Opinie

Brad Pitt, toxische held én antiheld

Coen van Zwol Het zou zomaar kunnen dat Brad Pitt dit jaar twee Oscarnominaties krijgt, één voor zijn hoofdrol in ‘Ad Astra’, één voor zijn bijrol in ‘Once Upon a Time … in Hollywood’. Interessante tegengestelde rollen, stelt Coen van Zwol vast.

Coen van Zwol

Hoe staat het met Brad Pitts Oscarkansen? De 55-jarige acteur is al vijf keer genomineerd, maar won zijn enige Oscar als producer van 12 Years a Slave. Dit jaar worden Pitt Oscarkansen toegedicht als stuntman Cliff Booth in Tarantino’s Once Upon a Time … in Hollywood én als astronaut Roy McBride, die in Ad Astra naar Neptunus vliegt op zoek naar zijn verloren vader. Misschien worden het zelfs twee nominaties: hoofdrol Ad Astra, bijrol Once Upon a Time. En als u spoilers vreest, moet u hier stoppen met lezen.

In tijden van #MeToo lijkt Ad Astra de beste optie. Die film gaat – een beetje te nadrukkelijk – over ‘toxische masculiniteit’. Pitt zelf: „Dat wij alleen leerden sterk te zijn, geen zwakte te tonen, te worden gerespecteerd.” Astronaut Roy McBride is een stoïcijnse, stille en solitaire held, type John Wayne of Neil Armstrong. Zelfs in het grootste gevaar blijft zijn hartslag onder de tachtig. Maar hij worstelt met zichzelf, met de leegte omdat werk en ego altijd voor de liefde gingen.

McBrides probleem is zijn rolmodel: vader H. Clifford, een heroïsche astronaut die verdween op missie naar Neptunus. Zestien jaar later blijkt hij nog in leven, maar zijn emotionele onthechting heeft geleid tot psychotisch gedrag vergelijkbaar met dat van de robot HAL in 2001: A Space Odyssey. Na een confrontatie keert Pitt als nieuwe, kwetsbare man terug naar de aarde: zijn toxische vader rest slechts doodsdrift. „We zijn een uitstervend ras”, gromt hij.

En laat Once Upon a Time … in Hollywood nu een ode zijn aan dat ‘uitstervende ras’. Daar steelt Brad Pitt de show als Cliff Booth, buddy van de huilerige, onzekere filmster Rick Dalton (Leonardo DiCaprio). Booth is een bescheiden maar keiharde stuntman die genoeg heeft aan zichzelf en zijn vechthond. Met de dames weet hij wel raad: hij werd verdacht van het harpoeneren van zijn kiftende vrouw en staat daarom op de zwarte lijst van de haaibaaien die anno 1969 in Hollywood al best veel praatjes hebben. De seksueel agressieve, hysterische – en zeg maar gerust feministische – vrouwen van Charles Mansons sekte slaat hij in de finale tot moes, waarna ze worden verscheurd én geflambeerd.

Je kan daar moeilijk tegen zijn: Tarantino neemt zo filmisch wraak voor de walgelijke moord op de hoogzwangere actrice Sharon Tate in 1969. Tate figureert – veel tekst heeft ze niet – als etherisch, hups blond popje, de ideale vrouw die bedreigd wordt door Mansons okselhaarbrigade. En dan heb je meer aan een ‘old school’-macho als Cliff Booth dan aan zo’n moderne, navelstarende huilebalk als Rick Dalton, die emotionele steun zoekt bij een wijsneuzige actrice van tien jaar.

Tarantino dekt zich sluw in, je kan van zijn film genieten als sardonische steek onder water. Maar het is glashelder dat Once Upon a Time … in Hollywood niet zozeer wraak neemt op Charles Manson, maar op de hippies, feministen en vegetarische yogamatten die ‘echte mannen’ na 1969 tot een uitstervend ras maakten.

Krijgt Brad Pitt dus een Oscarnominatie als idool van links of van alt-right? Beide zou enig zijn.

Coen van Zwol is filmrecensent.