Foto Merlin Daleman

Annemiek van Vleuten: ‘Je hoeft niet die extreme sporter te zijn om de top te bereiken’

Wielrennen Annemiek van Vleuten (36) bereidde zich op de WK wielrennen voor in de Alpen. Daar vindt ze rust, traint ze als een vent (volgens haar trainer) en eet ze wat ze wil.

Op het schema van de trainer staat een rondje van zes uur, zonder oefeningen of andere poespas, daar zou ze alleen maar energie aan verspelen, afbotten in haar woorden, met een averechts effect. Coach en pupil weten inmiddels dat een lange tocht door de Alpen veel beter werkt, gewoon trappen en rondkijken, oordopje in met een audiocursus Italiaans en gáán. Daar laadt Annemiek van Vleuten van op, dan voelt ze zich vrij. Op zulke dagen is fietsen geen werken.

En dus gooit ze half augustus vol goede zin de achterbank van haar trouwe Volkswagen Polo plat en puzzelt ze net zolang tot daar drie fietsframes in passen; die van haar wegfiets, haar tijdritfiets, en haar mountainbike. Ze houdt zelfs zicht in haar binnenspiegel, groter heeft ze niet nodig. Ook niet voor de rit van tien uur die ze al zo vaak maakte.

De volgende ochtend wordt ze wakker van de wekker in Hotel Interalpen, gelegen op 2.300 meter hoogte rond de top van de Foscagno-pas in het noorden van Italië, pal naast een klein, ijskoud meertje waar ze nu en dan tot ontsteltenis van het hotelpersoneel als een jonge hond in springt en met een grote glimlach weer uit klautert.

Onderweg naar het ontbijt begroet ze schoonmaakster Nicoletta, die haar buongiorno met een grote glimlach beantwoordt. Zo doet ze dat, contact leggen met mensen is haar manier om zich ergens snel thuis te voelen. Anders zit ze daar maar alleen op een berg. Had ze een vriendje gehad, was het misschien alweer anders gegaan. Dan hadden ze zich getweeën afgezonderd in een appartement in de buurt, zoiets.

Ze zegt dat ze haar leven soms als eendimensionaal ervaart. De mannen die ze ontmoet, zijn vooral geïnteresseerd in de atleet die ze is, niet in de mens. Als ze dat voelt, haakt ze meteen af. Zelden komt ze met een man tot de essentie van het leven; wat hem drijft, wat hij zoekt. Dat mist ze, want ze weet: het leven zonder fiets duurt veel langer dan met.

Rond half tien schuift ze zich in de Alpen aan het ontbijt, waar maître Giuseppe haar een caffè doppio inschenkt, de man die haar samen met de Siciliaanse kok Alex aan het eind van de dag ook weer op een topmaaltijd trakteert – 24 dagen trainen, 24 verschillende gerechten. Dat is wel even wat anders dan de pasta met tomatensaus en kip waar haar collega’s zich vaak tot beperken.

Het ontbijtbuffet ligt in kommen en schalen uitgestald op een oude boerenkar aan het raam – ze eet ervan wat ze wil, heus niet als een wilde, haar gewicht blijft vrij stabiel. De muren zijn van steen, met houten accenten als in een berghut. De hoge toppen die ze door de grote raampartijen ontwaart zullen wel nooit gaan vervelen, het uitzicht maakt haar nederig, keer op keer. En dan die rust, die stilte, alleen het geluid van bergmarmotten en een koeienbel, vooral in de weekenden, als de pas verboden is voor zwaar verkeer.

Overweldigende stilte

Ze zou hier zo kunnen wonen, maar dat is iets voor later, voorlopig heeft ze haar familie en vrienden nog in Nederland. Ze speelt wel eens met de gedachte te verkassen, samen met een Spanjaard of een Italiaan. Op naar het buitenleven, de humor, de zelfspot die hoort bij mensen in Zuid-Europa; daar voelt ze zich verwant mee.

Toen ze hier in augustus 2014 voor het eerst kwam was ze op slag verkocht. Een ploeggenote raadde haar dit hotel aan, maar Livigno even verderop was ook een optie. Daar is meer bedrijvigheid, zeker in de zomer, dan komen er veel toeristen, en kun je er shoppen, goed uit eten. Genoeg renners die daar een hotel boeken voor hun hoogtetraining, om de simpele reden dat ze de overweldigende stilte van een bergpas niet kunnen verdragen. Maar zij voelt zich daar juist op haar gemak, en ze is ervan overtuigd dat dát voor het grootste trainingseffect zorgt – het werkt niet als je met tegenzin in afzondering gaat zitten. Voor haar voelt het als een zuiverende yogasessie van drie weken, hoewel die daadwerkelijke bezigheid niets voor haar zou zijn – daar heeft ze dan weer geen geduld voor.

Geen mens die haar hier achter de broek aan zit, geen ploegmaat die na het ontbijt graag op tijd vertrekt. Ze hoeft zich aan niemand te conformeren op haar solitaire hoogtestage. Tijd bestaat er niet, zo voelt ze dat. Voor stress is geen plaats in de bergen. Niet dat het een en al vakantie is, ze fietst dertig uur per week, maar ze erváárt het soms wel zo. Behalve op dagen dat het schema acht keer vier minuten ‘all out’ aangeeft. Dan staat ze met tegenzin op, gaat ze met zichzelf in onderhandeling – „waarom doe je deze sessie niet morgen, als het lekker weer is, of doe zes blokjes, dat is toch ook al goed?” – in de wetenschap dat haar wil om een doel te halen altijd sterker is gebleken dan het bange stemmetje dat haar tot capitulatie beweegt. Zou ze toegeven, dan begeeft ze zich op een glijdende schaal. Ze kent zichzelf.

