Recensie

Recensie Theater

Vallen als een bevrijdend alternatief voor een doordenderende wereld

Recensie Boukje Schweigman In ‘Val’ presenteert Boukje Schweigman een bevrijdend alternatief voor een wereld die voornamelijk houvast predikt. Het is jammer dat ze in de tweede helft te veel vervalt in letterlijkheid.

De poëzie van het vallen in ‘Val’, een voorstelling van Schweigman met rietblazerskwintet Calefax
De poëzie van het vallen in ‘Val’, een voorstelling van Schweigman met rietblazerskwintet Calefax Bowie Verschuuren

Na het eerste kwartier in vrijwel volledige duisternis gehuld te zijn, ontwaar je ineens, hoog boven het podium, een lichaam, dat vanuit de nok van de schouwburg heel langzaam naar beneden valt. Dan volgen er meer. Vertraagd vallen ze door het uitgestrekte niets.

Armen graaien, lichamen strekken zich uit, krimpen ineen en draaien om hun as. Wonderwel gaat er iets heel geruststellends van uit. Omdat het vallen is losgekoppeld van het moment dat je nog stond en wanneer je neerkomt, wordt het een soort zweven. Een staat van zijn waarin alles mogelijk is.

Voor haar nieuwe voorstelling Val onderzocht theatermaker Boukje Schweigman samen met rietblazerskwintet Calefax de poëzie die schuilgaat achter het vallen. Ze presenteert vallen eerst als een bevrijdend alternatief voor een wereld die voornamelijk houvast predikt. Vervolgens toont ze de beklemming die die wereld uitoefent.

Als geen ander beheerst Schweigman de kunst van het isoleren. Ze tilt een schijnbaar alledaagse beweging – de draaiende wieken in Wiek (2009), de zweepslagen in Zweep (2011) of zelfs de stilstand in For the time being (2017) – uit hun dagelijkse context om daarmee onze blik op de wereld te kantelen.

Muzikanten blazen de diepte in

Het is jammer dat de voorstelling na het verstilde openingsdeel in de tweede helft te veel vervalt in letterlijkheid. Hier bevinden de performers zich op de speelvloer en werpen ze zichzelf voortdurend over de rand van het podium. De vijf muzikanten, die in een strakke lijn op het achtertoneel staan, lijken hen met hun dreigende, diepe timbres de diepte in te blazen.

Schweigman verschuift de focus van het vallen zelf, naar het moment dat daaraan voorafgaat. Ze toont zowel de angst voor de afgrond, als de verleidingskracht die ervan uitgaat. Maar ze weet daar vervolgens geen spannend perspectief op te bieden. Veel verder dan een clichématige verbeelding van een immer doordenderende maatschappij, komt het helaas niet.