SER probeert het glazen plafond te laten barsten

Advies De kogel is door de kerk: de Sociaal-Economische Raad pleit voor een vrouwenquotum van 30 procent. Maar: alleen voor raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven.

Foto Getty

Niet naar elk advies van de Sociaal-Economische Raad wordt in politiek Den Haag met even grote belangstelling uitgekeken. Maar het advies dat de SER deze vrijdag uitbrengt, over ‘diversiteit in de top’, is er wel een waar al een tijdje op werd gewacht.

De ministers Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) hadden om dit advies gevraagd. Zij wilden aanbevelingen om de diversiteit aan de top van het bedrijfsleven te vergroten: niet alleen de ‘genderdiversiteit’ (meer vrouwen) maar ook de culturele diversiteit (meer mensen met een migratie-achtergrond). Er was één prangende vraag die vooral boven het advies hing: zou er een vrouwenquotum in staan?

De SER is een overlegorgaan van werkgevers, vakbeweging en deskundigen - de zogenoemde kroonleden. Als die er met elkaar uitkomen, betekent het dat er veel draagvlak is voor een maatregel en dat de politiek sneller geneigd zal zijn ernaar te luisteren. De partij naar wie bij dit advies vooral gekeken werd waren de werkgevers: zouden die zich ervan laten overtuigen dat een hard quotum, afdwingbaar met sancties, noodzakelijk is om meer vrouwen aan de top te krijgen? Of zouden de werkgevers de hakken in het zand zetten en zo’n verplicht percentage vrouwen in hun raden van bestuur en raden van commissarissen tegenhouden in het advies?

Het antwoord ligt ergens in het midden. Ja, de SER pleit nu voor een hard quotum, een ‘ingroei-quotum’ zoals de raad het noemt. Maar wel alléén voor beursgenoteerde bedrijven (dat zijn er 88, lege beurshulzen en beleggingsfondsen niet meegeteld). En dan ook alléén voor hun raden van commissarissen. Dertig procent van hun commissarissen moet volgens de SER vrouw zijn.

En wat is de sanctie als bedrijven er niet aan voldoen? Dan moeten benoemingen van mannelijke toezichthouders nietig worden verklaard, zo adviseert de SER. Net zolang tot ze de 30 procent vrouwen wel hebben gehaald.

Lees ook: Na jaren stilstand iets meer vrouwen aan de top

De ‘echte top’

Commissarissen houden op afstand toezicht op een bedrijf, bestuurders gaan over de (dagelijkse) bedrijfsvoering. Voor die laatsten wil de SER geen quotum. Volgens SER-voorzitter Mariëtte Hamer is een raad van commissarissen namelijk „de échte top” van een bedrijf. „Zij benoemen uiteindelijk de leden van de raad van bestuur. Die toezichthouders kunnen een beweging in hun bedrijf afdwingen.”

Ook voor de ongeveer 5.000 overige grote, niet-beursgenoteerde bedrijven in Nederland wil de SER nog geen hard quotum. Evenmin wil de raad een verlenging van het ‘zachte’ streefcijfer dat nu geldt.

In 2013 voerde het kabinet Rutte II wettelijk in dat grote bedrijven 30 procent vrouwen in hun raden van commissarissen én in hun raden van bestuur moeten opnemen. Dat streefcijfer loopt per 1 januari af. Het effect ervan valt tegen, blijkt onder meer uit de Bedrijvenmonitor Topvrouwen die vrijdag ook uitkomt.

Bedrijven kunnen beter zélf zo’n streefcijfer gaan formuleren, vindt de SER. Dat moet dan wel ambitieus zijn, dus het streefcijfer moet hoger liggen dan het percentage vrouwen dat al in de bedrijfstop werkt. Ze moeten in hun jaarverslag en op hun website uitleggen hoe ze dat streefcijfer gaan halen. Als bedrijven het niet halen, worden ze niet gestraft, maar ze moeten hier wel publiekelijk verantwoording over afleggen.

