Patiënt Idris (Marwan Kenzari) en psychologe Nicoline (Carice van Houten) in ‘Instinct’.

Acteur Marwan Kenzari: ‘Ik wil rollen spelen die me echt zelf grijpen’

Nederlands Film Festival 2019 Acteur Marwan Kenzari speelt een tbs-veroordeelde in ‘Instinct’; de debuutfilm van Halina Reijn die het Nederlands Filmfestival opent. „Wat ik doe is echt niet zo belangrijk.”

Acteur Marwan Kenzari heeft net twee films achter elkaar gemaakt. Met regisseur Jim Taihuttu legt hij momenteel de laatste hand aan De Oost. In die film – in het voorjaar van 2020 verwacht – speelt hij een personage, dat is gebaseerd op de beruchte KNIL-officier Raymond Westerling, die leiding gaf aan bloedige zuiveringsacties tijdens de politionele acties in Nederlands-Indië. Kenzari zal daarnaast volgend jaar te zien zijn op Netflix in de actiefilm The Old Guard.

Ondertussen draait Kenzari’s eerste grote Hollywoodfilm Aladdin nog steeds in de bioscopen. Daarin is hij te zien als de boze tovenaar Jafar. Geen wonder dat de acteur toe is aan een pauze en voorlopig even geen nieuwe films wil aannemen. „Ik wil eigenlijk alle rivieren van Nederland leren kennen”, zegt hij in een Amsterdams café. „Ik zou ook veel meer willen weten over bomen.”

Ondanks zijn internationale succes is Kenzari – geboren in 1983, van Tunesische afkomst, opgegroeid in Den Haag – nog steeds geen heel bekende naam. Dat ligt vooral aan hemzelf. Zijn optredens in de media zijn schaars; interviews geeft hij niet graag. „Al die aandacht en bekendheid zijn de minst aangename kanten van mijn vak. Je kunt daardoor als acteur gemakkelijk gaan denken dat wat je doet enorm belangrijk is. Maar ik ben helemaal niet zo belangrijk. Als ik een rol alleen zou kunnen krijgen als ik ook heel veel aan publiciteit moet doen, dan sla ik die rol af. Dan gaat het niet meer om wat ik kan inbrengen als acteur.”

Lees ook Met zijn rol in ‘Aladdin’ breekt de Nederlandse Marwan Kenzari internationaal door

Erotisch geladen machtsspel

Voor de debuutfilm van zijn goede vriendin (en ex-collega bij Toneelgroep Amsterdam) Halina Reijn geeft Kenzari nu toch mondjesmaat interviews. In Instinct speelt hij een hoogst ambivalente, dreigende en intrigerende rol als Idris, een manipulatieve man die vanwege zwaar seksueel geweld veroordeeld is tot tbs. In de tbs-kliniek ontstaat een erotisch geladen machtsspel tussen Idris en zijn nieuwe therapeut Nicoline. Zij wordt gespeeld door Carice van Houten. Instinct opent vrijdag het Nederlands Film Festival en zal vanaf 3 oktober te zien zijn in de bioscoop.

Broeierige, lastig te duiden antihelden lijken enigszins zijn specialisme. Kenzari: „De scènes tussen Nicoline en Idris zijn zo goed gestructureerd, dat het bijna een toneelstuk lijkt. Ik heb mijn best gedaan om Idris een bepaalde ambivalentie en ambiguïteit te geven. Ik moest steeds balanceren op de grens van wat hij wel en niet meent. Dat was heel prettig om te spelen.”

Maakt het verschil om geregisseerd te worden door iemand die zelf een ervaren acteur is?

„Halina liet ons wellicht langer doorspelen dan andere regisseurs zouden doen, omdat ze wilde zien waar we zouden uitkomen. Wat er precies gebeurt in een take, is altijd heel ongrijpbaar en lastig te benoemen. Om met Carice en Halina te zoeken naar zulke bijzondere momenten was heel interessant. Sommige regisseurs zijn bij de opnamen in hun hoofd al bezig met de montage, of met de diepere lagen van een scène. Halina was ook heel erg geïnteresseerd in de nuances van ons spel.”

Is het makkelijker om geregisseerd te worden door iemand met wie je bevriend bent, of juist lastiger?

