Opinie

De snijwonden van Rutte I en II

Marike Stellinga

We zitten nu alweer jaren in een hoogconjunctuur, de economie draait als een tierelier en de schatkist heeft zelden zo veel jaren achter elkaar een overschot gekend. Het kan niet op. Toch bleek deze week tijdens Prinsjesdag en de politieke beschouwingen dat de overheid na al die jaren voorspoed nog steeds last heeft van de snijwonden van de vorige twee kabinetten: Rutte I en Rutte II.

Dat werd pijnlijk duidelijk dankzij Rob Jetten. De D66-fractievoorzitter draaide zich tijdens zijn inbreng voor de Algemene Politieke Beschouwingen om naar ‘vak-K’, de plek waar alle ministers, staatssecretarissen en premier Rutte zitten in de Tweede Kamer. „Wie van u heeft geen problemen met zijn uitvoeringsorganisatie?” vroeg Jetten. Hij moest concluderen: „Dat zijn er inderdaad maar heel weinig, zelfs niemand.”

Inderdaad, problemen te over bij de uitvoeringsorganisaties die „het gezicht van de overheid zijn”, zoals de koning in de Troonrede deze week mooi zei. Kijk maar naar de Belastingdienst, het bureau dat rijbewijzen afgeeft, het CBR, en uitkeringsinstantie UWV. Kijk naar de tekorten bij rechtbanken, bij het ministerie van Defensie, de politie, het onderhoud van bruggen en wegen. Er is achterstallig onderhoud of het ontbreekt aan personeel. En nu het kabinet dat probeert te verhelpen, is dat zo makkelijk niet. Personeel is moeilijk te vinden op een krappe arbeidsmarkt. Je kunt nóg breder kijken, naar gemeenten die klagen over tekorten bij de jeugdzorg bijvoorbeeld. „Burgers hebben zó vaak op zó veel plekken het gevoel dat de overheid er niet voor hen is en dat ze tegen een muur oplopen”, zei Gert-Jan Segers van de ChristenUnie.

De Rekenkamer concludeerde dit voorjaar dat de gevolgen van de bezuinigingen nog steeds voelbaar zijn. „Er is te gemakkelijk gezegd: we halen het vet van de botten. Terwijl we in heel veel gevallen al op de botten zaten of in de spieren sneden. De continuïteit van de dienstverlening staat ter discussie”, zei president Arno Visser in mei in NRC. „Met de kaasschaaf in de hand werd gezegd: je moet hetzelfde doen met minder mensen en minder geld. Is dat gelukt? Nee.”

De Rekenkamer constateerde toen dat het kabinet alweer geld wilde uitgeven aan nieuwe zaken, terwijl bestaande problemen niet waren verholpen. Daarvan lijkt nu iedereen in Den Haag doordrongen. Alle 150 Kamerleden steunden een motie van CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma om een parlementair onderzoek in te stellen naar „de oorzaken van de problemen bij uitvoeringsorganisaties en het verlies van de menselijke maat”. Het kabinet is al bezig met een probleemanalyse. Hoe kunnen burgers en bedrijven weer ervaren dat de overheid er daadwerkelijk voor hen is?, staat in de Miljoenennota.

Dat er problemen zijn komt niet alleen door bezuinigingen, maar ook door de veranderlijke eisen die kabinet en Kamer zelf aan die organisaties hebben opgelegd. Zo moesten de zorg-, huur- en kinderopvangtoeslagen aanvankelijk snel en soepel worden uitgedeeld aan burgers. Na de Bulgarenfraude moest de Belastingdienst juist veel strenger opereren. En nu is het weer té streng.

Er wordt van links tot rechts nagedacht over een nieuwe, grotere rol van de overheid. Zie het investeringsfonds dat het kabinet wil bouwen. Ongetwijfeld prachtig, maar vergeet de overheid die er nu al is niet.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.