Opeens is het alsof de hele Tweede Kamer op Mark Rutte wil lijken

Algemene Politieke Beschouwingen Compromissen zoeken, dealtjes sluiten, vrolijk blijven. Mark Rutte zette de Politieke Beschouwingen naar zijn hand.

Premier Mark Rutte donderdag, tijdens de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen.
Premier Mark Rutte donderdag, tijdens de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen. Foto David van Dam

De tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer is nog maar net begonnen als de ene liberale leider, VVD-premier Mark Rutte, de andere liberale leider, Rob Jetten van D66, op afgemeten toon toespreekt. Het debat ging over de moord op advocaat Derk Wiersum en Jetten had het businessmodel van drugscriminelen genoemd, vraag en aanbod.

Rutte zegt dat er „veel mag in dit land”, daar is hij „voorstander” van, maar dat jongeren moeten bedenken wat ze doen als ze op een dancefeest een pilletje nemen of jointjes roken in een coffeeshop: „Het draagt uiteindelijk allemaal bij aan een systeem waarin criminaliteit welig tiert, waarin ondermijning plaatsvindt.”

Minister Ferdinand Grapperhaus (Veiligheid en Justitie, CDA) had dat in de zomer ook gezegd en was erom uitgelachen, zegt Rutte. „Maar ik was het zeer met hem eens.”

Dat Mark Rutte zijn afkeer van moralistische boodschappen was kwijtgeraakt, had hij op een persconferentie in januari nog laten zien. De rotzooi-trappers die met Oud en Nieuw hulpverleners hadden aangevallen, had Rutte „het liefst allemaal persoonlijk in elkaar willen slaan”. Zijn handen „jeukten”. Het zag er ongemakkelijk uit, bedacht.

Op donderdagochtend, in de grote debatzaal van de Tweede Kamer, is het anders. Rutte blijft strak kijken als Jetten daarna the war on drugs in de Verenigde Staten noemt. „Die heeft alleen maar geleid tot meer oorlog, meer drugs en meer oorlog.” Als Jetten zegt dat je zou moeten kijken hoe je het zo kunt regelen „dat het op een veilige manier kan voor de gebruiker en we het businessmodel bij de criminelen uit handen kunnen slaan”, knikt hij – Rutte, de meedenkende liberaal die hij eigenlijk is. „Dat ben ik met de heer Jetten eens.”

Het was Ruttes negende optreden als premier in misschien wel het belangrijkste debat van het jaar: meteen na Prinsjesdag, over de begroting van het kabinet. En ook, al is het misschien voorlopig, zijn laatste ‘gewone’ optreden in de Algemene Politieke Beschouwingen.

Volgend jaar is, als het kabinet niet voortijdig valt, zo goed als zeker alles anders. Rutte kan weer VVD-lijsttrekker zijn en van de Politieke Beschouwingen een campagne-optreden maken, of zijn vertrek hebben aangekondigd.

‘Kijkwijzer’ voor de premier

De Mark Rutte die deze week in de Tweede Kamer stond, leek nauwelijks op de Mark Rutte van vorig jaar. Vóór het debat had hij toen tegen ministers en staatssecretarissen gezegd: „Ik ga zelf meteen over de afschaffing van de dividendbelasting beginnen en tegen de tijd dat ze wakker zijn, is het alweer voorbij.” Een vergissing. Het was er urenlang over gegaan en Rutte had het zichtbaar zwaar gehad. Na het debat werd hij omschreven als beschadigd, hij was de kop van Jut geweest en had nu misschien echt wel wat ‘krassen’ te veel opgelopen.

Er waren op woensdag en donderdag wel politici van de oppositie die erover begonnen. Voelde Rutte nog iets „tot in zijn vezels”, zoals vorig jaar over het effect van de afschaffing van de dividendbelasting?

PvdA-leider Lodewijk Asscher had een ‘kijkwijzer’ bij zich voor de trucjes die Rutte zeker zou gebruiken: de intenties van de politieke tegenstander in twijfel trekken of die belachelijk maken, strategisch geheugenverlies, de tegenstander recenseren – ‘ik heb u weleens beter gezien’. Hij kreeg de rest van de zaal er niet in mee.

40 euro per week

Waar waren de krassen? Midden in het debat kwam Rutte met een handigheid die niet op de lijst van Asscher stond. PVV-leider Geert Wilders las een e-mail voor die hij ’s ochtends had gekregen van een vrouw van 47, met ernstige hoofdpijn en een spierziekte. Ze leefde, zei hij, van 40 euro per week omdat het eigen risico voor de zorg zo hoog is.

In de Algemene Politieke Beschouwingen komen fractievoorzitters bijna altijd met zo’n ‘echt mens’, iemand die ze kennen van een feestje, een werkbezoek, iemand met een verhaal. Voor Thierry Baudet van Forum voor Democratie waren het deze week Syriërs die hij was „tegengekomen” en die hem hadden verteld dat ze wel terugkonden, maar in Nederland wilden blijven omdat ze hier gratis kunnen studeren en een huis hebben.

Met de zieke vrouw die Wilders noemde gebeurde er iets bijzonders: Rutte maakte haar tot hun gezamenlijk ‘gewoon mens’. Hij kreeg de neiging, zei hij, om haar samen met Wilders op te bellen. Om te vragen of ze wel wist waar ze allemaal recht op had, zo weinig geld kon ze toch niet hebben?

Wilders vond het een geweldig idee: ze konden samen bij haar langsgaan. Rutte zei ja. Dat gingen ze regelen.

Baudet was snel bij de interruptiemicrofoon. „Mag ik mee naar die vrouw?” Nee, zei Rutte. Nee, gebaarde Wilders. En Rutte zei: „Misschien komen we nog op iets anders waar u en ik samen naartoe kunnen.”

Dealtjes sluiten

Het was bij vlagen alsof de neiging die anderen vaak zien bij Rutte – compromissen zoeken, dealtjes sluiten, altijd vrolijk blijven – deze twee dagen was overgenomen door zo’n beetje de hele Tweede Kamer. De onderlinge omgang was bijna steeds vriendelijk, beleefd, rustig. Helemaal aan het eind van de Algemene Politieke Beschouwingen zei de ene na de andere fractievoorzitter hoe prettig dat was geweest. Al wilde Gert-Jan Segers (ChristenUnie) er ook weer geen „politieke group hug” van maken, zei Asscher dat politiek toch echt draaide om de „ideeënstrijd” en kondigde Wilders na de etenspauze een motie van wantrouwen aan omdat Rutte niets wilde zeggen over mogelijke ambtelijke bemoeienis met de rechtszaak tegen hem.

Twee vragen over buitenland

Het was juist Mark Rutte die een enkele keer uithaalde naar andere politieke leiders. Hij zei over Rob Jetten dat die met een „ingestudeerde zin” kwam. Jetten vond het zichtbaar vervelend. Als fractievoorzitter stond hij in het begin bekend als ‘Robot Jetten’ door de zinnen die hij steeds maar herhaalde. „Flauwe opmerking”, zei hij tegen Rutte.

Aan het eind van zijn verhaal kreeg de hele Tweede Kamer nog van Rutte te horen dat maar twee vragen over het buitenland wel wat magertjes was. „Dan kunnen we hier wel een debat voeren dat wat rustiger verloopt, het helpt niet voor onze blik op de wereld.” Nóg een moralistische boodschap.