Foto Merlin Daleman

Als ze klaar is met ontbijten zegt ze hotelbaas Simone gedag, de jonge twintiger die op rustdagen op zijn elektrisch aangedreven mountainbike met haar de bergen intrekt, en haar meeneemt naar verborgen lunchtentjes diep in de Alpen. Ze vindt het een verrijking om met al die mensen en culturen in aanraking te komen. Daarna fietst ze de dag tegemoet, over de niet steile maar wel lange, door groen omgeven SS301 richting Livigno of Bormio, en dan maar zien waar ze terechtkomt. Bij terugkomst al die uren later loopt ze gelijk door naar de hotelbar, waar Davide ’s middags de baas is. Bij hem doet ze een koffietje, en scherpt ze haar Italiaans aan.

In die eerste dagen komt haar moeder langs, en volgende week een groep vrienden, met wie ze ’s avonds een potje Ticket to Ride speelt, of een ander gezelschapsspel. Bij welke ploeg is dat nou toegestaan zo vlak voor een wereldkampioenschap? Daarom tekende ze dus ook bij Mitchelton-Scott. Elders had ze meer kunnen verdienen, maar vrijheid is haar goud waard. Met een opgeruimd gemoed gaat afzien zoveel beter. En afzien doet ze. Ze traint als een vent, zegt haar trainer. In januari haakte ze aan bij de mannen van haar ploeg, bergop met de broertjes Yates, ’s werelds beste klimmers. Na drie dagen wilde ze niet meer en stuurde ze wanhopige berichten naar huis. Maar na een week was ze zichzelf ontstegen, tot verbazing van velen. Ze kan dat, omdat ze het wil.

Avond met karaoke

Hotel Interalpen is haar tweede thuis geworden. Geregeld wordt ze door haar ‘summer family’ uitgenodigd voor verjaardagsfeestjes, vorig jaar nog stond ze twee weken voor het WK mee te smikkelen tijdens een barbecue. Ze had kunnen denken: dit moet ik niet doen, niet zo kort op een piekmoment. Maar uiteindelijk had ze een briljante avond die eindigde met een karaoke, en werd ze in Innsbruck voor de tweede keer wereldkampioen tijdrijden.

Ze heeft in de loop der jaren ontdekt dat ze beter wordt als er balans is in haar leven. Strakke voedingsplannen en trainingsregimes brengen haar niet vooruit. De periode dat ze zich blindstaarde op haar wattagemeter liggen ver achter haar. Het verschil zit ’m niet in gemiddeld 10 watt meer of minder trappen over een training van 150 kilometer. Wat wél helpt is dat etentje met haar trainer na afloop van de derde etappe in de Boels Ladies Tour in Restaurant de Lindeboom in Beek, begin deze maand. Neemt ze een viergangendiner inclusief een paar frietjes en een toetje. Op die momenten legt ze de basis voor haar succes. Want de volgende dag is ze fris in haar hoofd, vrij om te investeren.

Als ze lang gaat trainen stopt ze halverwege vaak een halfuur om te lunchen. Er zijn mensen, ook die ervoor geleerd hebben, die beweren dat bij zo’n onderbreking haar vetverbranding omlaag gaat, en het trainingseffect teniet wordt gedaan. Zal allemaal wel, denkt ze dan. Ze heeft allang geaccepteerd dat ze niet de perfecte atleet is. „Je hoeft niet die extreme sporter te zijn om de top te bereiken.”

Van doel naar doel

Ze denkt er al wel eens voorzichtig over na om die filosofie na haar carrière door te geven aan jonge atleten. Lezingen over balansen, dat ziet ze best voor zich. Het staat haaks op het beeld dat veel mensen van haar hebben, de monomane sportvrouw die niet rust zonder olympisch goud. Maar niets is minder waar. Ze trekt gewoon van doel naar doel.

Ze is wijs geworden met de jaren, en aan de vooravond van haar 37ste verjaardag is ze kennelijk sterker dan ooit. Komt ook door wat ze meemaakte, zegt ze, doelend op het verlies van haar vader, in 2008. Daardoor zijn de dingen relatiever geworden. Sindsdien weet ze wat in het leven het verschil maakt en wat niet, hoe ze dingen loslaat, en hoe belangrijk geluk eigenlijk is.

Ze legt zichzelf daarom geen moetjes meer op, ze durft te genieten, hetgeen een stuk makkelijker is geworden met twee regenboogtruien op zak, dat moet ze toegeven. Als ze dinsdag voor de derde keer wereldkampioen tijdrijden wordt, is ze pas de tweede vrouw in de geschiedenis die dat lukt, na de legendarische Jeannie Longo. Vier dagen later is ze ook kanshebber tijdens de wegrit, een jaar nadat ze in Innsbruck haar knie brak en zich afvroeg of ze ooit weer zou fietsen.

En dus gaat ze binnenkort pizza eten met de chirurg die haar succesvol opereerde. Want dát is de Annemiek van Vleuten anno nu.