„Met Halina ging dat heel soepel. Ze kwam elke dag fluitend naar de set. Dat werkte heel aanstekelijk. Ik had het niet erg gevonden als de samenwerking niet zo gemakkelijk en soepel was gelopen. Maar dat had wel een andere film opgeleverd. Als je eenmaal begint met filmen, ben je ook eigenlijk even geen vrienden meer. Op de set is de regisseur de kapitein die het schip bestuurt. Daarna kun je weer vrienden zijn. Ik kan die scheidslijn op een vrij natuurlijke manier trekken.”

Idris is een gesloten personage.

„In het dagelijks leven vind ik mensen die weinig zeggen vaak het meest boeiend. Idris is een manipulatieve man. Maar hij is dat ook weer niet de hele tijd. In de film zitten ook momenten dat hij oprecht is. Dat maakt het juist krachtig. Om hem alleen af te schilderen als een enorm manipulatieve kerel, zou te gemakkelijk zijn.”

U lijkt zich weinig zorgen te maken of een personage ook sympathiek overkomt bij de kijker.

„Ik kies rollen niet uit omdat ik bij voorbaat denk dat een personage sympathiek zal worden gevonden. Een personage kan in een bepaalde scène sympathiek zijn en in de volgende scène helemaal niet. Ik voel me het meest aangetrokken tot personages die niet eenvoudig onder één noemer te brengen zijn, die niet alleen maar goed of slecht zijn. Juist personages waar je als kijker niet helemaal je vinger achter krijgt intrigeren me het meest. Idris is iemand die heel veel voelt en tegelijkertijd misschien wel helemaal niets voelt.”

In de film draagt u een soort hanenkam, à la Robert De Niro in ‘Taxi Driver’. Een eerbetoon?

Lachend: „Uiteindelijk is álles wat mij betreft een eerbetoon aan Taxi Driver. Misschien heeft Idris Taxi Driver gezien en vereenzelvigt hij zich met die film, omdat hij zijn eigen positie in de samenleving erin herkent. Of misschien draagt hij die hanenkam om een middelvinger op te steken naar de mensen in de kliniek.”

In ‘De Oost’ speelt u straks weer een personage met een duistere kant. Trekt u dat aan?

„Ik ben daar niet per se naar op zoek. Ik wil vooral rollen spelen die me zelf echt grijpen. Sommige filmpersonages nemen je als kijker volledig mee, terwijl je op hetzelfde moment denkt: we betreden nu wel een heel glibberig pad. Zo’n soort personage dwingt de kijker bijna om een morele grens te trekken, om zelf na te gaan denken over goed en kwaad. Juist dan zit je op het puntje van je stoel.

„Voor De Oost heb ik veel gelezen over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië. Daardoor ben ik me er enorm bewust van geworden hoe complex die geschiedenis is en hoe klein ik zelf ben als iemand die daar iets van probeert te begrijpen. Maar ik kan daar beter niet te veel over zeggen, omdat de film nog niet klaar is.”

Kunt u die complexiteit ook kwijt in een film voor een breder publiek, zoals bij Jafar in ‘Aladdin’?

„Bij die rol heb ik natuurlijk ook allerlei achterliggende ideeën, over wat zijn verhouding is tot de andere personages. Maar tegelijkertijd moet je hem zo breed spelen dat een kind van zeven de scène ook spannend vindt. Je moet wat meer met primaire kleuren schilderen. Maar je hoopt dat volwassenen er ook iets uit kunnen halen.”

Is het lastiger om te acteren met al die computertechniek, als u voor een ‘green screen’ staat en eigenlijk niets hebt om mee te werken?

„Dat lijkt heel erg op bepaalde spelopdrachten die ik ook tijdens mijn opleiding als acteur kreeg. Je krijgt regelmatig de taak om je een bepaalde situatie in te beelden, en die moet je vervolgens spelen. Daar moest ik bij Aladdin vaak aan denken bij het spelen van scènes voor een green screen. Ik moest me dan een enorme papegaai voorstellen die achter een vliegend tapijt aanvliegt, maar dat was er natuurlijk allemaal niet.”

Lukt dat visualiseren dan ook echt?

„Zo nu en dan lukt dat, maar zeker niet altijd. Soms denk ik aan heel andere dingen.”

Instinct op NFF: Publiekspremière: Vr 27/9, 21.30, 21.45 en 22.00; zat 28/9, 19.00; zo 29/9, 10.00, 10.30, 11.00; ma 30/9, 12.30; 4/10, 10.00.

Aanpassing 25 sept 2019: De als samenvatting bedoelde kop ‘Ik wil ongrijpbaar blijven’ is veranderd in het ingedikte citaat ‘Ik wil rollen spelen die me echt zelf grijpen’.