De kortstondige klant mag de cadeaukaart houden

Economie & recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal civiel recht.

Foto Getty Images/iStockphoto

Een klant stapte vorig jaar maart de MediaMarkt binnen en sloot er een contract voor levering van elektriciteit en gas met Budgetenergie. Als welkomstgeschenk ontving de klant ter plekke een cadeaukaart van 150 euro. Het nieuwe energiecontract had een looptijd van drie jaar, maar de klant besloot het contract al in juni 2018 op te zeggen. Budgetenergie bracht daarop een in de algemene voorwaarden vermelde opzegvergoeding van 250 euro én 100 euro voor de cadeaukaart in rekening. De klant weigerde beide bedragen te betalen waarop Budgetenergie naar de Amsterdamse kantonrechter stapte.

De rechter neemt het verkoopproces onder de loep en constateert dat Budgetenergie de klant essentiële informatie heeft onthouden over de kosten van opzegging van het energiecontract. De energieleverancier had de klant expliciet moeten wijzen op de hoogte van de opzegvergoeding en de mogelijkheid dat de cadeaukaart zou worden teruggevorderd. Volgens de rechter is sprake van een misleidende handelspraktijk. De wet stelt namelijk dat consumenten, voordat zij een overeenkomst sluiten, moeten worden gewezen op essentiële informatie die van beslissende invloed kan zijn voor hun besluit. Volgens de rechter is de opzegvergoeding van 250 euro zulke essentiële informatie. Bovendien, uit niets blijkt dat Budgetenergie de klant expliciet op de opzegvergoeding uit de algemene voorwaarden heeft gewezen. En over terugvorderen van de cadeaukaart is überhaupt niets op papier gezet. De rechter vernietigt de overeenkomst tussen Budgetenergie en de klant en oordeelt dat de klant de 350 euro niet hoeft te betalen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2019:6548