Veel aarzelingen over rol AIVD bij strijd drugshandel

Drugscriminaliteit Minister Grapperhaus wil inlichtingendiensten bij de opsporing van drugscriminaliteit inzetten. De diensten zijn daar niet vóór.

Het hoofdkantoor van de AIVD in Zoetermeer.
Het hoofdkantoor van de AIVD in Zoetermeer. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

In de inlichtingenwereld bestaan veel aarzelingen over de wens van minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) om de geheime diensten te betrekken in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit.

De AIVD zelf staat niet te trappelen om mee te gaan doen met de 'war on drugs', zo blijkt uit een reactie van een woordvoerder. Ook diverse experts uiten tegenover NRC twijfels of de AIVD en MIVD wel de juiste toegevoegde waarde hebben. Er bestaat zorg over verregaande politieke bemoeienis met de dienst.

Grapperhaus zei zondag bij het tv-programma Buitenhof naar aanleiding van de moord vorige week op advocaat Derk Wiersum met zijn collega’s Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) en Ank Bijleveld (Defensie, CDA) te willen praten over een rol van de AIVD en MIVD bij de bestrijding van de drugscriminaliteit. „Die wil ik inschakelen om onze informatiepositie te verbeteren”, aldus Grapperhaus.

Een woordvoerder van de AIVD zegt: „We doen geen onderzoek naar de georganiseerde misdaad. Wel hebben wij een taak waar het gaat om personen en organisaties die een gevaar vormen voor de democratische rechtsorde.” Of dat bij de drugscriminaliteit het geval is moet nog bepaald worden, aldus de woordvoerder. „Mocht daar inderdaad sprake van zijn , dan wordt bekeken met diverse partijen en ministeries wat ieders bijdrage kan zijn, en wat binnen de kaders van de wet de toegevoegde waarde van de AIVD kan zijn.” Daarbij is belangrijk dat duidelijk wordt dat de nationale veiligheid wordt ondermijnd, aldus de woordvoerder.

Hoogleraar Inlichtingenstudies Paul Abels waarschuwde herhaaldelijk tegen politieke bemoeienis van allerlei ministers die de nieuwe Inlichtingenwet mogelijk maakt. Naar aanleiding van de jongste wens van Grapperhaus, zegt ook Abels, tevens werkzaam bij de NCTV, dat „eerst de vraag zorgvuldig zal moeten worden beantwoord of de georganiseerde misdaad de nationale veiligheid daadwerkelijk bedreigt. En zo ja, dan is vervolgens de vraag wat de toegevoegde waarde is die de diensten kunnen leveren.”

Abels, die eerder bij de AIVD werkte, acht een positief antwoord op de eerste vraag naar de bedreiging voor de nationale veiligheid mogelijk. Hij zet echter vraagtekens bij de tweede over de toegevoegde waarde. Abels brengt een eerdere episode van de dienst in herinnering – rond 2000 – toen zij ook betrokken raakte bij de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. „Dat werd een tragische mislukking”, aldus Abels. „Men was destijds bij de dienst niet gewend om met criminelen te werken. Dat zijn heel andere mensen dan ‘overtuigingsdaders’ die gemotiveerd kunnen worden door een politieke of religieuze ideologie.”

Wordt de nationale veiligheid ondermijnd

Woordvoerder AIVD

In het tijdvak waarop Abels doelt, raakte de BVD – voorganger van de AIVD – verstrikt in een corruptieschandaal tegen de ontslagen BVD-medewerker Paul H. Die had in de onderwereld geïnfiltreerd, „het ene milieu voor het andere ingewisseld”, zoals Abels het uitdrukt.

De schok over het schandaal was groot binnen de BVD. De zaak kwam onlangs weer in het nieuws vanwege de onthullingen van misdaadjournalist Bas van Hout die destijds samenwerkte met de BVD. Een inlichtingenbron met kennis over die tijd, denkt dat daardoor de aarzelingen bij de dienst nog steeds groot zijn om zich nu weer met georganiseerde misdaad in te laten.

Ook twijfelt de inlichtingenbron sterk aan de meerwaarde die de diensten nu kunnen leveren. „De minister zei die meerwaarde te zien in het buitenland waarheen criminelen uitwijken. Maar over welk buitenland heeft hij het dan?” Relevante regio’s voor de drugsbestrijding zijn: Zuid-Amerika, en mogelijk Dubai waar de van grootschalige drugshandel verdachte Ridouan Taghi zich volgens media ophoudt. Het zijn niet de regio’s waar de diensten, voorzover bekend, actief waren in het kader van terrorismebestrijding of beveiliging van militaire missies. En binnenlands is er, voorzover bekend, geen overlap tussen de gewelddadige drugsnetwerken enerzijds die nu in het centrum van de belangstelling staan, en terroristische netwerken anderzijds.

Hoogleraar Abels oppert dat de diensten misschien technische middelen hebben (afluisteren, hacken) die op korte termijn kunnen helpen in de strijd tegen drugsbendes. De inlichtingenbron: „Voor de inzet van technische middelen kan de minister ook terecht bij de politie. Daar heeft hij de inlichtingendiensten niet voor nodig.”

Ten slotte zijn er ook nog juridische bedenkingen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de informatie die geheime diensten eventueel vergaren over een drugscrimineel? „Die kan niet zomaar in een strafproces worden ingezet”, zegt oud-AIVD medewerker Kees Jan Dellebeke. „Bronnen van de dienst kunnen niet worden prijsgegeven. In het verleden zijn daar processen nog al eens op stuk gelopen.”