Lichaam Franco definitief van ereplek naar begraafplaats

De Spaanse dictator Francisco Franco (1892-1975) wordt opgegraven uit het staatsmausoleum de Vallei der Gevallenen en zal op een reguliere begraafplaats worden ondergebracht.

De Vallei der Gevallenen, ten noordwesten van Madrid.
De Vallei der Gevallenen, ten noordwesten van Madrid. Foto Oscar del Pozo/AFP

Het stoffelijk overschot van de Spaanse dictator Francisco Franco (1892-1975) zal definitief worden opgegraven uit het staatsmausoleum de Vallei der Gevallenen en herbegraven op een minder controversiële plaats. Dat heeft het Spaanse hooggerechtshof dinsdag geoordeeld. In het staatsmausoleum ligt hij naast de tienduizenden slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog die hij zelf begon in de jaren 30 van vorige eeuw.

Het plan is nu om Franco naast het graf van zijn vrouw te begraven op de El Pardo-begraafplaats ten noorden van Madrid. Het parlement heeft een jaar geleden bepaald dat Franco’s lichaam uit de tombe gehaald moest worden. Zijn nabestaanden tekenden daartegen bezwaar aan en als hij dan toch weggehaald moest worden, dan moest zijn stoffelijk overschot worden bijgezet in het familiegraf in de Almudena-kathedraal, in het centrum van de hoofdstad Madrid. Het hooggerechtshof heeft dit verzoek afgewezen.

De Spaanse burgeroorlog duurde van 1936 tot 1939 en werd gewonnen door Franco, die nadien tot zijn dood dictator bleef van het Zuid-Europese land. Franco gaf tijdens zijn leven opdracht voor de bouw van de Vallei der Gevallenen. Op het ereveld liggen ook slachtoffers begraven van Franco’s troepen. Nabestaanden willen graag dat de dictator er weg wordt gehaald. Het mausoleum is een bedevaartsoord voor extreem-rechtse en fascistische groeperingen geworden.

De Spaanse premier Pedro Sánchez noemt de beslissing van het hooggerechtshof op Twitter „een grote overwinning”. „De vastberadenheid om genoegdoening te bieden voor het lijden van de slachtoffers van Franco is altijd de beweegreden van de regering geweest. Gerechtigheid, herinnering en waardigheid.”

Correctie (24 september 2019): In een eerdere versie van dit stuk stond dat Pedro Sánchez de president is van Spanje. Dat klopt niet. Hij is premier. Hierboven is dat aangepast.