Hoe duurzaam is een kopje thee?

Theeplantages Unilever, de grootste theeverkoper ter wereld, maakt bekend van welke plantages het thee inkoopt. Doel: horen over misstanden. Want er valt nog veel te verbeteren.

Arbeiders verpakken theebladeren bij de Indiase theedistributeur Rungamattee Tea, een van de leveranciers van Unilever.
Arbeiders verpakken theebladeren bij de Indiase theedistributeur Rungamattee Tea, een van de leveranciers van Unilever. Foto Nicolo Filippo Rosso/Bloomberg

Bekendmaken waar hun thee vandaan komt? In eerste instantie had Unilever, de grootste theeverkoper ter wereld, daar niet zo’n zin in.

De vraag was opgeworpen door de Britse organisatie tegen onrechtvaardige handel Traidcraft Exchange. Die voerde vorig jaar campagne om de zes grootste theeverkopers in het Verenigd Koninkrijk ertoe te bewegen de namen van hun leveranciers te publiceren. Zo kunnen plantagearbeiders en ontwikkelingsorganisaties die afnemers aanspreken op misstanden.

„Ze zeiden eerst allemaal: dat is onmogelijk”, vertelt campagnemedewerker Tom Sharman. De argumenten: anderen konden hun theerecepten dan misschien stelen, en het kon reputatieschade opleveren.

Voedingsmiddelengigant Unilever (155.000 werknemers) aarzelde met name om de eerste reden, vertelt Mick van Ettinger, verantwoordelijk voor Unilevers thee, op het hoofdkantoor in Rotterdam. „We willen beschermen hoe we onze producten samenstellen.” Toch gingen alle zes de bedrijven vrij rap overstag. Unilever publiceerde een lijst met 63 plantages waar het thee inkoopt voor zijn vijf Britse merken.

Dat was begin dit jaar. Unilever openbaarde deze maand ook waar het de thee voor zijn andere merken vandaan haalt. Wereldwijd zijn dat er ruim dertig; in Nederland zijn Lipton en Pukka de bekendste. De nieuwe lijst bevat namen van 1.251 plantages in 21 landen.

Thee is niet de eerste grondstof waarvan Unilever laat zien waar die is ingekocht: eerder deed het dat al voor palmolie, soja en papier en karton. Concurrent Nestlé neemt ook die stap: het Zwitserse voedingsmiddelenbedrijf heeft inmiddels lijsten met de leveranciers van zijn zestien belangrijkste grondstoffen online staan. Vorig jaar waren die alleen nog beschikbaar voor palmolie en papier en karton.

Ngo’s zien graag dat bedrijven zulke informatie openbaar maken. „Het helpt ons om te kunnen controleren wat in hun ketens gebeurt”, zegt Maarten De Vuyst van Oxfam Novib. Hij wijst er wel op dat je met zo’n lijst nog niet alles weet. „Veel leveranciers nemen ook af van kleinere producenten in de buurt, en die staan er niet op.”

Unilever heeft zijn zakenpartners gevraagd waar zij de thee inkopen die het concern indirect afneemt. Die producenten staat ook op de lijst. Kleine boeren niet. Van Ettinger: „Uiteindelijk zou ik willen dat je met je telefoon een QR-code op de verpakking kan scannen en precies kan zien waar de thee vandaan komt.”

Lees ook dit profiel van de vorig jaar vertrokken topman en ‘duurzaamheidspaus’ Paul Polman: Idealist in een wereld van geld

Gedwongen arbeid

Doel van de publicatie is de ‘theeketen’ duurzamer te maken. „Iedereen kan die lijst er nu bij pakken en die plantages bezoeken”, zegt Van Ettinger. „Als er dingen niet goed gaan, willen we dat horen.”

