Mag pers straks niet naar terreurgebied?

het uitreisverbod voor journalisten Een wetsvoorstel waardoor journalisten toestemming moeten hebben om naar terroristisch gebied te gaan, krijgt veel kritiek.

Journalisten en Turkse militairen op de grens van Syrië en Turkije, begin september bij de plaats Akcakale.
Journalisten en Turkse militairen op de grens van Syrië en Turkije, begin september bij de plaats Akcakale. Foto AFP

Het afreizen naar gebieden die onder controle staan van een terroristische organisatie wordt strafbaar, tenzij goedkeuring is verleend door de Nederlandse overheid. Twee weken geleden werd het wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) aangenomen in de Tweede Kamer. Moties om een categorische uitzondering te regelen voor journalisten en hulpverleners, haalden het niet. De Eerste Kamer behandelt de wet dinsdag.

Belangenorganisaties proberen al langer een uitzondering voor de pers te krijgen, tevergeefs. Een brief van Midden-Oostencorrespondent Ana van Es (de Volkskrant) werd vorige week ondertekend door tientallen hoofdredacteuren en journalisten en aangeboden aan de senaat. Volgens Van Es wordt het werk „nog gevaarlijker dan het al is” als zij vooraf toestemming moet krijgen.

  1. Waarom is deze wet nodig volgens het kabinet?

    Op basis van ervaringen met Syrië- en Irak-gangers acht de regering het noodzakelijk om mensen die vrijwillig naar conflictgebieden zijn gegaan te kunnen vervolgen, nog voor daadwerkelijk terroristische activiteiten zijn bewezen. Volgens Grapperhaus biedt deze strafbaarstelling daartoe „een aanvullende mogelijkheid”. Bovendien gaat er „een onmiskenbaar signaal” van uit: niet gaan.

    Een brede Kamermeerderheid is het daarmee eens, al heeft de Raad van State het wetsvoorstel afgeraden. Volgens het adviesorgaan volstaat het bestaande instrumentarium.

  2. Welke bezwaren leven er vanuit de journalistieke praktijk?

    Volgens Van Es, die vaak in Syrië en Irak is geweest, is sprake van „een onnodige verhoging van het risicoprofiel van toch al kwetsbare verslaggevers”, schreef ze in de eigen krant. Nederlandse journalisten kunnen door strijdende partijen worden gezien als verlengstuk van de staat; zo komt de onafhankelijkheid in het geding. Ze vreest ook voor een discriminatoire werking. „Wat betekent dit voor een beginnende freelancer, praktiserend soennitisch moslim, die een groot netwerk heeft onder jihadisten in Syrië? Krijgt hij een groen vinkje van de minister?”

    Teun Voeten, ervaren oorlogsfotograaf, mist reciprociteit: terwijl overheidsanalyses over conflictgebieden voor een deel leunen op journalistieke arbeid ter plaatse, bemoeilijkt de overheid dat werk met deze maatregel. „Prima dat de overheid onze observaties, analyses en expertise volop gebruikt, maar we verwachten ook medewerking terug”, schreef hij in NRC. Een meer praktisch bezwaar is volgens hem hoe ‘onder controle staan van een terroristische organisatie’ wordt gedefinieerd.

  3. Waarom worden journalisten niet uitgezonderd

    Journalisten, maar ook hulpverleners, oefenen een beroep uit dat niet (voldoende) is afgebakend. Daarom wil het ministerie van Veiligheid en Justitie per individu of werkgever kijken of er een belang is af te reizen. De Tweede Kamer nam alleen een amendement voor Rode Kruis-medewerkers aan. Zij kunnen zonder toestemming afreizen. De procedure hoeft niet per reis doorlopen te worden. Als een gebied is aangewezen als terroristenterritorium kunnen media voor werknemers, of freelancers voor zichzelf, toestemming krijgen een jaar in en uit te reizen. Zo voorkomt de overheid dat zij „zich met voorgenomen reizen of concrete activiteiten” bemoeit, stelt Grapperhaus.

  4. Volgens de minister gaat het in Denemarken net zo. Klopt dat?

    De Denen zouden „voor dezelfde systematiek” hebben gekozen. Maar Grapperhaus gaat voorbij aan het verschil dat in Denemarken de toestemming wel over de volle breedte van de branche aangevraagd kan worden. „Namen van leden worden niet doorgespeeld aan de overheid, dat is belangrijk”, aldus de Deense Bond voor Journalisten in een brief vorige maand die via de NVJ ook aan Grapperhaus werd gericht. De Deense autoriteiten vertrouwen volgens de bond op het oordeel van de media zelf. Een perskaart is voldoende om zonder risico op vervolging af te reizen.