Zijn er woorden die overal ter wereld hetzelfde zijn?

Durf te vragen Het woord ‘huh’ is géén overblijfsel van een oertaal waarop alle huidige talen zouden teruggaan. Maar het komt wel overal voor.

Beeld iStock

Mama! Met z’n mmmm en àààà het ideale woord om uitgesproken te worden door ongeoefende baby-mondjes. Dát woord zal toch wel in alle talen ongeveer hetzelfde zijn? „Welnee”, zegt Sasha Lubotsky. Hij is hoogleraar comparative Indo-European linguistics in Leiden. „Er zijn ook talen waarin ze hun moeder didi noemen. Of nana.”

Televisie dan! Of cola of een ander door de wereldeconomie verspreid product? „Welnee”, antwoordt Lubotsky. „Denk aan het Duitse Fernsehen. Veel talen maken eigen woorden voor nieuwe producten. Zoals het Italiaanse pomo d’oro voor tomaat. Ik weet niet hoe het zit met cola, maar ik ben vrijwel zeker dat het érgens ter wereld wel pepsi zal worden genoemd.”

Een signaal van onbegrip

En toch, één voorbeeld kent Lubotsky van een universeel woord. Al is er discussie of het wel een echt woord is: Huh? „Daarover bestaat een onderzoek van Mark Dingemanse uit Nijmegen, waarvoor hij in 2015 zelfs de IgNobelprijs heeft gekregen.” In de interacties van taalgebruikers duikt dat huh-woord op als een signaal van onbegrip waarna de andere spreker moet verduidelijken wat hij net zei. En Dingemanse en zijn collega’s vonden ‘huh’ overal op de wereld terug, al verschilt de intonatie. Dat woord is volgens Dingemanse géén overblijfsel van een oertaal waarop alle huidige talen zouden teruggaan. Het huh-woord zou ontstaan zijn door de eisen van de conversatie: zo’n verzoek om verduidelijking moet bijvoorbeeld niet te lang duren en ook makkelijk vormbaar zijn. Dingemanse vermoedt dat zo ook het bevestigende mmhm en het aarzelende eh ook wel eens universeel zouden kunnen zijn, maar dat moet nog worden uitgezocht.

Het zou Lubotsky niet verbazen als er meer uniforme tendensen bestaan. „Dat in woorden voor neus bijvoorbeeld altijd wel een nasale klank te vinden zou moeten zijn. Of dat er iets gemeenschappelijks bestaat in woorden voor hoesten.”

Heel moeilijk te bewijzen

Maar waarom zouden er geen resten van die éne oertaal terug te vinden zijn? Zoals de huidige Indo-Europese talen zijn voortgekomen uit het ‘proto-Indo-Europees’ van 6.000 jaar geleden, zou het (volgens sommige tellingen) vijftiental grote taalfamilies (zoals Indo-Europees, Afro-Aziatisch, Sino-Tibetaans, Na-Dene, enzovoorts) toch ook uit één oertaal kunnen zijn voortgekomen? Lubotsky: „Ja, dat al die talen uiteindelijk teruggaan op één oertaal lijkt mij waarschijnlijk, maar het is heel moeilijk te bewijzen. Je zou die oertaal misschien kunnen terugvinden in de ‘informatiestructuur’ van de taal. Dat bijvoorbeeld alle talen uitgaan van gedeelde kennis tussen spreker en luisteraar. Dat merk je als ik nu zeg tegen jou: ‘Heb je dat boek al gelezen?’ en jij weet niks van een boek. ‘Welk boek?!’ vraag je dan.”

Maar zelfs als die oertaal ooit bewezen wordt, lijkt het onwaarschijnlijk dat er nog woorden over zouden zijn. Want de bittere waarheid is dat woorden daarvoor veel te hard slijten. Lubotsky: „Woorden die vaak gebruikt worden, zoals ik, of het getal twee, blijven heel lang stabiel. Maar door dat vele gebruik worden ze ook steeds korter. Ze worden dan zo moeilijk te verstaan dat ze worden vervangen of uitgebreid. Ik ben was bijvoorbeeld ooit ik en, zoals het Engelse I am. Hoe kan je dat ooit ‘terugrekenen’? Als we het oude Latijn niet hadden, zou niemand kunnen raden dat het Franse eau ooit aqua was.”

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag.