De geluidsbarrière waar veel mensen last van krijgen

Gehoor Er zijn naar schatting 1,6 miljoen slechthorenden in Nederland. Lang niet iedereen doet er iets aan. „De schaamte voor een hoortoestel is hardnekkiger dan bij een bril.”

‘Een gesprek zoals we dat nu hebben, had een halfjaar geleden niet gekund”, zegt Joost Overmars (62) op een Utrechts terras. Aan zijn linkerzijde raast verkeer door de binnenstad, aan een tafeltje rechts van hem zitten twee twintigers hard te praten. „Ik had jou moeten vragen links van me te gaan zitten en had mijn linkeroor naar je toe moeten draaien. En dan nog zou ik delen missen.”

Maar die tijd is voorbij. Een subtiel aanwezig draadje boven zijn rechteroor verraadt dat muziekdocent Overmars een gehoorapparaat heeft. Lange tijd heeft hij het zonder gered, maar vanaf zijn zestigste werd het lastig mensen te verstaan. Een halfjaar geleden stapte hij naar de audioloog.

De lijst van mogelijke negatieve gevolgen van slechthorendheid is beangstigend. Wie geen hulp zoekt, loopt een verhoogd risico op eenzaamheid, blijkt uit onderzoek van onder meer de VU in Amsterdam, en op stress en vermoeidheid (onderzoek van de Werkgroep Slechthorendheid van het Nederlands Huisartsen Genootschap). Verder onderzoek is nodig, maar in medisch tijdschrift The Lancet in 2017 werd slechthorendheid zelfs aangewezen als een van de factoren die de kans op dementie vergroten.

Hoeveel mensen in Nederland slechthorend zijn is niet bekend. In 2018 waren bij de Nederlandse huisartsen 761.000 mensen met de diagnose slechthorendheid bekend, maar experts schatten doorgaans dat het er 1,6 miljoen zijn. Die cijfers zijn gebaseerd op onderzoek van de Raad voor Gezondheidsonderzoek uit 2003, die toen becijferde dat één op de tien Nederlanders last heeft van gehoorverlies. Volgens expertisecentrum VeiligheidNL is het aannemelijk dat de werkelijke cijfers door (onder meer) de vergrijzing inmiddels hoger liggen en zullen blijven stijgen.

Mazelen

„Als je maar oud genoeg wordt, kun je erop wachten dat je op een gegeven moment slechter gaat horen”, zegt Liane Tan, kno-arts in ziekenhuis Tergooi in Hilversum. „Je krijgt te maken met natuurlijke slijtage van de haarcellen – dat zijn zenuwcellen die het signaal uit het oor doorgeven aan de hersenen – in het binnenoor en kunt vooral hoge tonen lastiger horen.” (Langdurige) blootstelling aan hard geluid – vuurwerk, muziek of machinegeluid –, medicijngebruik, erfelijkheid en bepaalde ziektes kunnen dat proces versnellen.

Overmars heeft als kind de mazelen gehad. „Dat virus heeft mijn gehoorzenuw aangetast, waardoor ik al vanaf mijn vijfde rechts erg slecht hoor.” Daarnaast heeft Overmars veel in bandjes gespeeld en heeft hij tijdens zijn werk op een middelbare school vrijwel constant geluid om zich heen.

Mensen die slechter gaan horen wachten gemiddeld nog zeven tot tien jaar voordat ze professionele hulp zoeken, becijferde TNS NIPO in 2010. Dat heeft te onder meer maken met het imago van het hoortoestel, zegt Sophia Kramer, hoogleraar auditief functioneren en participatie bij het VUmc in Amsterdam. „De schaamte voor een hoortoestel is veel hardnekkiger dan bij bijvoorbeeld een bril.”

Hoewel sommige audicienketens het stigma van het hoortoestel af proberen te halen (bijvoorbeeld met de slogan: „Zonder hoortoestel, dan lijk je pas oud”), leggen anderen de nadruk op kleinere en onopvallende hoortoestellen. De kleinste hoortoestellen die nu op de Nederlandse markt zijn, zijn een centimeter breed en ongeveer een halve centimeter hoog.

Een reclame met de slogan „Zonder hoortoestel, dan lijk je pas oud”.

Enerzijds zorgt die ‘onzichtbaarheid’ ervoor dat mensen die zich anders te veel zouden schamen, nu toch een hoortoestel gaan gebruiken. Anderzijds draagt het bij aan het beeld dat een hoortoestel iets zou zijn om je voor te schamen, waarschuwt Kramer. „Daarmee zeg je eigenlijk: ze mogen er niet zijn. Je versterkt het stigma.”

