Met studie en jolijt op zoek naar een band met God

Theologische studentenclub De Theologische Universiteit bestaat 125 jaar. 's Lands kleinste universiteit leidt predikanten op. Maar zij trekt ook studenten voor wie de kansel verboden terrein is in de kerk waarmee de universiteit is verbonden: vrouwen.

Het bestuur van studentencorps Pfsar in Apeldoorn. V.l.n.r. Helen Florijn, Charlotte Molenaar, Noor van pelt, Puck de Wilde.
Het bestuur van studentencorps Pfsar in Apeldoorn. V.l.n.r. Helen Florijn, Charlotte Molenaar, Noor van pelt, Puck de Wilde. Foto Hanne van der Woude

Het zijn vooral de grapjes. Onbeduidend vaak, en vast niet altijd kwaad bedoeld. Maar toch. „Je studeert zeker theologie om straks een dominee aan de haak te slaan?” En: „Je bent toch zeker geen feminist, hè? Dat vind ik een vies woord.”

Het zijn steken onder water die de vier vrouwen, die samen het bestuur van studentenvereniging Pfsar in Apeldoorn vormen, nijdig maken. „Het is gewoon seksisme. Punt”, zegt Helen Florijn, met 24 jaar de oudste van de vier. „Maar eigenlijk zijn dit soort opmerkingen mij de adem door mijn keel niet waard.”

Toch is het voor buitenstaanders bijzonder: vier jonge vrouwen aan het roer van een theologische studentenvereniging, in een tijd dat het kerkverband van Christelijk Gereformeerde Kerken – waar hun universiteit aan is verbonden – onlangs na jaren studie nog uitsprak dat vanuit de Bijbel geen ruimte is voor vrouwen in de ambten van ouderling, diaken, en predikant.

Ruim honderd studenten volgen hier, bij de Theologische Universiteit aan het statige Wilhelminapark in Apeldoorn, de enige opleiding die in de catalogus staat vermeld: theologie. Van de voltijdsbachelorstudenten is 42 procent vrouw, tegenover 10 tot 15 procent tien jaar geleden. Helemaal bovenin het gebouw bevindt zich de Areopagus, zoals de zolder gedoopt is. Een studentikoos hok met een pingpongtafel, een bar en versleten banken.

Terwijl de apostel Paulus de berg Areopagus beklom om met Griekse filosofen in debat te gaan, treffen de theologen in opleiding hier van oudsher vooral elkaar. Al sinds de universiteit honderd jaar geleden haar intrek nam in het gebouw, is het een vrijplaats waar studenten even student kunnen zijn voordat ze, meestal nog als twintiger, de pastorie betreden. „Wat hier op zolder gebeurt, blijft hier op zolder”, bevestigt praeses Noor van Pelt (21) met een knipoog. Quaestor Puck de Wilde licht toe: „Dit is een plek voor een lach en een traan. Om even niet met oude teksten bezig te zijn.”

Raadselachtige rituelen

Bij de oprichting in 1904 heette de vereniging Dindua (‘Door Inspanning Nuttig, Door Uitspanning Aangenaam’), maar algauw veranderde de naam in Pfsar (een afkorting uit het Latijn: ‘Door geloof en studie naar de kansel’). Het is in veel opzichten een studentencorps als alle andere, inclusief voor de buitenwacht onbegrijpelijke mores. Zo noemen de leden elkaar steevast bij de achternaam, voorafgegaan door ‘amica’ of ‘amice’. Ook zijn er raadselachtige rituelen tijdens het noviciaat (ontgroening), waar de vrouwen niets over loslaten. En wie vóór 12 uur ’s avonds iets anders dan bier bestelt, moet een centje in de pot doen.

Lees ook: Het gereformeerde bastion breekt

Op het barmeubel slingert een almanak waarin het verleden van de vereniging in tekst en beeld is vastgelegd. Waar je het boekwerk ook openslaat, je ziet overal foto’s van in pak gestoken jongeheren die met een mengeling van ernst en vrolijkheid de camera in kijken.

Al bladerend begrijpt abactis Charlotte Molenaar (20) wel dat een viervoudig vrouwelijk leiderschap in het oog springt. „Maar we zijn niet de eerste vrouwen in de senaat”, zegt de secretaris. „En amica Van Pelt is ook niet de eerste vrouwelijke praeses.” Bovendien, benadrukken de vier bestuursleden: een functie in een bestuur is helemaal geen kerkelijk ambt.

Zoals iedere ontwikkeling in het behoudende deel van de Nederlandse kerk, verloopt ook de opmars van vrouwen hier in stapjes. Maar terwijl de twee kerkgenootschappen van de Nederlands Gereformeerden en de Vrijgemaakt Gereformeerden recentelijk besloten vrouwen tot ‘de ambten’ toe te laten, trok het kerkverband van de Christelijk Gereformeerde Kerken daar een grens. Het is zelfs één van de belangrijkste redenen waarom de Christelijk Gereformeerden onlangs uit het overleg zijn gestapt om met de Theologische Universiteit in Kampen één Gereformeerde Theologische Universiteit te vormen.

Spreekgestoelte

Het roept de vraag op: wat heb je te zoeken op een studentenvereniging die je belooft ‘door geloof en studie naar de kansel’ te leiden, terwijl die kansel voor jou niet openstaat? Die vraag hoort het viertal vaker. Helen: „Het Latijnse Rostra, de laatste letter van de afkorting uit onze naam, wordt door de universiteit vaak met kansel vertaald. Maar het kan méér betekenen, ook ‘spreekgestoelte’ in het algemeen bijvoorbeeld. Bovendien is het een misverstand dat wij allemaal predikant willen worden.” Beroepen als docent godsdienst, kerkelijk werker, of leidinggevende in een zorginstelling staan bijvoorbeeld wel open voor vrouwen.

De vier hebben elk zo hun eigen redenen om theologie te studeren. De gemene deler: zelfontplooiing. Noor: „In mijn kerk voelde ik niet de ruimte om alle vragen te stellen die ik had. Juist hier kan ik er elke dag mee bezig zijn.” Ze kozen voor de studie in Apeldoorn omdat hier van alle opleidingen theologie de oude talen (Grieks, Hebreeuws, Latijn en zelfs wat Aramees) nog altijd een grote plaats in het curriculum innemen. Helen: „Prachtig vind ik dat, oude teksten vertalen zodat je ontdekt wat er ooit écht met die teksten werd bedoeld. Zo zag ik onlangs in een tekst in Zacharia ineens iets van Gods liefde en genade doorschijnen.”

Tijdens hun studie komen de zekerheden van het christelijke geloof ter discussie te staan. De vrouwen krijgen niet alleen maar dogma’s aangereikt, maar ruimte om te denken, meer dan in de kerken gebruikelijk is. „Daar wordt je geloof alleen maar dieper van”, zeggen ze eensgezind.

De vier studenten maken dankbaar gebruik van de keuzevrijheid die met de invoering van het bachelor/mastersysteem in 2004 is ingevoerd. Ze kiezen voor hun bachelor in Apeldoorn omdat die hun het beste leek, maar verwachten alle vier elders hun master te doen omdat die weer interessanter lijken. Bijvoorbeeld aan één van de opleidingen van kerken waar ze wél predikant mogen worden, al laten ze de vraag of ze al dan niet een ‘roeping’ voor dit ambt hebben liever nog even in het midden.

YouTube

Om theoloog te zijn, hebben ze de kerk niet per se nodig. Charlotte droomt er wel eens van om op Instagram en YouTube een ander geluid te laten horen. „Iedereen vertelt elkaar daar de hele dag dat je perfect bent zoals je bent. Als christen leer je dat je hoe dan ook tekortschiet ten opzichte van God en elkaar, maar dat God genade schenkt. Je hoeft het niet allemaal zélf te doen. Dat kan ontspanning geven.”

Noor zou de samenleving wel een lesje willen leren over zelfhulpboeken. „De kracht van kwetsbaarheid, brrr. Of die Jordan Peterson met zijn 12 rules for life. Zo simpel is het leven gewoon niet.” Vergeleken met de eeuwenoude teksten die de vier hier op de universiteit vertalen en interpreteren hebben dit soort verhalen volgens hen véél te weinig diepgang.

Voor het beleidsplan van hun vereniging kozen de vier de sleutelwoorden harmonie, samen leven en samen luisteren. Gevraagd naar hun toekomstvisie voor de kerk zijn ze duidelijk: „In elk geval géén scheuringen. We leren hier op de vereniging juist dat je óók kerk kunt zijn terwijl je niet over alles hetzelfde denkt.”

Seksisme

Maar zijn ze dan helemaal nooit bóós over de achterstelling van vrouwen in het kerkverband? Toch wel, maar ze willen niet met hun onvrede te koop lopen. In de praktijk vinden de vier hun hoogleraren juist aan hun zijde als ze seksisme tegenkomen, zeggen ze. Helen: „De rector riep ons laatst als vrouwelijke studenten zelfs bij elkaar om van ons te horen waar we tegenaan lopen.”

„Het komt er soms allemaal wat lomp uit bij die mannen”, zegt Charlotte. En, zegt Puck, „het zou echt mooi zijn als mannen zélf zich eens bewuster tonen, bijvoorbeeld van hun grapjes.” Maar, vult Noor aan: „De hoogleraren komen óók gewoon bij ons thuis onze vieze meuk opeten en gaan soms mee op weekend. Dan ontdekken we de mens achter de docent en zien we hoe positief ze bijvoorbeeld met hun eigen vrouwen omgaan. Eigenlijk is het jammer dat we in de media komen met dit thema. Wij zijn er eigenlijk al een beetje klaar mee.” Puck: „We zijn toch in de eerste plaats allemaal schepselen van God, die op hun talenten beoordeeld moeten worden?”