Want er gáán dingen niet goed. Ngo’s wijzen op de milieuschade die het verbouwen van thee veroorzaakt, en op de slechte arbeidsomstandigheden op de plantages. Vorig jaar bleek uit onderzoek door de universiteit van Sheffield naar arbeidsomstandigheden op theeplantages in India dat er „wijdverbreide patronen” zijn van misbruik van werknemers, waaronder gedwongen arbeid. Mensen krijgen „systematisch” onderbetaald, stellen de Britse onderzoekers.

Hoe kijkt Unilever, dat 10 procent van alle thee ter wereld opkoopt, naar deze conclusie? Communicatiemedewerker Joanna van Lynden, die het onderzoek kent: „Wij zien ook dat er problemen zijn. Ik denk dat we er wel veel in herkennen.”

Unilever probeert de keten duurzamer te maken, onder meer door sinds 2007 steeds meer thee in te kopen met een duurzaamheidskeurmerk. Meestal is dat van de Rainforest Alliance, die eisen stelt aan arbeidsomstandigheden en op het gebied van natuur en milieu. In India koopt het bedrijf thee met het Trustea-keurmerk, dat vergelijkbare eisen stelt.

Van Unilevers thee is 84 procent gecertificeerd. Het doel, volgend jaar 100 procent, gaan ze niet halen. Van Ettinger: „Je kan zeggen: hou gewoon op met kopen van plantages zonder keurmerk, maar we proberen liever te zorgen dat zo’n plantage certificering opzet. We verwachte dat 94 procent een keurmerk heeft in 2020.” 

14 dollarcent per dag

Dat is geen garantie op aanvaardbare arbeidsregelingen, concludeerden de Sheffield-onderzoekers: de standaarden die keurmerken voorschrijven worden „routinematig” geschonden. Een journalist van Reuters ontdekte in maart dit jaar in Sri Lanka dat sommige werknemers op theeplantages gecertificeerd door onder meer Rainforest Alliance netto maar 14 dollarcent per dag verdienden. Unilever koopt thee in bij vijf van deze plantages en liet Reuters weten „erg bezorgd” te zijn.

Wat heeft Unilever daarna gedaan? Dat kan Van Ettinger niet precies zeggen. De afdeling communicatie stuurt het antwoord na. Ze laat weten dat het aankoopteam „gerichte steekproeven” heeft uitgevoerd, maar de bevindingen op basis van eigen observaties niet kon „bevestigen”. Unilever noemt berichtgeving zoals die van Reuters wel „cruciaal om problemen op plantages bloot te leggen”.

Zoals Unilever geen afscheid neemt van plantages zonder certificering, verbreekt het evenmin direct de banden met een leverancier die in de fout gaat. Van Ettinger: „Weglopen is wel het slechtste wat je kunt doen, dan verbetert de situatie niet.”

‘Unilever wil goedkope thee’

Solidaridad, een ngo die zich inzet voor eerlijke productieketens, vindt dat bedrijven als Unilever te weinig betalen voor thee. „Een eerlijke prijs is essentieel voor een leefbaar inkomen. Afnemers zijn gericht op thee van lage kwaliteit waar weinig marge op zit, en sowieso komt maar een klein deel van de uiteindelijke marge bij de producenten terecht”, zegt Shatadru Chattopadhayay, directeur van Solidaridad in Azië.

Unilever heeft in thuisland Nederland het imago van een bedrijf dat veel aan duurzaamheid doet, maar hoe staat het bekend in theeproducerende landen in Azië? Chattopadhayay: „Dat is simpel: Unilever wil gewoon goedkope gecertificeerde thee.”

Herkenbaar? Van Ettinger is het er „helemaal niet mee eens”. Hoeveel winst Unilever op thee behaalt, maakt het overigens niet bekend. De totale winst van het concern bedroeg vorig jaar 9,8 miljard euro, bij een omzet van 51 miljard. Van Ettinger draait de redenering van Solidaridad om: „We zouden veel meer winst kunnen maken, maar dan zou de industrie er minder goed voor staan dan nu.”