Tijd voor een ander soort bankieren

Bestuursvoorzitters grote banken De bestuursvoorzitters van ING, ABN Amro en de Rabobank sluiten zich aan bij een mondiaal initiatief voor een duurzamer wereld. „Het aanbod volgt vanzelf.”

De Klimaatbankiers. Van links naar rechts: Kees van Dijkhuizen (ABN AMRO), Wiebe Draijer (Rabobank) en Ralph Hamers (ING).
De Klimaatbankiers. Van links naar rechts: Kees van Dijkhuizen (ABN AMRO), Wiebe Draijer (Rabobank) en Ralph Hamers (ING). Foto Olivier Middendorp

Duurzame hoofdkantoren hebben ze allemaal al. En steun aan het klimaatakkoord dat het kabinet-Rutte eerder dit jaar sloot, beloofden ze ook al. Nu is het tijd voor een volgende stap van de financiële sector in de strijd tegen de opwarming en uitputting van de aarde. Niet via hun eigen bedrijfsvoering, daar valt naar eigen zeggen weinig te winnen, maar via hun klanten.

Zondag, voorafgaand aan de VN-klimaattop met regeringsleiders op deze maandag, ondertekenden de vijf Nederlandse banken (Rabobank, ING, ABN Amro, Triodos en de Volksbank), samen met nog een kleine 130 anderen, het mondiale initiatief van de Verenigde Naties met daarin principes voor verantwoordelijk bankieren.

Doel van dat initiatief is dat de deelnemende banken, die gezamenlijk 47.000 miljard dollar (42.600 miljard euro) aan beheerd vermogen hebben, hun beleid in overeenstemming brengen met de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs en met de duurzame ontwikkelingsdoelen die de VN in 2015 vaststelden. Of, zoals VN-baas António Guterres het verwoordt: „Deze principes zijn een gids voor banken wereldwijd om een antwoord te geven op, mee te werken aan en te profiteren van een duurzame economische ontwikkeling.”

Kern van het akkoord is dat banken nu een gezamenlijke set afspraken hebben waarlangs zij hun eigen strategie kunnen leggen. „Kapitaal wegsturen van grondstofhongerige, bruine investeringen naar investeringen die de natuur ondersteunen als oplossing”, aldus Inger Andersen, directeur van het VN-Milieuprogramma.

Voorafgaand aan die bijeenkomst in New York maken de drie bestuursvoorzitters van de drie grootste Nederlandse banken – Kees van Dijkhuizen (ABN Amro), Ralph Hamers (ING) en Wiebe Draijer (Rabobank) – tijd om gezamenlijk het belang van een omslag naar een ander soort bankieren toe te lichten.

Lees ook: Laat banken niet wegkomen met greenwashing

Wat gaat er concreet voor jullie veranderen na de ondertekening van dit akkoord?

Van Dijkhuizen: „Eerlijk gezegd niet zo heel veel, we lopen als Nederlandse banken al aardig voorop. Het belang van dit akkoord is vooral de gezamenlijkheid. Elke bank is al bezig om haar investeringen te verduurzamen, om haar hypotheekportefeuille te vergroenen.”

Hamers: „De gezamenlijke methodiek om de voortgang te meten is het grote winstpunt. Wij pakken onze verantwoordelijkheid om in overleg met onze klanten de stappen naar duurzaamheid te zetten. Als één bank dat doet, heb je te weinig. Als we het allemaal doen, heeft het echt impact.”

Wat gebeurt er als jullie de doelstellingen van het akkoord niet halen?

Draijer: „Er is geen instantie die dat internationaal controleert en sancties oplegt. Tegelijkertijd kiezen we ervoor om er publiekelijk over te spreken. Daarmee worden de doelstellingen transparant en kunnen onze klanten ons eraan houden.”

Hamers: „Het is niet iets waarmee we gaan marchanderen, het is geen marketingtool, daar is het te belangrijk voor. Natuurlijk moet er uiteindelijk een raamwerk komen waarmee anderen kunnen controleren. We kunnen als financiële sector gaan zitten wachten totdat overheden daar iets over hebben besloten, maar dat willen we niet.

Van Dijkhuizen: „Ik sta er eerlijk gezegd van versteld hoe snel dit is gegaan. Tegelijkertijd kan er nog veel verbeteren in de manier waarop er gerapporteerd wordt over duurzaam. Ik verwacht dat er over niet al te lange tijd hardere internationale verantwoordingsregels komen die zich kunnen meten met de manier waarop we nu naar financiële prestaties kijken.”

Wat betekent de omslag naar duurzaam bankieren intern? Rekenen jullie je personeel inmiddels af op duurzame resultaten?

Hamers: „Jazeker, te beginnen bij de top. Een van de zeven doelstellingen die ikzelf moet halen is een groei in duurzaamheid van de bank, op strategisch niveau. Via de top gaan die doelstellingen ook verder de organisatie in.”

Draijer: „Natuurlijk hebben we die doelstellingen voor onze mensen. Nog te weinig mensen financieren de vergroening van hun huis mee in de hypotheek als ze een huis kopen. Dat moet omhoog.”

