Als een gek schilderen voor Amazon

Making of De Nederlandse schilder Hisko Hulsing kreeg de opdracht van zijn leven. Hij mocht voor Amazon Prime de surrealistische animatieserie Undone maken. En toen moest de chaoot opeens een heel team aansturen. NRC volgde dat proces tot aan de première in Los Angeles.

Hisko Hulsing kijkt met collega's in Lab111 naar aflevering acht van animatieserie Undone.
Hisko Hulsing kijkt met collega's in Lab111 naar aflevering acht van animatieserie Undone. Foto's Niels Blekemolen

Bloedheet is het die aprilochtend in Los Angeles. De productiemaatschappij heeft een sjiek appartement voor hem gehuurd – „een executive penthouse” – zwembad erbij. Hisko Hulsing doet de gordijnen open.

Een dag eerder had hij de eerste edit laten zien van een aflevering van animatieserie Undone. En toen gebeurde het. Producent Noel Bright stond op en vroeg zijn collega’s om een groot applaus voor …. „régísseur Hisko Hulsing”.

Hulsing maakte met een team van negen schilders duizend schilderijen voor Undone.

Hulsing – tot dan toe slechts „the guy who makes it look cool” – is uitzinnig. Al dringt het die ochtend erna pas echt tot hem door. Op Facebook zet hij een foto van zijn uitzicht. „Wie had dat gedacht toen ik 29 jaar geleden van school werd getrapt?”, tikt hij eronder. „Deze is voor jou, Montessori Lyceum Amsterdam!!”

Anderhalf jaar lang werkte Hisko Hulsing 12 uur per dag aan Undone. Een achtdelige animatieserie over Alma, een jonge vrouw die na een auto-ongeluk in coma raakt. Als ze ontwaakt begint een surrealistische zoektocht naar de waarheid achter haar vaders dood. Is ze schizofreen? Psychotisch? Gebeurt alles echt?

De serie is geschreven door Kate Purdy en Raphael Bob-Waksberg (BoJack Horseman) en geproduceerd door Tornante en het Amsterdamse multimediabedrijf Submarine. Sinds vorige week staan alle acht delen online bij Amazon Prime Video. De recensies zijn lovend, Undone is „magnificent” (New York Times ) en „visueel één van de meest verbluffende producties die je dit jaar zult zien”, (Rolling Stone). De recensent van NRC „kan niet wachten op seizoen twee”.

Anderhalf jaar eerder, maart 2018 Zeeburg, Amsterdam

Hulsing zit diep gebogen over zijn laptop. „Gevonden!” Hij klikt door het werk van een jonge schilder. „Als je een realistische schilder een potje laat schilderen krijg je meestal een mooi potje, maar dit… dit heeft drama. Dit leeft. Je ziet de penseelstreken. Dit is grof, vetter. Ik kan bijna niet geloven dat het een Nederlander is.”

Hulsing zoekt schilders, zes zijn er nodig schat hij. Drie jaar geleden kreeg hij een mailtje van Noel Bright, producent voor Tornante. Ze hadden zijn animaties gezien in de Kurt Cobain-documentaire Montage of Heck. Of hij koffie in LA kwam drinken? Hulsings werk is in veel opzichten uitzonderlijk – vervreemdend, ontroerend, en ook angstaanjagend arbeidsintensief. Alle achtergronden worden geschilderd, olieverf op canvas. De acteurs uit live-action filmopnames worden vervolgens frame voor frame overgetrokken (rotoscopie) en handmatig ingekleurd. Met hulp van digitale 3D-ontwerpen, waar de geschilderde achtergronden ‘ingeplakt’ worden, komt de animatiewereld tot leven. Aan Junkyard, een grimmige film over twee jeugdvrienden, werkte hij zeven jaar. De schaduwen alleen (tienduizend tekeningen) kostten twee jaar.

Met acht afleveringen van 22 minuten en duizend achtergrondschilderijen in het vooruitzicht, is er een team nodig dat in zijn stijl werkt. Zeventiende eeuws realistisch, nat-in-nat. „Mijn techniek is klassiek, maar wordt niet meer onderwezen in Nederland.” Hisko zucht – hij zoekt zich een ongeluk. „Had ik er eindelijk één gevonden, bleek die al zeventig jaar dood.”

In zijn atelier, een gang van tien meter diep, is het donker en vol. Voor het raam een rommelig zwart gordijn, langs de wand een kast met honderden schilderijen. Op een ezel staat een doek met een straat in San Antonio, Texas, de plek waar Undone zich afspeelt. Hulsing hoeft er niet naartoe om het te schilderen, zegt hij. De scriptschrijvers stuurden hem referentiemateriaal. „Het is er lelijk, een soort decor. Alsof je de hele tijd langs de achterkant van een winkelcentrum rijdt.”

