Opinie

Moord op advocaat is een aanschouwelijke les in ondermijning

Criminaliteit

Commentaar

De koelbloedige liquidatie van strafrechtadvocaat Derk Wiersum deze week in Amsterdam heeft iedere burger aan de grond genageld dan wel wakker geschud, voor zover nog nodig. Zoals het er nu uitziet is de advocaat vermoord vanwege zijn cliënt Nabil B., die als kroongetuige voor het Openbaar Ministerie een bedreiging vormde voor de criminele drugsbende waar hij zelf deel van uitmaakte. Eerder werd de broer van Nabil B. vermoord, als waarschuwing en vergelding. Dat nu ook zijn advocaat is vermoord, betekent dat er nóg weer een grens is overschreden – een bloedige bendeoorlog is uitgelopen op een terreuraanslag op de rechtsstaat zelf.

De moord op Wiersum is een vergelijkbare klap als de moord op Theo van Gogh of Pim Fortuyn. Het recht van de burger in een democratische rechtsstaat op een onafhankelijke advocaat is van hetzelfde kaliber als de vrijheid om rebelse politici, filmmakers of columnisten te steunen, kiezen of beluisteren. Wie dat aantast komt aan het wezen van een vrij land.

In de rechtspleging is er vanaf nu een tijd vóór de moord op Wiersum en erna. Advocaten zullen zich voortaan tweemaal bedenken voordat ze een kroongetuige bijstaan. Wat overigens al geen populaire klus was, zo blijkt nu in de nasleep. Advocaat Wiersum moest zijn betrokkenheid bij verdachten in de allermoeilijkste situaties, zoals deze, eerder al bekopen met verwijdering uit een gevestigd kantoor, uit welbegrepen eigenbelang van de collega’s daar. Hij bleek als rechtshulpverlener dus een witte raaf, die zich uit noodzaak vervolgens als eenling vestigde. Wie nu het dossier Nabil B. durft over te nemen bewijst dus de advocatuur en daarmee de rechtsstaat een grote dienst.

Het Openbaar Ministerie kan zich nu de vraag stellen of strafvermindering in ruil voor informatie en bescherming hierna nog verantwoord is. Zeker als zo’n deal betekent dat daarna alle procesdeelnemers voor hun leven mogen vrezen. En na de zitting in gepantserde auto’s naar ‘safe houses’ moeten worden vervoerd. Wie zich afvraagt hoe ‘ondermijning’ eruit ziet, krijgt met deze advocatenmoord een aanschouwelijke les. Tegelijk is het nu zaak om de samenleving waarin advocaten vrij en veilig kunnen werken, te verdedigen tegen dergelijk bruut geweld.

Het probleem van de georganiseerde criminaliteit en het drugsgebruik blijft onopgelost. Voor extra bevoegdheden voor het OM in reactie op deze moord, zoals al wel bepleit, is het te vroeg. De politiek reageerde geschokt maar ook terughoudend. Dat is wijs. Het is verleidelijk om snel aansluiting te zoeken bij de harde maatregelen die Italië trof na de aanslagen door de maffia op de magistratuur. Maar of de verharding in de onderwereld rechtstreeks vertaald moet worden in dito tegenmaatregelen, is tenminste een dilemma.

De rechtsstaat gedijt slecht bij vertrouwelijke schikkingen, anonieme of ‘gekochte’ getuigen of bij eenzijdig machtsvertoon. Het strafproces is gebouwd op fairness, op gelijkwaardigheid van partijen, op mensenrechten ook, nee juist voor de verdachte. De kroongetuigeregeling zélf was in zekere zin al een noodgreep, bedoeld om via het strafrecht greep te krijgen op de bendeoorlogen. Dat de minister nu grijpt naar de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid duidt erop dat dit als een kwestie van nationale veiligheid wordt gezien. Die stap lijkt in proportie, hoewel de betekenis ervan nog onduidelijk is.

En als de moord inderdaad verband houdt met drugscriminaliteit, dan mag iedere burger die ‘recreatief’ drugs gebruikt en dat voor zichzelf goedpraat, zich medeverantwoordelijk voelen. Vraag schept aanbod schept chaos.