Recensie

Recensie Muziek

Briljant vertolkte Macbeth vanuit de onderwereld

Opera De nieuwe opera van Pascal Dusapin, een exegese van Macbeth, is aanvankelijk wat stroperig. Dusapins muziek klinkt echter briljanter dan ooit.

Foto Baus

Tijdens het componeren van zijn vorige opera, het bloederig wrede Penthesilea, vroeg Pascal Dusapin zich af: kan het nog erger? Vanuit die vraag is zijn nieuwe opera ontstaan, een terugblik op en analyse van Shakespeares minstens zo bloederige en wrede tragedie Macbeth. Van Verdi ontbreekt ieder spoor. Met Dusapins Macbeth Underworld ging vrijdag het nieuwe operaseizoen van De Munt in Brussel van start.

Alles is voorbij zodra het doek opgaat. Het echtpaar Macbeth bevindt zich in de onderwereld, waar ze hun gruweldaden dwangmatig herbeleven. Ze spreken tot ons „vanuit hun hel”, zoals de makers van deze ‘exegese-opera’ het noemen. Dat is meteen de zwakte: aanvankelijk is er nauwelijks handeling of plot, en zonder gedegen voorkennis van het toneelstuk zullen veel hints en details in dit stationair draaiende gruwelkabinet aan de aandacht ontsnappen.

Daar staat tegenover dat Dusapins muziek, fantastisch vertolkt door chef-dirigent Alain Altinoglu en zijn Munt-orkest en -vrouwenkoor, urgenter en briljanter klinkt dan ooit. Het palet aan kleuren en sferen waarmee Dusapin schildert is onbegrensd: de opera begint met een stralend post-Bruckneriaans crescendo en voert naar ijzingwekkende spookmuziek in de slotscène. Daartussen lijkt alles mogelijk. De zielenroerselen van Lady en Macbeth zijn broeierig en huiveringwekkend, de melodieën van het Kind in hun ijle naaktheid aangrijpend.

Macbeth Underwerld in De Munt, Brussel. Foto Baus

Mes in de rug

Dat Kind is een sleutelfiguur in de productie. De Geest van Banquo, de boezemvriend die door Macbeth is vermoord, dwaalt wat verloren rond met een mes in zijn rug en jaagt Macbeth obligaat schrik aan. Het Kind zou Banquo’s zoon kunnen zijn, maar óók, intrigerender, het kind dat de Macbeths ooit zelf hebben verloren.

Gaandeweg neemt de coherentie toe. De herbeleving van het banket, de onuitwisbare bloedvlek, een macaber requiem, de continue interventies van de wulpse, voortreffelijk zingende Weird Sisters (Ekaterina Lekhina, Lilly Jørstad & Christel Loetzsch) – het zijn stuk voor stuk dwingende scènes. Ronduit komisch wordt het wanneer de Poortwachter (tenor Graham Clark) ten tonele verschijnt, een peenharige punkclown met een concentratiestoornis, die de komst verbeidt van de koning (die door Macbeth vermoord zal worden), maar ook de poorten van de hel openzet. Zo wordt Macbeth Underworld een hysterische zoektocht naar onmogelijke verlossing.

Visueel is het een zwartwit schaduwspel met veel rook en bloedrode accenten. Het prachtige decor van Bruno de Lavenère bestaat uit een modulair gothic spookkasteel en mobiele horrorbomen (die de voorspelling van het oprukkende Woud van Birnam inlossen). Alles is in beweging en de Macbeths zijn gedoemd te dwalen door dit doolhof van symbolen en herinneringen. Regisseur Thomas Jolly zorgt voor een levendige personenregie en een filmisch aandoende scène, met echo’s van de interpretaties van Welles en Polanski.

Mezzo Magdalena Kozená en bariton Georg Nigl zijn in de geweldige hoofdrollen een atypisch Macbeth-stel. Vooral Kozená is introvert, weifelend en nerveus – verre van de gebruikelijke machtsheks. Nigl excelleert als een bezeten Macbeth, die in een vingerknip omslaat van krijsend geweld in totale tederheid. Hun liefde, daaraan klampen de twee zich vast, ook al is het tevergeefs.