De fotograaf en de schilder

Nederland poseert NRC vraagt lezers Nederland in beeld te brengen. Even stilzitten, klik, klaar, denken mensen. Maar zo is het niet.

Foto Barend Schulte

In 2002 vierde Elizabeth II haar gouden jubileum op de troon. Voor die gelegenheid schilderde Lucian Freud haar portret. Stilzitten kon ze niet zo goed, maar het moeten gezellige sessies geweest zijn; Freud hield ook van paarden en honden en ze hadden veel wederzijdse kennissen. Het werd geen monumentaal doek, de Britse vorstin ten voeten uit in hermelijn, maar een klein schilderijtje van een ontnuchterend schamele 23 bij 15 centimeter, juist genoeg voor haar gezicht en een stukje kroon, uitgedrukt in tandpasta en Nutella, kon je denken. Her Maj moet geweten hebben waar ze aan begon: Freud schildert meedogenloos menselijk vlees in alle stadia tussen bloei en verval. Hij zag een mens dat had geleefd, niet speciaal sympathiek of lief, maar hij was doorgedrongen tot onder de gepoederde huid. „Waarschijnlijk het beste koninklijke portret van welke royal dan ook in de laatste 150 jaar”, schreef The Guardian. Al vond The Sun dan weer dat Freud voor dit schilderij in de Tower zou moeten worden opgesloten.

Geslaagd of niet, de critici zijn het er waarschijnlijk wel over eens dat dit portret laat zien wat Freud de ‘innerlijke blik’ van de kunstenaar noemde, die langzaam is gegroeid, na heel lang, vaak en intensief kijken. Voor dit kleine schilderijtje poseerde de Britse koningin tussen mei 2000 en december 2001 in totaal twintig keer.

Een fotograaf heeft het dan maar gemakkelijk, zullen veel mensen dan denken. Even stilzitten, klik, klaar. Maar zo is het niet en dat heb ik van de schilder David Hockney (1937) geleerd.

In 1983 werd in Bradford, zijn geboorteplaats, het National Museum of Photography geopend. Een van de verhaallijnen in dat museum was dat foto’s alledaags en alomtegenwoordig zijn geworden. ‘Een camera in ieder huishouden’, was de slogan van Kodak, en toen bestonden de iPhone en het internet nog niet eens. Bij die gelegenheid hield Hockney een lezing waarin hij zich beklaagde dat fotografie een soort ‘staren’ wordt, een gedachteloze vorm van kijken. Daar wilde hij zijn eigen manier van kijken tegenover zetten.

Foto Maurice Westrate
Foto Adrienne Norman

Een fabelachtig voorbeeld daarvan is het portret waarvoor zijn oude moeder poseerde, zittend op een grafzerk bij de ruïne van Bolton Abbey. Dat portret is opgebouwd uit vele, elkaar overlappende Polaroids, die Hockney maakte terwijl hij haar vanuit verschillende hoeken fotografeerde. Polaroid – op zichzelf de meest achteloze, pretentieloze manier van foto’s maken. Maar Hockney veranderde die snapshots in hun tegendeel. „Deze manier van fotograferen heeft met tekenen te maken”, zei hij. „Het is een protest tegen het kijken vanuit één punt, zoals ook het kubisme een protest was tegen een fixatie van de schilderkunstige blik. [...] Als mensen een door Picasso geschilderd portret zien met drie ogen, klagen ze dat mensen helemaal geen drie ogen hebben. Het is veel simpeler. Het gaat er niet om of iemand drie ogen heeft, het betekent alleen dat een van die ogen tweemaal is gezien. Zo is het ook in mijn foto’s. Wij werden altijd bedrogen door de ‘enkelvoudige’ foto, gemaakt vanuit één vaste positie.”

Zo heeft Hockney naar zijn moeder gekeken, naar haar regenjas op de zerk en langs haar heen naar de andere zerken en het dakloze koor van de abdij in de achtergrond. En naar haar gezicht. Niet een of twee keer, maar heel vaak. Alleen moet je precies kijken om de lasnaden tussen al die fotootjes te zien waaruit haar gezicht opnieuw is opgebouwd.

Sindsdien denk ik dat er weinig verschil is tussen de blik van een schilder, die sessies lang met zijn model alleen is, en een fotograaf die zijn model ten slotte in 1/125ste seconde weet te vangen. Tussen fotografen als Rineke Dijkstra, Koos Breukel, Stephan Vanfleteren en een Lucian Freud of een David Hockney. Na Freuds dood werd David Dawson, die twintig jaar zijn assistent was en ook vaak voor hem poseerde, gevraagd wat Freuds geheim was. Zijn antwoord was even diepzinnig als eenvoudig: „Hij was werkelijk geïnteresseerd in andere mensen.”

Foto Colette Lukassen
Foto Ireen Kerkman
Foto Guido de Vos