Voor elke ‘eh’ via de pols een stroomstoot

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: ‘eh’ als gewoonte- en opvulwoord, en de kunst van eh-loos praten.
Illustratie Eliane Gerrits

Dit wordt een irritante column. Het zou, eh, namelijk zomaar kunnen dat u, eh, na het lezen, eh, een lichte ergernis heeft opgelopen. En wel hierom: het opvulwoordje ‘eh’ dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Door iedereen, ook door beroepssprekers. De televisiepresentator, de minister, de dagvoorzitter.

‘Eh’ vult de nadenkpauze op. Wat wilt u drinken? Eh, doe mij maar een kopje koffie. Maar het is ook een gewoontewoord. Zo zei de gezagvoerder toen we aanvlogen op Schiphol: „Mijn naam is, eh, Peter Deeldermans, de lokale tijd is, eh, 11.30 en het, eh, kwik schommelt rond de, eh, 20 graden”. Natuurlijk weet de man heel goed hoe hij heet. En zowel tijd als temperatuur kan hij gewoon van een scherm aflezen.

Het eh-woord is erin geslopen en laat zich niet zomaar verdrijven. Het is lastig om een zin uit te spreken zonder eh te zeggen. Probeert u het maar eens. Ik spreek uit eigen ervaring. Een zin lijkt kaal en ongemakkelijk zonder eh’s.

Op een dag ging ik erop letten. Lieve mensen, ga dit vooral niet doen. Je hebt geen leven meer. De eh’s werken nu als nagels over een schoolbord. Het wordt met de dag erger. Zo ontdekte ik mensen die zich bezondigen aan de dubbele-eh. En ik ken zelfs veelplegers – ja, ze bestaan echt – die geen enkele moeite hebben drie of meer eh’s achter elkaar te zeggen.

Taalkundigen hebben dit verschijnsel uitvoerig bestudeerd. Het is een wereldwijde gewoonte en iedere taal heeft zijn eh. Het verschijnsel wordt al in de Middeleeuwen genoemd. Eh blijkt zeer populair. Vijf procent van alle woorden in gesproken taal is eh, las ik in NRC. Het lijkt een vorm van horror vacui: de spreker durft geen stilte te laten vallen en vult de ruimte met nietszeggend keelschrapen. Zonde van de verspilling van kostelijk speeksel en lucht.

Mensen die zonder eh’s praten, zijn een verademing. Naar hen luisteren is vergelijkbaar met rust in een stiltecoupé of de frisse lucht in een rookvrije ruimte. Freeman Dyson, de 95-jarige fysicus uit Princeton, heb ik nog nooit op een eh betrapt. Hij spreekt zoals hij schrijft, in volzinnen, met bijzinnen en complete interpunctie. „Dat leerden we vroeger op school”, vertelt hij. „Eerst denken en dan praten. Als je twijfelt, pauzeer je.”

Een vriendin van mij, ook zij spreekt zorgvuldig, heeft het geëh letterlijk met pijn en moeite afgeleerd toen ze een lezing moest geven. Ze droeg daartoe een polsbandje waarmee ze zichzelf bij elke eh een schok toediende. „Ik had niet door hoezeer ik ertegen zondigde”, zegt ze. Ik heb het polsbandje van haar gekregen, nu nog die schok durven toedienen.

Amerikanen met ambitie in het publieke leven doen hun uiterste best eh-loos te praten. Zo ook Ivanka Trump, de perfectionistische presidentsdochter. Nooit een loszittende pluk haar, lippenstift op haar tanden of een zoom uit de jurk. En nooit een eh. Luisterend naar haar zit ik soms op het puntje van mijn stoel. Knap hoe ze het gewraakte woord weet te vermijden.

Helaas roept zij weer andere ergernissen op.

Reacties naar pdejong@ias.edu