Hulsing werkt ook aan een instructie voor de schilders – hoe ze een werk opzetten, hoe ze hun kwasten schoonmaken. Daarnaast tekent hij zich suf aan „thumbnails” voor aflevering twee. Op basis van die schetsen wordt een storyboard gemaakt, een visueel script waarmee de life-action wordt gefilmd. „Ik had het eerst uitbesteed”, lange zucht. „Dat werd een puinhoop. Ik maak nu tachtig tekeningen per dag, ik ben verbaasd dat het allemaal lukt. Ik wil de controle houden. Als je straks zeven mensen in een scène hebt, moet iedereen precies weten waar de camera is, hoe die draait. Ik teken die choreografie.”

Hij maakt zich ondertussen grote zorgen over de schaduwen – in plaats van 2 seconden, moeten ze straks 4 seconden per dag opleveren. „Dat kan helemaal niet.” En dan nog iets. In het persbericht staat dat hij verantwoordelijk is voor „production design”. „Maar ik ben óók regisseur.” Hij regisseerde onlangs de testopnames in LA. „Ze twijfelen of ik al die petten wel kan dragen.”

Wat denkt hij zelf? Bij Montage of Heck ging het bijna mis. „Ik werkte veertien uur per dag, zeven dagen per week, vier maanden lang. En iedere avond dronk ik een fles wijn leeg.” Er lag een „wurgcontract”, zegt Hulsing. „Voor het deel dat in Nederland gemaakt werd, was ik in feite producent: ik kreeg een zak geld en daarvan moest ik alles doen.” Hulsing was voorheen altijd coproducent. „De eerste week dacht ik: ik ben blijkbaar geniaal, dat ik al die mensen kan aansturen en dat het ook allemaal in mijn hoofd past. Want ik ben een totale chaoot zoals je misschien al ziet.” Twee weken later stortte het kaartenhuis in elkaar. „De regisseur, Brett Morgen, bleef maar alles afkeuren, terwijl ik dacht: ik heb nog nooit op zo’n hoog niveau gewerkt. De producent aan de andere kant, bleef ondertussen maar zeggen dat we binnen drie weken één minuut animatie moesten opleveren. Toen begreep ik hoe mensen overspannen raken: niet door teveel werk, maar door een onmogelijk situatie.”

Dus dit keer – triomfantelijk gezicht – heeft Hulsing een list bedacht. „De advocaten die mij toen dat wurgcontract gaven, heb ik om hulp gevraagd.” Niet alleen krijgt Hulsing nu een mooi salaris („onder de Balkenende-norm”), ook zijn de verantwoordelijkheden afgebakend, is hij niet financieel aansprakelijk, en is er afgesproken dat hij business class vliegt. „Klinkt decadent, maar als je maar drie dagen in LA bent, heb je geen tijd om eerst een dag uit te rusten.”

Drie maanden later, juni 2018 Het Sieraad, Amsterdam-West

Op de derde verdieping van Het Sieraad, een voormalige school, zijn tapijttegels gelegd. In de metershoge ruimte werken negen schilders, uit het Verenigd Koninkrijk, Polen, Spanje en Nederland. In stilte - vitrage wappert voor het open raam. Er is 15.000 euro aan verf en doeken uitgegeven. Zestig schilderijen zijn af. Over twee weken moeten dat er honderdtwintig zijn.

Hulsing blijft hangen voor een doek met het huis van hoofdpersonage Alma. „Te spooky”, vindt hij. „Een beetje doorgeslagen grillig. Dat gaan we digitaal aanpassen. Het dak moet strakker.”

Hij noemt het niveau „enorm hoog”, al heeft het tijd gekost om iedereen in één stijl te laten werken, geeft hij toe. „Op een gegeven moment ben ik heel brutaal bij iedereen een stukje gaan schilderen op het doek.” Er blijven verschillen zichtbaar. Een van de schilders – „totaal virtuoos” – moet zo nu en dan „getemd worden”, al kan Hulsing er vrolijk van worden als blijkt dat iemand stiekem een piepkleine Rembrandt-replica heeft geschilderd in een fotolijstje naast een bed. Een andere schilder is te traag. De planning gaat uit van een ijzeren ritme: twee-en-een-halve dag per doek.

