer. Daarom zou hij graag zien dat zo’n aanpassing wordt onderzocht. Maar hij waarschuwde voor overhaaste beslissingen, omdat pensioenhervormingen veel tijd kosten. Knot: „Het pensioenstelsel is in omvang een olietanker geworden. Voordat we dit bedacht en doorgevoerd hebben, zijn we vele jaren verder.”

Lees ook: Sparen in een pensioenfonds, hoe slim is dat nog?