Uitstelgedrag

Van schaamte heeft Overmars geen last gehad, zegt hij. Toch zat er bij hem ook ruim twee jaar tussen het moment dat hij constateerde dat zijn gehoor te slecht werd, en hij zich een toestel liet aanmeten. „Uitstelgedrag”, verklaart hij. Ook speelde mee dat hij ondanks een slecht gehoor nog prima functioneerde. „Zelfs als je de helft fysiek niet verstaat, maakt je brein er wel chocola van.”

Toch was de grens op een gegeven moment bereikt. „Bij feestjes moest ik bijna tegen mensen aan gaan staan om ze te verstaan. Toen ik leerlingen iets drie keer moest vragen voor ik het verstond, dacht ik: dit kan echt niet meer.” Ook merkte hij dat slecht horen hem veel energie kostte. „Na een dag naar leerlingen luisteren, was ik twee keer zo moe als voorheen.”

Niet verwonderlijk, zegt Kramer. Uit haar onderzoeken blijkt dat slechthorenden meer inspanning leveren om geluiden te interpreteren. „Horen is één, maar verstaan is een tweede. Slechthorenden hebben meer informatie over de context nodig om te begrijpen wat er wordt gezegd. Interpreteren kost denkkracht.”

De problemen zijn niet meteen de wereld uit als je een hoortoestel neemt. „Bij de eerste afspraak vertel ik altijd dat het veel kan verbeteren, maar het natuurlijke gehoor nooit kan vervangen”, zegt audicien David Croonen van Beter Horen in Maarssen. „Bovendien kost het tijd om te wennen en voordat de optimale instellingen zijn gevonden.”

Heel hard of heel zacht

De klant die vijf minuten later met een gitaarhoes over zijn schouder de spreekkamer van Croonen binnenstapt, is daar het levende bewijs van. De 71-jarige Frans Nelissen uit Maarsseveen draagt sinds zijn vijftigste een hoortoestel, maar is op deze druilerige woensdag bij de audicien om zijn nieuwe exemplaar – dat hij sinds twee weken op proef heeft – opnieuw af te laten stellen.

Toen Nelissen slechthorend werd, waren er nog geen oplossingen die voor hem voldeden, zegt hij. „Die toestellen konden alleen maar keihard of heel zacht versterken.” Nu hij meer opties heeft, wil hij alles uit het apparaat halen wat erin zit. Zijn eisenpakket is specifiek: hij wil gesprekken kunnen voeren, een auto horen aankomen als hij op de racefiets zit en mooi geluid hebben als hij zelf gitaar speelt. „En ik wil niet te veel aan knopjes hoeven kloten.” De testweken bevielen, maar bij het gitaarspelen vervormt de toon nog. De audicien doet zijn uiterste best aan alle wensen te voldoen.

Croonen maakt via zijn computer verbinding met het hoortoestel en Nelissen haalt een mondharmonica tevoorschijn. Fanatiek begint hij erop te blazen. Terwijl de audicien geconcentreerd met frequentielijntjes op het computerbeeld schuift, geeft Nelissen aanwijzingen. „Nu klinkt het als een kazoo.” „Nu bibbert de toon.” Even later wordt ook de meegebrachte gitaar erbij gepakt: „Nu klinkt het alsof ik in een doos met watten zit te spelen.” De instellingen van de audicien lossen het probleem helaas niet volledig op, hij besluit het toestel naar de fabrikant te sturen voor controle.

Naast de specifiekere aanpassingen, kunnen ook kleinere oplossingen meewerken. Hoogleraar Kramer ontwikkelde een training met adviezen over onder meer akoestische aanpassingen in huis, of de beste plek om te gaan zitten. „Slechthorenden zitten vaak ongemerkt met hun slechte oor naar de visite toe. Ook helpt het om de mond van de spreker goed te zien en kan je je gesprekspartner vragen langzaam en duidelijk te praten.” De training wordt aangeboden bij een audiciensketen en de eerste resultaten zijn veelbelovend, zegt Kramer.

Lees ook: Kabinet: gebarentolken vaker inzetten bij crisiscommunicatie

Voor Overmars is het hoortoestel in ieder geval een goede oplossing gebleken. Al was het wel wennen ineens alles weer te horen. „Ik liep de audicienswinkel uit, en kwam in een andere wereld terecht. Ik hoorde mijn schoenen knarsen op de stoep en mijn voetstappen weerkaatsen tegen een muur. De eerste dagen was het geluid van bestek op een bord een marteling: alsof iemand vlak voor mijn oor met een hamer op een fles sloeg.”

Inmiddels is hij gewend. „Ook hier past je lichaam zich bewonderenswaardig snel aan.” En het belangrijkste: hij kan weer een gesprek voeren waar en wanneer hij wil. Ja, ook op een terras tussen verkeer en luidruchtig pratende twintigers.