Van zijn gezicht was de politieke stand van zaken af te lezen

Hans van der Voet (1930 - 2019) Hans van der Voet wist dat je als woordvoerder van kabinet en koning moest kunnen zwijgen.

Als woordvoerder van de minister-president kreeg Hans van der Voet (rechts) hoofdzakelijk met premier Ruud Lubbers (links) te maken.
Als woordvoerder van de minister-president kreeg Hans van der Voet (rechts) hoofdzakelijk met premier Ruud Lubbers (links) te maken. Foto Rob Croes / Anefo / Nationaal Archief

„Ja ik ben saai. Ik ben verdomd saai. Iedereen in mijn privé-omgeving zegt het. Ik moet het bevestigen.” Ware woorden van de vorige week op 89-jarige leeftijd overleden Hans van der Voet, hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst eind 1995 in een afscheidsinterview met de Volkskrant.

Want, ja hij was saai. Dat wil zeggen: functioneel saai. Expressief gedrag en woordvoering over het Koninklijk Huis verhouden zich niet met elkaar. „Je moet kunnen zwijgen’’, zei Van der Voet. En ook de minister-president, de andere opdrachtgever van de onder het ministerie van Algemene Zaken vallende Rijksvoorlichtingsdienst, is niet gebaat bij een pro-actieve woordvoerder. „Die mannetjes- en vrouwtjesmakers. Dat is een slechte zaak”, klaagde hij lang na zijn pensioen in een interview over overheidsvoorlichting.

Van der Voet wist de twaalf jaar dat hij leiding gaf aan de RVD wat er van hem gevraagd werd. Een „ambtelijk pragmaticus’’ noemde Marja Wagenaar hem treffend in haar in 1997 verschenen proefschrift over de RVD. Zijn benoeming in 1983 was in de woorden van oud-premier Dries van Agt (CDA), die deze had voorbereid, een „risicoloze”.

Weinig gedoe

Of het met de persoon of met de omstandigheden te maken had, is niet precies aan te geven. Maar een feit is dat de periode-Van der Voet voor de RVD een stabiele was. Er was weinig gedoe.

Van der Voet droeg het tragische lot de opvolger te zijn van Gijs van der Wiel. Deze was van 1968 tot 1983 de legendarische ‘rijksvoorlichter’ die vijf minister-presidenten en twee koninginnen diende. Bij hem kwamen onder meer het turbulente kabinet Den Uyl en de Lockheed-affaire met al het bijbehorende publicitaire geweld voorbij. Met zijn befaamde orakeltaal bediende Van der Wiel „de jongens en meisjes van de pers”, zoals hij ze noemde. Daardoor had hij met de meeste van hen een bijzondere, door respect gedreven band weten op te bouwen.

Mr. Marcus Johannes Dirk (Hans) van der Voet was de grote onbekende voor de journalistieke en politieke buitenwereld. De Fries was stuurman geweest en voer voor Nedlloyd over de wereldzeeën. Hij werd op zijn 35ste ambtenaar bij Binnenlandse Zaken, daarna bij Algemene Zaken. Van der Voet over zijn overstap naar het vasteland: „Ach, je solliciteert eens wat en de eerste die ‘ja’ zegt daar ga je dan heen.”

Voor de binnenwereld was hij wel een bekende: bij het Hof was hij in 1980 in de smaak gevallen toen hij als voorzitter van een ambtelijke commissie de opvolging van koningin Juliana door Beatrix organisatorisch in goede banen geleid. „Hij had vertrouwen in die kringen’’, aldus Van Agt in het proefschrift van Wagenaar.

Contact met prins Bernhard

Dat zou zeker na zijn pensioen in 1995 blijken, toen hij contact bleef houden met prins Bernhard. Op diens verzoek onderzocht hij vijf aantijgingen die de prins maar bleven achtervolgen, waaronder de vermeende nazisympathie van zijn moeder en het aanbod aan Hitler ‘stadhouder’ te worden. Met ontlastende documenten, foto’s en beëdigde verklaringen ondersteunde Van der Voet een ingezonden brief van de prins in de Volkskrant.

Als woordvoerder van de minister-president kreeg Van der Voet hoofdzakelijk met premier Ruud Lubbers (CDA) te maken. Het waren de jaren dat in de politiek én de Haagse journalistiek de verzakelijking zijn intrede deed. Dat had zijn weerslag op de voorlichting. Lubbers introduceerde het ‘no nonsense-beleid’ en doorbrak de politieke patstelling rondom de plaatsing van kruisraketten. „Een grote prestatie, politiek gesproken’’, aldus Van der Voet in 1995.

Als woordvoerder wist hij dat elk woord dat over deze kwestie gesproken werd, uiterst gevoelig lag. Dus moesten journalisten het in die tijd hebben van zijn gelaatsuitdrukking. De politieke stand van zaken kon worden afgelezen van Van der Voets „vierkante decimeter tussen voorhoofd en onderlip” schreef Trouw ooit. Of zoals premier Wim Kok in 1995 ter gelegenheid van het afscheid van Van der Voet zei: „Hij kan tien keer dommer kijken dan hij is’’.