Opinie

Het is niet de recreatieve gebruiker, het is de ‘war on drugs’

Drugsgebruikers zijn niet medeverantwoordelijk voor de moord op advocaat Wiersum, schrijft . Maatschappelijke schade komt voort uit het illegaal zijn van drugs.
Minister Ferd Grapperhaus van Justitie loopt op journalisten af na de liquidatie van advocaat Derk Wiersum.
Minister Ferd Grapperhaus van Justitie loopt op journalisten af na de liquidatie van advocaat Derk Wiersum. Foto Bart Maat/ANP

Naar aanleiding van de moord op advocaat Derk Wiersum schreef NRC in zijn hoofdredactioneel commentaar: „Als deze moord verband houdt met drugscriminaliteit, dan mag iedere burger die ‘recreatief’ drugs gebruikt en dat voor zichzelf goedpraat, zich medeverantwoordelijk voelen. Vraag schept aanbod schept chaos.” (Moord op advocaat is een aanschouwelijke les in ondermijning, 20/9).

NRC doet hier wat minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en andere functionarissen de laatste tijd nadrukkelijk doen: naar gebruikers wijzen en jammeren dat het allemaal hun schuld is. Het is een gotspe. Deze conclusie is het zoveelste loze commentaar in deze crisis.

Gebruikers staan voor mij juist aan de andere kant van de morele scheidslijn als het om drugs en drugsgebruik gaat. De ellende komt wat mij betreft geheel op rekening van de zogeheten ‘war on drugs’ en zijn apologeten.

Het verbod op productie van en handel in andere roesmiddelen dan alcohol en tabak is in de loop van de twintigste eeuw ontaard in een wereldwijde kruistocht van overheden, justitie en politie, die bestrijden wat illegaal is. Deze strijd heeft enorme schade veroorzaakt, tot buitensporige kosten geleid, en gezondheidsproblemen alleen erger gemaakt.

Doorgeslagen bestrijding

De drugsdrooglegging heeft zich intussen diep ingevreten in de maatschappij en haar instituties. Hele beroepsgroepen leven ervan, de advocatuur incluis. Instellingen hebben tegenwoordig vaak een ‘forensische’ afdeling. Gesponsord met geld van de ‘oorlog tegen drugs’.

Gemeenten, buurten, sportverenigingen, de hele samenleving moet nu kennelijk worden ingeschakeld in deze strijd tegen drugs. Banken, de belastingdienst, gemeenten, de politie, het Openbaar Ministerie moeten gegevens delen. Iedereen met contant geld op zak is straks verdacht.

Een nieuw gezwel in deze steeds erger wordende maatschappelijke ziekte zijn het Landelijk Informatie en Expertise Centrum en de regionale uitzaaiingen ervan, bedoeld als ondersteuning voor de aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Een landelijk netwerk wordt opgezet waarbij informatie van zoveel mogelijk kanten wordt verzameld en geïntegreerd, tot op het niveau van wijken, ondernemingen en bewoners. Kijk eens op riec.nl en de schrik slaat u om het hart. De participatiesamenleving lijkt af te glijden naar een kliksamenleving.

Lees ook dit commentaar van NRC: Het is tijd om de legalisering van drugs te onderzoeken

Als vernieuwende aanpak in deze mooie strijd kregen de burgers van onze stad Utrecht een tijd geleden een brief van de burgemeester met het verzoek op de buurt te letten en verdachte omstandigheden te melden bij de politie. Een nieuw dieptepunt. Ik heb de brief in hele kleine snippers gescheurd.

Onderzoek legalisering

Een positieve verrassing was dan ook NRC’s hoofdredactionele commentaar over legalisering van drugs. De krant schreef in mei van dit jaar: „Het is tijd om de legalisering van drugs te onderzoeken.”.

Bent u al begonnen? ‘Beter laat dan nooit’ is het gezegde dat hier met nadruk van toepassing is. Een kritiekloze opstelling ten aanzien van de catastrofale ‘oorlog tegen drugs’ is mij jarenlang een doorn in het oog. Het is code oranje.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.