Opinie

Trots op Philips

Frits Abrahams

‘Voorzitter, ik kom uit Eindhoven”, hoorde ik Klaas Dijkhoff bij het begin van de Algemene Politieke Beschouwingen trots zeggen. „Dus dan vier je carnaval, ben je moeilijk verstaanbaar en heb je iets met Philips. Mijn opa werkte daar in het magazijn.” Toevallig ken ik ook iemand die uit Eindhoven komt, carnaval vierde – ik leerde haar daarbij zelfs kennen - en iets met Philips had: mijn vrouw. Ze is gelukkig wel altijd goed verstaanbaar gebleven. Dat dit de VVD-leider soms inderdaad minder goed lukt, komt doordat hij geneigd is iets te laconiek in zijn baard te prevelen.

Maar het siert hem weer dat hij het vertikt zijn zachte g op te geven; dat heb ik van zuiderlingen altijd een vorm van zelfverloochening gevonden, die bovendien vaak resulteert in een onnatuurlijk geaffecteerd spraakje. De zachte g heerst in de Tweede Kamer zelfs als nooit tevoren. Dijkhoff, Wilders, Marijnissen, Jetten – allemaal politieke leiders wier g boterzagt door de vergaderzaal glijdt.

Zo mag ik het graag horen, ook omdat ik ’m zelf even hardnekkig heb aangehouden, hoewel mijn ouders - van het westen naar het zuiden getrokken – een messcherpe g hadden, evenals later mijn kinderen die in de Randstad opgroeiden. Alleen al daarom is het jammer dat wij niet meer samen om de tafel kunnen zitten; die familiaire botsing van harde en zachte klanken zou beslist de moeite waard zijn geweest.

Naast Dijkhoffs opa die in het magazijn van Philips werkte, durf ik wijlen mijn schoonvader te plaatsen. Die werkte ook voor Philips, als arbeider op de röntgenafdeling op Strijp-S. Zou hij zich voldoende herkend hebben in het milde profiel van Philips dat Dijkhoff in zijn rede schetste? Ik had het hem graag gevraagd. Hij zou mij uitgebreid geantwoord hebben, want hij was een praatgrage, intelligente man.

Als actief lid van de toenmalige rooms-katholieke metaalbewerkersbond St. Eloy was hij een kritische, maar trouwe werknemer van Philips. Hij vertelde wel over spanningen op zijn werk, maar die leken vooral veroorzaakt doordat hij zich als overtuigd katholiek soms achtergesteld voelde bij andersgelovigen.

Een zekere trots op Philips heb ik altijd bij hem en zijn kinderen gevoeld: drie van hen, onder wie mijn vrouw, hebben ook voor Philips gewerkt. Zij behoorden tot de gezinnen waarvoor Philips altijd zo goed heeft gezorgd, zoals Dijkhoff terecht constateerde. Een behoorlijke woning, voorzieningen op het gebied van gezondheid, sport en cultuur, financiële steun bij het onderwijs. Dijkhoff noemde op dit laatste gebied het Philips-Van der Willigen Fonds. Mijn vrouw herinnert zich nog met enige afschuw hoe zij elk jaar naar het kantoor van dit studiefonds toog om haar schoolcijfers te laten zien.

Zo zorgde Philips voor zijn mensen. Uit welbegrepen eigenbelang, zou je kunnen zeggen, want een tevreden werknemer is een toegewijde werknemer. Maar Philips komt de eer toe dat men hierin voorop liep. Philips is, zoals Dijkhoff zei, „een mooie Eindhovense historie”.

Inmiddels is de band tussen Philips en Eindhoven veel losser geworden, maar als ik op mijn Eindhovense familieleden mag afgaan, zullen bedrijf en stad op een of andere manier altijd met elkaar verbonden blijven. Dat geldt ook voor Philips en PSV. Ik vind het allemaal best, als Ajax maar kampioen wordt.