Recensie

Recensie Boeken

Ze weet best dat dit paard roze is en wielen heeft

Prentenboek Een kleutermeisje dat een paard wil – dat tamelijk afgezaagde gegeven gieten Gideon Samson en Milja Praagman tóch nieuw leven in. Ongecompliceerd, maar bijzonder.

Gideon Samson is ‘een kinderboekenschrijver die eigenlijk geen oninteressante boeken kan maken.’ Dat schreef deze krant naar aanleiding van Samsons eerste prentenboek Alle dieren drijven (2017), een eigenzinnige hervertelling van het verhaal van de ark van Noach met illustraties van Annemarie van Haeringen. Onlangs verscheen nummer twee, Ik wil een paard, dat over de huisdierwens van een kleutermeisje gaat. En toegegeven, dat klinkt verdacht veel als een niemendalletje: een algemener verhaalgegeven voor een prentenboek kun je bijna niet verzinnen.

Maar Samson is Samson. Het uitgangspunt van Ik wil een paard mag dan eenvoudig zijn, de uitwerking ervan is origineel en geestig, niet het minst door de doordachte vorm waarin het kleine kleuteravontuur gegoten is en het doeltreffende samenspel tussen Samsons tekst en het beeld van Milja Praagman.

Verjaardagscadeau

Samson schrijft helder als altijd. De korte, ritmische (openings)zinnetjes op rijm over Bobbie die hoopt op een paard als verjaardagscadeau, laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Tegelijkertijd, als ze haar cadeautje ‘om fijn op te rijden’ eenmaal heeft gekregen, is niets meer wat het lijkt. De wens – in dit geval de ‘wens met een staart’ – is de vader van Bobbies gedachte, zo blijkt. Het meisje weet het zeker, in het kleurrijke pak zit een heus paard (‘ “O, pap mam! Een paard? Echt? Voor mij?” ’). Dat Praagman vervolgens onthult dat het vermeende huisdier eigenlijk een fiets is, verandert niets aan Bobbies overtuiging. Ze springt vlug op de rug van haar stalen ros en vertrekt voor een proefritje.

Terwijl Bobbie rondfietst op haar surrogaatpaard, speelt ze een geloofwaardig, verbeeldingsrijk spel met de werkelijkheid, zoals alleen jonge kinderen dat kunnen. Natuurlijk weet ze best dat haar paard roze is en twee wielen heeft. Maar dat is geen reden de paardendroom op te geven. Stel nu eens dat ze haar fiets zou kunnen ruilen? Zo wordt de fiets een scooter, de scooter een auto, de auto een zeilboot enzovoorts. Althans, dat is wat wij zien: Samson vertelt ondertussen in toepasselijke, prettig laagdravende taal een heel ander verhaal, waaruit blijkt dat Bobbie steeds van paard wisselt. ‘En nóg weer wat harder. Het rijden wordt deinen./ De wind in de haren, een golf van plezier’, staat er bijvoorbeeld bij de zeilboot. En bij de brandweerwagen: ‘Zo goed als galop nu./ Dat diertje raast vurig/ en brommend en briesend/ met paardenkracht voort!’ Aldus maakt Samson Bobbies ambiguë houding tegenover haar fiets subtiel invoelbaar. De terloopse alliteraties en assonanties maken er bovendien een muzikale vertelling van.

Fenomenaal slot

De naïeve illustraties zijn van eenzelfde treffende eenvoud en net zo vrolijkmakend als de tekst die ze perfect completeren. Zoals gebruikelijk bij Praagman bestaat het decor uit grote kleurvlakken zonder veel details. De nadruk ligt daardoor terecht op Bobbie, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat sommige prenten (zoals die van de zeilboot) wel erg vlak zijn. Goed getroffen daarentegen is de opvallende witte omlijning van de figuren. Die accentueert effectief het ietwat bevreemdende karakter van het verhaal dat een letterlijk en figuurlijk ‘fenomenaal’ slot kent, waarin alles hetzelfde blijft en toch ook niet. Net als in de absurdistische verhalenbundel en Gouden Griffel-kanshebber Zeb., blinkt Samson hier uit in het scherpzinnig verwoorden van wat er niet staat. Daardoor wordt zelfs een in de kern zeer ongecompliceerd prentenboekenverhaal als Ik wil een paard iets bijzonders. En dat is best knap.