Hulsing is al weken niet in zijn atelier geweest. Hij nam drie afleveringen op in LA, en fietst op werkdagen heel hard tussen de schilders in ‘Het Sieraad’ en ‘Lab111’ heen en weer. Daar werken nog zestig mensen: onder wie vijf storyboardtekenaars en dertig mensen die voor kleur en schaduwen zorgen. In Texas, waar de rotoscopie wordt gedaan (overtrekken van acteurs), werken er nog eens vijfentwintig. Op de set in LA zijn gemiddeld twintig mensen aanwezig. „We zitten vol in productie nu.”

De planning voor de schilders is strak. Zij hebben gemiddeld twee-en-een-halve dag per doek.

Hulsing vergelijkt zichzelf met een dirigent. Hij moet zorgen dat het eindresultaat klopt – ingrijpen als Alma scheel kijkt, haar hoofd naar achteren helt, als tranen niet op tranen maar op Kerstmake-up lijken. Ondertussen lost hij problemen op. Zo kwamen in het begin de „designs” niet overeen met de storyboards. Als Alma dan een bos sleutels gooit, valt die náást de geschilderde tafel. „We bouwen een auto, terwijl we al rijden.”

Dat hij ook de regisseur is, daarover is nu overeenstemming. Al moet hij voor sommige keuzes nog altijd „vechten”. Dat de teams een etmaal van elkaar verwijderd zijn, in Amsterdam en LA, helpt niet. „Laatst was er op Skype een hoog oplopende discussie over een ingreep waarmee we één achtergrond zouden kunnen besparen. Ik ben weggelopen, ik wilde me niet laten gaan. Waarom laten ze zulke beslissingen niet aan mij over?”

Hulsing heeft nu ook een assistent, Nora Höppener. „Als zij er niet is, word ik zenuwachtig. Er komt zoveel tegelijk op me af.” Ze corrigeert bijna al zijn mails voor hij op verzenden drukt. „Nora zorgt dat mijn hoofd niet uit elkaar spat.”

In Lab111 neemt Hulsing een smalle wenteltrap naar de 3D-afdeling. Op de set in LA spelen acteurs tussen appelkisten en strepen van ducttape, hierboven ontwerpen ze de ruimtes om de acteurs heen. Veertig in totaal. De geschilderde achtergronden worden in 3D-ontwerpen geplakt. Ze bouwen hier het huis van Alma, haar auto. Maar ook de kerk waar in de serie een bruiloft plaatsvindt. Er wordt gerekend: hoe hoog is het zitvlak van een kerkbank? Waar staat het spreekgestoelte?

Hulsing ligt wakker van deze scènes, waar veel mensen bij elkaar komen. De acteurs zijn gefilmd, maar wat doe je met figuranten? „Er is geen geld om dat allemaal opnieuw te filmen en te rotoscopen.” In de pas opgeleverde animaties zien de figuren eruit als zombies. Hulsing: „Episode zeven is een nachtmerrie. Er komen steeds meer mensen bij. Wat denken die schrijvers wel niet?”

Nog steeds juni een Amsterdams terras

Hulsing bestelt een croque monsieur, buigt voorover en zegt: „Mensen vragen me vaak of ik het nog leuk vind…”, korte stilte, „maar dat is meer een vraag voor een hobbyïst. Wie concertpianist wil worden moet ook vijfduizend uur toonladders oefenen. Dat is niet leuk.”

Hulsing voert eindeloos veel discussies. Over een potje pillen bijvoorbeeld, in aflevering 4. Hij wilde een doorzichtig potje, met zichtbare capsules. Maar de Amerikanen „weigerden dat” – te duur. „Ik werd zo kwaad. Ik zei: als we al die uren discussie bij elkaar optellen, was het allang gebeurd. Dat potje is superbelangrijk. Dan teken ik het toch zelf?”

Hulsing gaat verzitten – hij heeft tegen zijn tranen gevochten, zegt hij, toen hij het script las. „Voor mij ligt de gevoeligheid in het feit dat Alma misschien psychotisch is.” Hij zegt iets dat hij nog vaak zal herhalen dit jaar: „Je verstand verliezen is het ergste wat er is.” Toen Hulsing twaalf was, begon hij met blowen. Op zijn vijftiende stonden er bij een vriendje dertig planten van drie meter hoog in de tuin. „Zúlke toppen. We hadden een onbeperkte voorraad wiet. En iedere dag om half tien begonnen we met blowen. Ik kwam in een permanente droomtoestand.” Toen hij op zijn zeventiende stopte met blowen, liep het pas echt uit de hand. „Ik werd van school getrapt, was in de war. Ik had hele vreemde gedachten.” Hulsing zag een groep duiven en was ervan overtuigd dat hij ze opdrachten kon geven – opvliegen bijvoorbeeld. En als hij op de pont stond kwam het opspattende water in zijn hoofd tot leven.

„Ik heb vrienden gehad die aan de dope zijn geraakt. Dan kwam ik ze jaren later tegen, zonder tanden in hun mond.”

Al zijn werk is op die periode geïnspireerd. Het is dé reden dat hij aan dit script wilde werken. „Ik wil het publiek niet vertellen dat Alma gek is, maar wel tot het einde de mogelijkheid openhouden.”

Een half jaar later, februari 2019 Het Sieraad, Amsterdam

Hulsing, zwart overhemd, drie knoopjes open, kan zijn bril niet vinden. „Het was een van mijn goede voornemens om mijn bril niet meer in mijn haar te dragen. Ik vond het zo aanstellerig, maar nu ben ik ’m de hele tijd kwijt.”

Hij wil de nieuwste versie laten zien van de overbevolkte bruiloftsscène. Toen bleek dat er geen budget was om de figuranten te filmen, besloot hij het zelf maar te doen. Hulsing bouwde een kleine studio, en vroeg de schilders en tekenaars een pak of jurk aan te trekken. „Iedereen die hier werkt zit nu in de serie.” Met sinaasappelnetjes en zakken aardappels werden de lampen op statief verankerd. „Alles low budget. Goeie producenten weten hoe je een citroen uitperst.” Een dag later werd hij ziek – „het was too much” – dat wel.

Onderweg naar een vergadering slaat hij in de bedrijfskeuken een glas sinaasappelsap achterover. „Ik moet gezonder leven. Mijn vriendin vindt dat ik te veel drink.” Dan lachend: „Ik hou gewoon van feesten. En als ik ’s avonds om negen uur nog een conference call heb, zit ik erna onder de zenuwen. Ik moet dat kwijt.”

Lab 111 dinsdagvergadering

In een krap zaaltje bespreken vijftien mensen, twee in de vensterbank, aflevering vier. We zien Alma boeken uit een kast trekken. De vraag: worden de boeken in Texas overgetrokken? Of maakt de 3D-afdeling in Amsterdam deze? Er zijn ook vragen over voorbijrijdende auto’s, over gordels, een kastdeur en over de manier waarop stenen een ravijn in rollen.

In een andere scène piept de blote schouder van Alma onder haar trui vandaan. Moeten we die verbergen, wil een ontwerper weten. Hulsing twijfelt – Amerikanen zijn preuts, weet hij. „In aflevering vier zit Alma plots naakt voor een klas kleuters. Zo stond het in het script, dus zo heb ik dat ook gedraaid”, vertelt hij. Maar op aandringen van de Amerikaanse producent zijn er in de animatie vervolgens trucs uitgehaald. „Nu staat er een plantje voor.”

18 juni aan de telefoon

„Vorige week was de eerste viewing” – in Texas zijn op het ATX Television Festival twee afleveringen vertoond. „Weet je hoe ik werd aangekondigd…?” Zonder het antwoord af te wachten: „Er stond ‘regisseur en poduction designer’ achter mijn naam!”

De reacties in de zaal waren goed, zag hij. „Er werd veel gelachen, terwijl ik het zelf helemaal niet zo grappig vind.”

5 juli leveren ze de serie op. De schilders zijn klaar en vertrokken – hun doeken staan op de zolder van Lab111. „Ik word er soms melancholisch van, de sfeer was ontzettend goed. Als er een tweede serie komt, wil iedereen terugkomen.”

Augustus 2019 persviewing in Lab111

In de bioscoopzaal zijn de eerste twee afleveringen aan de pers vertoond. Na afloop dromt een handjevol bezoekers samen bij de bar – Hulsing vlucht naar buiten. Op de trap van het pand zegt hij dat hij stiekem op een presentatie in Tuschinski had gehoopt. „Ik begrijp dat niet: waarom sturen ze de pers pas twee dagen van te voren een uitnodiging?”

Over een week vliegt hij naar LA, om de première te vieren. Voormalig Disney-baas Michael Eisner, eigenaar van productiebedrijf Tornante, deed zijn gezin een dag Disneyland cadeau. Vanaf vrijdag 13 september staan naast de trailer ook alle acht afleveringen online. Tot nu toe kreeg hij alléén maar goede reacties, zegt hij. Grote grijns. Ook van zijn middelbare school trouwens. Op zijn Facebookpagina schreef een rector onder de uitzichtfoto: „Namens het Montessori Lyceum Amsterdam: van harte!”