Opinie

Na de moord overheerst retoriek en stoere taal

De Rechtsstaat

Minister Grapperhaus kondigde bij de NOS tussen de Algemene Politieke Beschouwingen door dus een nieuwe ‘Anti Drugs Brigade’ aan, naar het voorbeeld van de Amerikaanse DEA. Aanleiding was de ophef over de moord op de advocaat van een kroongetuige deze week, waarschijnlijk door de drugsmaffia. Zo’n brigade zou niet ten koste mogen gaan van de politiesterkte, voegde hij er aan toe.

Ofwel, het geld zou van elders moeten komen, niet van zijn begroting. Nu klinkt ‘brigade’ niet naar een kantoortje van drie man, ingekwartierd op de tweede etage van het kadaster. En ook niet naar een variant op de dierenpolitie, de meest recente (mislukte) poging om een politieke wens een politie-uniform aan te trekken. Grapperhaus had het over ‘specialisten’ die een ‘schakel’ moesten worden tussen recherche, digitale opsporing, Europol en buitenlandse diensten. Met als bijvangst dat het de politie zou ontlasten die dan meer actief in de wijk kon worden.

Zou die ‘ADB’ dan lijken op de Financial Intelligence Unit, die fraudesignalen verzamelt, analyseert en doorspeelt aan de opsporing? Of wordt het een variant op de FIOD, van de belastingdienst, maar dan alleen voor drugs? Dat zou, gezien de huidige ‘geen kilo’s maar euro’s’-strategie van de recherche meer voor de hand liggen. Het jagen op koeriers, containers en opslagplaatsen zet immers geen zoden aan de dijk. Hoeveel kilo’s er ook in beslag worden genomen, de prijs voor de consument daalt niet en het aanbod blijft gewoon groeien. Dood spoor dus, zei de vorige Amsterdamse politiechef al. De geldstromen achterhalen, daar liggen nog wel kansen, is de wijsheid van dit moment.

Of moeten we met een drugsbrigade aan de marechaussee denken? Daar hebben ze al een paar brigades. Dan zou in defensiejargon deze club de Brigade Anti Drugs moeten gaan heten, ofwel BAD. Ook niet slecht, toch? „Goedemiddag, wij zijn van BAD”. Ik zie de T-shirts al voor me.

In het Kamerdebat dook deze ‘brigade’ al bij het CDA op in een even schimmige vorm, als ‘interventieteams’. Die moeten dan ‘specifieke capaciteit’ vormen, waarin ‘kennis en expertise’ worden gebundeld zodat het ‘forceren van doorbraken’ mogelijk wordt. Heerlijke taal, recht uit de Generale staf van het Antidrugs hoofdkwartier. Mannen, geeft acht, we gaan doorbraken forceren!

Het hele debat was van dergelijke stoere taal doordrenkt: doorpakken, nieuwe stappen zetten, onorthodoxe maatregelen, doorzettingsmacht, de ‘vlucht vooruit nemen’ met ‘zware maatregelen’. De georganiseerde criminaliteit is immers ‘een andere tak van sport’ die om een andere aanpak vraagt dan ‘dader pakken, (en) straffen via de rechter’. O ja? Gooien we die lui dan maar gewoon in zee, als we ze hebben? Is dat voldoende onorthodox? Met als uitleg, ‘dit is nu eenmaal een andere tak van sport, sorry hoor’. Nee, het werd tijd om nu eens ‘echt een slag’ toe te brengen. Het was zelfs ‘do or die’ voor de rechtsstaat, vond de christelijke politicus Segers. Het businessmodel van de drugshandel moest verder ‘ontmanteld worden’ vond D66.

Goed idee – vind ik ook. Wie vindt het eigenlijk niet? De premier praatte vrolijk mee. Zeker, dat moest allemaal gebeuren. Sterker, eigenlijk gebeurde het ook al, gezien het regeerakkoord.

Het Kamerlid Van Toorenburg (CDA) was er een beetje dronken van geworden. Ze twitterde na het debat dat er „tot voor kort slechts half weerstand werd geboden” aan de drugsmaffia. Maar nu „hebben we het tij weten te keren”. Wauw. Iedereen z’n eigen bubbel, maar als je denkt dat je ‘het tij hebt gekeerd’ na een middagje elkaar verbaal opjutten, dan moet je toch even rust nemen. Kortom, hoofdzakelijk retorische en soms zelfs dubieuze kletskoek. Nergens precies geformuleerd, met alleen lippendienst aan bestaande juridische kaders.

En moeten de tipgelden echt substantieel worden verhoogd? Nu is dat hooguit een ton. Diverse fracties vonden dat er beter in miljoenen euro’s gedacht kon worden. Dat past in het kroongetuigenmodel: het kopen van informatie, maar nu voor bedragen met staatsloterij-achtige allures. Zullen we daar ook nog even over nadenken?

Folkert Jensma is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.