Van Dijkhuizen: „We kunnen als grote bank niet zeggen dat we ineens helemaal stoppen met plastic of fossiele energie. Maar als bestuur hebben wij wel doelstelling voor onszelf opgesteld voor de overgang naar meer duurzame activiteiten. Bijvoorbeeld welk deel van onze uitstaande leningen in energie hernieuwbaar moet zijn. Vorig jaar was dat 7 procent, nu al 15 en volgend jaar moet dat 20 procent zijn. En onze private banking-klanten bieden we allemaal in eerste instantie een duurzaam beleggingsproduct aan. Daar kan de klant natuurlijk van afwijken, maar onze inzet is eerst: duurzaam.”

Lees ook: Nederland kan volop profiteren van een snelle energietransitie

Jullie zoeken elkaar nadrukkelijk op, op dit thema. Zo vaak staan jullie niet met zijn drieën schouder aan schouder. Zien jullie het niet als een mogelijkheid om te concurreren?

Van Dijkhuizen: „Nee, juist niet. Er zijn een heleboel onderwerpen waar we van de toezichthouders niet eens met elkaar over mógen praten, en terecht. Maar duurzaamheid is, net als bijvoorbeeld de gezamenlijke aanpak van witwassen, een onderwerp waar we samen sterker zijn dan alleen. Als je dit als wedstrijd ziet, dan heb je niet begrepen waar het over gaat. Duurzaamheid is geen bumpersticker. De relatie tussen ons drieën is goed, dat scheelt ook.”

Hamers: „Dit thema is maatschappelijk zo relevant, daar gaan we elkaar niet op beconcurreren. Natuurlijk is het wel zo dat we elk onze eigen initiatieven blijven nemen om verder te komen. De een heeft goede ervaringen hoe hypotheekklanten geholpen kunnen worden met het verduurzamen en deelt die ervaringen met de anderen. Een ander heeft weer meer zicht op de zakelijke markt en bespreekt met zijn collega’s hoe daar winst te behalen is.”

Draijer: „Het succes van deze omslag staat of valt ook met gezamenlijkheid. Als je bijvoorbeeld zekerheid wilt of theeblaadjes duurzaam en verantwoord zijn geplukt, of er conform wet- en regelgeving wordt gewerkt op een plantage, dan moet je zorgen voor een sluitend systeem voor de hele keten. Grote en kleine banken, die allemaal een deel van de theeproductie financieren, moeten dan samenwerken. Dat geldt ook bij het verduurzamen van woonwijken. Daar zitten klanten van ons allemaal, dus waarom zou je dan geen gezamenlijk initiatief nemen.”

Foto Olivier Middendorp

De banken die nu dit akkoord ondertekenen, zijn goed voor 43.000 miljard euro aan belegd vermogen. Als dat allemaal vergroend moet worden, levert dat een gigantische vraag op naar duurzame investeringen. Is er wel voldoende aanbod?

Draijer: „Er wordt nu heel veel groen gemaakt in de markt. Er komen veel groene obligatieleningen op de markt die niet echt supergroen meer zijn, er ontstaan vele tinten groen. Dat is op zich geen probleem, wij kunnen als financiële instellingen bepalen waar we in stappen of niet en klanten zelfs helpen bij de ontwikkeling van meer solide groene beleggingen.”

Hamers: „Bedrijven zien dat de kapitaalmarkt vraagt om groen. Gesprekken die wij vroeger in ons eentje voerden met een klant over verduurzaming, worden nu door een hele sector gevoerd. Natuurlijk zit er nu nog veel lichtgroen tussen, maar het schuift wel op. De duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN helpen daar ontzettend bij. Wij kunnen bijvoorbeeld tegen een klant zeggen dat als hij progressie laat zien bij het behalen van die doelen, de rente op een lening omlaag gaat.”

Van Dijkhuizen: „De vraag is er nu, het aanbod zal vanzelf volgen. Uiteindelijk zal alles groen worden, daar ben ik van overtuigd.”

In de verklaring van de VN staat nadrukkelijk dat banken de omslag naar duurzaam kunnen helpen inzetten, maar er ook van kunnen profiteren. Delen jullie dat?

Hamers: „Natuurlijk. Als je als financiële instelling je geld steekt in bedrijven die verantwoord omgaan met hun omgeving, dan heeft dat gewoon economische waarde. De kans dat het met zo’n bedrijf goed gaat is groter dan met een bedrijf dat te weinig rekening houdt met de toekomst.”

Draijer: „Klimaatrisico’s hebben ook een financiële kant. We zitten als banken niet in het defensief op dit dossier, we nemen zelf het voortouw. Eerst met onze bijdrage aan het klimaatakkoord, nu hiermee. Een paar jaar geleden was groen financieren nog een hype, nu gaat de hele economie die kant op.”

Van Dijkhuizen: „Vergelijk het met de sociale kwestie van ooit, de bedrijven die als eerste stopten met kinderarbeid en voor huisvesting zorgden voor hun werknemers, liepen toen voorop. Dat waren de Philipsen en Unilevers van deze wereld. De bedrijven die nu op duurzaamheid vooroplopen zien wij als bedrijven van de toekomst. En uiteindelijk profiteren we daar allemaal van.”