Recensie

Recensie

Poëzie opent academische geest

Recensie De kruisbestuiving tussen wetenschap en literatuur is waardevol, betoogt Sam Illingworth.

Ada Lovelace als kind.
Ada Lovelace als kind. Beeld Comte d’Orsay/ Wikimedia Commons

De Engelse wiskundige Ada Lovelace (1815-1852) wordt wel gezien als ’s werelds eerste vrouwelijke computerprogrammeur: ze ontwierp met behulp van ponskaarten een algoritme voor de Analytical Engine van uitvinder Charles Babbage. Maar als dochter van de beroemde dichter Lord Byron schreef Lovelace naast formules en algoritmes ook poëzie.

Die kruisbestuiving tussen wetenschap en literatuur is waardevol, betoogt wetenschapscommunicator Sam Illingworth in A sonnet to Science (naar een gedicht van Edgar Allan Poe): poëzie zou de blik van de academicus verbreden, en ontvankelijk maken voor nieuwe hypotheses.

In het boek staan zes wetenschappers centraal: naast Ada Lovelace, zijn dat scheikundige Sir Humphry Davy, natuurkundige James Clerk Maxwell, malariawetenschapper Ronald Ross, immunoloog Miroslav Holub en astronoom Rebecca Elson.

Interessant is hoe hun onderzoeksvragen soms in de gedichten doorsijpelen. Zo schreef Ross rond 1890 in Bangalore zijn gedicht ‘Indian Fevers’: The painful faces ask, can we not cure? / We answer, No, not yet; we seek the laws / O God, reveal thro’ all the things obscure / The unseen, small, but million-murdering cause.

Aanvankelijk wilde Ross niet geloven dat malaria werd veroorzaakt door een parasiet, zoals Alphonse Laveran in 1880 had ontdekt. Maar later raakte Ross overtuigd, en toonde hij aan dat de malariaparasiet wordt overgebracht door steekmuggen.

Maxwell gebruikte zijn poëzie soms als uitlaatklep, als zijn natuurkundige werk niet wilde lukken. Zo luidt de titel van een van zijn gedichten ‘Lines written under the conviction that it is not wise to read Mathematics in November after one’s fire is out’, en schrijft hij daarin: Why should wretched Man employ / Years which Nature meant for joy / Striving vainly to destroy / Freedom of thought and feeling?

Met de zes biografieën weet Illingworth de dichter-wetenschappers tot leven te wekken, en alleen daarom al is het boek de moeite waard. Of, zoals Lovelace in 1843 schreef aan Babbage: „Dat brein van mij is wel iets meer dan slechts iets sterfelijks, zoals de toekomst wel zal uitwijzen.”