Lees ook: Meer vrouwen in de top heeft geen effect op winst

Toezicht onduidelijk

Wie erop moet toezien dat bedrijven deze doelen daadwerkelijk nastreven en verantwoorden, is nog onduidelijk. Daarover wil de SER in gesprek met de minister. Overigens wil de raad dat bedrijven ook zo’n soort plan maken voor het vergroten van de culturele diversiteit in de top.

Critici zouden deze uitkomst van het overleg kunnen zien als een slap ‘poldercompromis’. Maar volgens Hamer is het dat niet. „Voor kleinere bedrijven werkt een quotum niet: onder die 5.000 bedrijven zijn ook bedrijven waar de raad van bestuur bestaat uit maar één persoon. Die kan je moeilijk doormidden snijden.”

De SER wil dat bedrijven zelf een voorbeeldrol gaan vervullen en zo aan elkaar laten zien wat „het nieuwe normaal” is. Hamer: „Een cultuurverandering krijg je niet alleen met straf. Het is leuker voor vrouwen als ze ook welkom zijn en niet alleen opgedrongen worden.”

De overheid moet het goede voorbeeld geven door ook zelf voor de publieke sector ambitieuze plannen te maken. De SER heeft dit niet gedetailleerd uitgewerkt, omdat het advies over het bedrijfsleven gaat.

Duitsland als voorbeeld

De SER heeft goed gekeken hoe andere landen die quota hebben, het aanpakken. „Vooral Duitsland is voor ons een voorbeeld geweest”, zegt Hamer. „De situatie op de Duitse arbeidsmarkt is het meest vergelijkbaar met die in Nederland.” Om te voorkomen dat bedrijven een eigen streefcijfer van nul procent formuleren, zoals in Duitsland gebeurde, doet de SER er met de voorgestelde rapportageverplichting „een schepje bovenop”, zegt Hamer.

Uit onderzoek naar onder meer de situatie in Noorwegen, waar al langer een quotum geldt, blijkt dat alléén de top veranderen niet voldoende is om ook meer vrouwen in de managementlagen eronder te krijgen. „Daarom willen we dat grote bedrijven ook streefcijfers opstellen voor bepaalde managementfuncties onder de top”, zegt Hamer. „Dan vergroot je de kweekvijver van vrouwen die kan doorstromen naar boven.” Daarnaast stelt de SER een breed pakket maatregelen voor om de arbeidsdeelname van vrouwen te bevorderen. Want ook de Nederlandse deeltijdcultuur houdt de opmars van vrouwen naar de top tegen, stelt de raad.

Lees ook: Momentum voor vrouwenquotum

Wat bovenal niet vergeten moet worden: dit is nog maar een advies. Nu is de politiek, om precies te zijn Van Engelshoven en Koolmees, aan zet om er iets mee te doen - of niet. Het wettelijke streefcijfer loopt hoe dan ook per 1 januari af. Van Engelshoven, verantwoordelijk voor het emancipatiebeleid, liet eerder dit jaar al weten dat haar geduld met het bedrijfsleven opraakte en dat ze strengere maatregelen overwoog. En ook politici, links en rechts, vinden dat het percentage vrouwen in de top van het bedrijfsleven omhoog moet.

Maar of de overheid zich daarmee moet bemoeien, daarover verschillen de meningen. PvdA, GroenLinks en sinds vorige week ook D66 vinden dat het te lang duurt voor er vanzelf balans komt tussen mannen en vrouwen en willen daarom dat het kabinet een quotum instelt. De drie andere coalitiepartijen en de rest van de oppositie vinden dat de overheidsbemoeienis met bedrijven niet zo ver mag gaan. Een meerderheid is dus vooralsnog tegen een quotum.

Voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW Hans de Boer steunt het voorstel van de SER in ieder geval, omdat het kan zorgen voor „een radicale trendbreuk”, laat hij in een verklaring weten. Al blijft hij het „een zwaktebod” vinden.