Opinie

Ik moest vooral niet denken dat mijn leventje zomaar doorging

Marcel van Roosmalen

De vriendin ging op vakantie. Naar Mykonos in Griekenland met een vriendin met wie ze een half leven eerder Miami onveilig maakte. De afgelopen dagen liet ze met enige regelmaat foto’s van toen zien. Ze lagen in bikini’s met joekels van zonnebrillen cocktails te slurpen aan de rand van het zwembad. Van de avonden bestonden geen foto’s, dat kon ik zelf wel verzinnen, daar hoefde je geen geleerde voor te zijn.

Hoe anders was de toestand nu ze beiden moeder waren.

Die vriendin liet haar man achter met drie kinderen. Daarbij vergeleken had ik het met twee dochters van twee en vier maar makkelijk.

Ruim voor vertrek begon ze mij ervan te doordringen hoe zwaar mijn taak zou zijn en welk een verantwoordelijkheid er straks, als zij op het strand lag met een boek, op mijn schouders rustte. Ik moest vooral niet denken dat mijn leventje zomaar doorging, dat er bijvoorbeeld nog naar voetbal kon worden gekeken.

„Ik smeer nu brood”, zei ze, terwijl ze het broodtrommeltje van de oudste stond vol te proppen, „dat doe ik dus straks niet meer”.

Ook gehoord:

„Ik draai nu de laatste was.”

„Ik veeg met de blauwe vaatdoek kruimels op.”

„Ik stond vandaag om kwart over drie op het schoolplein.”

Ze scoorde in gezelschappen met de opmerking dat ze het er een week van ging nemen, en – met veel klemtonen – dat ik de boel dan in mijn eentje draaiende ging houden. Gevolgd door de verzuchting: „Maar goed, hij is niet gehandicapt.”

De laatste paar dagen zei ze bij elke handeling hoe erg ze aan vakantie toe was en hoe moe ze was. Het was dan nadrukkelijk niet de bedoeling dat ik wat terugzei.

„Weet je wat ik in ieder geval niet ga missen?”, zei ze terwijl ze een toastje omhooghield.

Ik had geen idee.

„Dat ik in de bank en tussen de plinten allemaal etensresten vind.”

Ik weet niet of het de bedoeling was, maar ook ik begon langzaam naar het naderende vertrek te verlangen. De kinderen groeiden er ook naartoe.

„Mama is nog steeds niet weg, hè?” zei de oudste terwijl ze boven op haar koffer stond te slaan, onderwijl naar beneden roepend dat ze hoopte dat ik komende week ook tijd kon vinden om mijn berg kleren weg te werken.

Vannacht vertrok ze dan.

Het afscheid was emotioneel.

De oudste klampte zich aan haar been vast en zei ferm: „Ik ga papa helpen.”

Om vijf uur in de ochtend, een paar uur eerder dan normaal, zaten we met z’n drieën naar Puffin Rock op Netflix te kijken.

„Eindelijk vakantie”, zei de oudste.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.