Opinie

Boris Johnson is nu te ver gegaan, hij weet het alleen zelf nog niet

Brexit

Commentaar

Het Britse Supreme Court heeft dinsdag in een historische uitspraak geoordeeld dat de opschorting van de werkzaamheden van het parlement tot 14 oktober door premier Boris Johnson illegaal is. Sterker, die prorogation heeft nooit plaatsgevonden, volgens het Hof.

Johnson wil goedschiks of kwaadschiks zijn doel bereiken van een Brexit, het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Met als alibi de uitslag van het referendum in februari 2016 uitgeschreven door zijn voorganger, toenmalig premier David Cameron. Die dacht overigens dat de meerderheid van de Britten tégen Brexit zou zijn. Deze spectaculaire misrekening staat aan het begin van de hele reeks foute inschattingen en verkeerde beslissingen die daarna volgden, overigens ook door ex-premier Theresa May. Het Verenigd Koninkrijk beweegt zich daardoor in de richting van ongereguleerde en daarmee ongewilde uittrede uit de EU. Johnson is de verpersoonlijking van die chaos. Hij heeft, zoals de BBC schreef, in de twee maanden die hij aan de macht is zes stemmingen in het Lagerhuis verloren, de wet overtreden door het parlement op de schorten en het staatshoofd misleid.

En hij is voorlopig niet van plan een andere weg in te slaan. Want hij heeft verklaard door te gaan met zijn plan om op 31 oktober uit de EU te stappen. Het verwijt van Schotse rechters dat hij opschorting alleen maar gebruikt heeft om zonder parlementaire controle zijn versie van Brexit door te duwen, laat hem koud. En de uitspraak van het Supreme Court eigenlijk ook.

Voor de Britten, maar ook voor de EU, is het moeilijk te voorspellen wat de uitkomst zal zijn van deze ontwikkelingen. Dat het Verenigd Koninkrijk in een constitutionele crisis verkeert, waarbij rechterlijke en wetgevende macht rechtstreeks met elkaar in botsing komen, is duidelijk. Staatsrecht is bij gebrek aan een geschreven constitutie in Londen op dit moment een experimenteel proces. Daarbij hoort trial and error en nu en dan een explosie.

Een redelijke verklaring voor het doldrieste optreden van Boris Johnson is dat wat hem betreft de verkiezingscampagne begonnen is. En dat de strijd gaat tussen het parlement aan de ene kant tegen ‘het volk’ aan de andere kant. Dat de rechterlijke macht zich nu tegen Johnson uitspreekt, kan hij gebruiken als een bewijs dat gevestigde macht doof is voor de wil van het volk.

Tijdens de Lagerhuissessie deze woensdag wil voorzitter John Bercow crisisberaad met alle fractievoorzitters. Maar de uitspraak van de hoogste Britse rechter heeft uiteraard niets veranderd aan het probleem dat het parlement wil oplossen: het ontwijken van een harde Brexit. De kans dat Boris Johnson uitstel gaat aanvragen in Brussel, zoals eerder deze maand bij wet is vastgelegd, is niet groter geworden.

Nu premier Johnson juridisch is afgestraft voor zijn poging het parlement tijdelijk buiten werking te stellen, is het de vraag of hij ook politiek boven zijn macht heeft gegrepen. Johnson heeft de koningin op onwettige gronden geadviseerd de volksvertegenwoordiging te sluiten. In de tijden waaruit de antieke wetgeving stamt waarop Johnson zijn optreden baseerde, zou hij hiervoor zijn onthoofd. Aan aftreden, de meer contemporaine variant daarvan, denkt de Britse premier echter niet – op dit moment. Dat bleek althans uit zijn reactie in New York, waar hij de jaarlijkse vergaderweek van de VN bijwoont. Maar politieke hoofdrolspelers, zo leert de geschiedenis, hebben zelf meestal als laatste door dat hun rol is uitgespeeld.