‘Artikel 23 blijft nog wel even bestaan’

Artikel 23 De discussie over de vrijheid van onderwijs is weer losgebarsten in Den Haag. Gert-Jan Segers en Klaas Dijkhoff van coalitiepartijen ChristenUnie en VVD debatteerden hierover op een middelbare school in Den Haag.

Gert-Jan Segers (CU) en Klaas Dijkhoff (VVD) gingen in debat over artikel 23 in het Edith Stein College in Den Haag.
Gert-Jan Segers (CU) en Klaas Dijkhoff (VVD) gingen in debat over artikel 23 in het Edith Stein College in Den Haag. Foto Sem van der Wal/ ANP

Het is Segers die het eerste verschil vaststelt. Hij stelt een gewetensvraag aan Dijkhoff. Wat als zij twee de onderhandelingen tussen confessionelen en liberalen uit 1917 over de vrijheid van onderwijs opnieuw moesten voeren. „Was de huidige wet er dan in dezelfde vorm uitgekomen? Hoeveel vrijheid had je minderheden gegeven?”

Een „onmogelijke vraag om te beantwoorden”, vindt Dijkhoff. Op de meeste bijzondere scholen, zegt hij, heb je in de praktijk geen problemen. De meeste scholen staan ook open voor ieder kind. „Dat is mijn wens, dat elk kind naar elke school kan en nergens buitengesloten wordt.” Maar hij zegt ook: „Als we artikel 23 nooit hadden gehad, en we hadden een Frans onderwijssysteem dat goed werkte, dan denk ik niet dat ik nu een discussie was gestart. Maar die wet is er nu eenmaal.”

In de aula van het Edith Stein College in Den Haag staan maandagavond twee uitersten op het podium om in debat te gaan over de vrijheid van onderwijs. Het debat daarover is weer opgelaaid, nadat het ministerie van Onderwijs herhaaldelijk moest ingrijpen bij bijzondere scholen: de Algemene Hindoeschool, het islamitische Haga Lyceum en het orthodox-joodse Cheider. Klaas Dijkhoff vindt dat artikel 23 niet heilig is. Gert-Jan Segers wil dat de wet onveranderd blijft. Op het podium, in een voormalig kapel van wat ooit een Rooms-Katholiek meisjeslyceum was, is het toch even zoeken naar ideologische verschillen. Segers en Dijkhoff vinden allebei dat vrijheid van onderwijs alleen plaats kan vinden binnen de wettelijke kaders van de democratische rechtsstaat. En ze vinden ook allebei dat wederkerigheid een voorwaarde is: wie zelf gebruik wil maken van vrijheid mag het niet gebruiken om anderen hun vrijheid te ontnemen.

Er is één duidelijk verschil. Gert-Jan Segers is tegen een acceptatieplicht voor scholen. „Wat ik niet wil is een rangorde: artikel 1 is niet belangrijker dan artikel 23. Het is alsof je tegen de Partij voor de Dieren zegt: je moet een jager aanvaarden als lid. Wij politieke partijen hebben ook geen acceptatieplicht. Er is een vrijheid van vereniging, die wil ik hoog houden.”

De VVD heeft nog maar 25 duizend leden, grapt Dijkhoff, „echt iedereen is nu welkom.” Een rangorde van artikel 1 boven artikel 23 schuwt hij niet. „Gelijkwaardigheid en vrijheid van meningsuiting, dat is de kern. De rest is daar een logisch voortvloeisel van.”

Modernisering artikel 23

Het debat dat in deze aula wordt gevoerd, wordt door Segers en Dijkhoff ook achter de schermen gevoerd. Binnen de coalitie denkt het tweetal na over modernisering van artikel 23. Wat het vraagstuk complex maakt, is dat het niet alleen regulier onderwijs betreft, er zijn ook problemen in het informeel religieus onderwijs. NRC en Nieuwsuur brachten onlangs nieuws over salafistische moskeescholen die kinderen antidemocratische denkbeelden meegeven. Het informele onderwijs valt buiten de wettelijke controletaak van de Onderwijsinspectie. Toch pleit Segers ervoor de inspectie toezicht te laten houden op de weekendscholen. In een interview met NRC vroeg minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) zich af „of we dat wel moeten willen.” Maar Segers blijft er maandagavond bij. Op het podium in de aula van het Edith Stein College zegt hij: „Ik kreeg een tik op de vingers van een zeer gerespecteerde minister. En toch moet ik nadenken over nieuwe antwoorden.”

En een van die antwoorden is dat de inspectie „na signalen” mee mag kijken op informele weekendscholen, zo herhaalt hij na afloop van het debat. „Het hoeft geen algemene opdracht van de inspectie te zijn. Ze hoeven pas op te treden als er signalen zijn.”

In het geval van de scholen waar NRC over schreef, waren er helemaal geen sprake van signalen van ouders. Segers: „Dan moeten we wachten op journalisten die weer iets boven tafel krijgen. En daar moet de inspectie dan op af. Dan moeten we de wet maar aanpassen.”

Na vijftig minuten in het debat constateert Segers dat, „als hij Dijkhoff zo hoort, artikel 23 nog wel even blijft bestaan”. Waar hij zich wel zorgen over maakt, is hoe de vrijheid van onderwijs beschermd kan worden tegen misbruik. Segers verwijt het kabinet „traagheid” in het aanpakken van buitenlandse financiering en het verbieden van antidemocratische organisaties.

In de dualistische verhoudingen, zegt Segers, moet hij het als vraag stellen aan het kabinet. Het komt eruit als opdracht: „Schiet eens op.”