Opinie

De snelle kooiboois van PSV

Wilfried de Jong

Als trainer Ten Hag zich ergens zorgen om maakte voor het duel met PSV, dan was het om die vier kooiboois van ‘hun’ bij een counter. In de filmhistorie zijn kooiboois – vanaf nu weer gewoon cowboys – doorgaans blanke mannen met een gelooide huid. Ze dragen versleten laarzen en maken bij warm weer graag werk van een entree door twee piepende saloondeurtjes. Een tikje lui lijken ze, tot ze ergens op de prairie in gevecht raken. Dan blijken ze razendsnel te kunnen paardrijden en schieten ondertussen een revolver leeg.

„Hun hebben een bepaalde kracht”, zei Ten Hag vlak voor de topper. Hij doelde op de jonge voorwaartsen van PSV: Bergwijn, Malen, Bruma en Ihattaren. Waar nu precies zijn vergelijking met de ouderwetse cowboys op sloeg werd me niet helemaal duidelijk. Bedoelde de coach van Ajax dat de vier aanvallers vuurden als ze eenmaal in de buurt van het doel kwamen?

Ajax maakte zich op voor de strijd. Onana wilde nog snel een slokje water en probeerde tevergeefs met keepershandschoenen aan de dop van een flesje water los te krijgen. Ziyech keek geconcentreerd omhoog en zag PSV-clubicoon Willy van der Kuijlen over het hoofd.

Ajax had veelvuldig de bal, PSV wachtte af om toe te slaan.

De meest opvallende cowboy bleek Ihattaren. De jongen is pas zeventien jaar en nu al dreef hij de verdedigers uiteen. In de tweede helft slalomde hij langs spelers, zag in twee uitstaande benen een poortje en had ook nog oog voor een collega.

Het was uiteindelijk zijn maatje Malen die de gelijkmaker scoorde. In een flits. Hij had zich uit laten zakken en werd op hoge snelheid aangespeeld. Ik moet Ten Hag nageven dat die sprint van Malen en zijn manier van schieten perfect was.

Het stond er ook in één keer op, het hoefde niet over van de regie.

De vlugge actie stond in schril contrast met een jeugdbeeld dat in een verhaal op de site van de NOS werd opgeroepen; Malen zou als jongetje van acht in het Noord-Hollandse dorpje Westerland met klompen aan op een pollenveldje hebben gevoetbald.

De klomp, het langzaamste schoeisel denkbaar.

Erik ten Hag zag het vanaf de bank gebeuren. Hij had nog zo gewaarschuwd voor die cowboymanieren. „Malen is een bloedsnelle jongen. Als hij gaat, is ie weg.” Ik wachtte nog op ‘sneller dan zijn schaduw’, maar die knipoog naar Lucky Luke kwam niet over zijn lippen.

Ook Ihattaren verscheen na afloop voor de televisiecamera. Een open blik, voor de duivel niet bang, net als Malen.

„Jullie worden kooiboois genoemd, weet je dat?”

De aanvaller keek met een vraagteken op het voorhoofd naar de interviewer. Het zei hem niet zo veel en een eventuele uitnodiging voor het Nederlands elftal ook niet. Zijn vader is ernstig ziek. Na de wedstrijd was dát waar hij meteen weer aan dacht, niet aan een oranje shirt of een schietgrage filmheld: „Mijn vader gaat voor alles.”

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.