Ineens strooit Mister Nein met miljarden

Investeringsfonds Alles wijst erop dat er een groot investeringsfonds komt, met miljarden om de Nederlandse economie te versterken. In Den Haag is iedereen er blij mee maar zijn er ook allerlei irritaties. Waar komt dat fonds eigenlijk vandaan?

De hoek van de SP in het Tweede Kamer-gebouw
De hoek van de SP in het Tweede Kamer-gebouw

In het kabinet maken ze er inmiddels alweer grapjes over. Wie heeft nou toch dat grote, nieuwe investeringsfonds bedacht? Het miljardenfonds waarover VVD-minster Eric Wiebes (Economische Zaken) en CDA’er Wopke Hoekstra (Financiën) openlijk overhoop lagen.

„Je weet: alle goede ideeën komen natuurlijk van mij”, zegt premier Mark Rutte lachend terwijl hij na de Troonrede op weg is naar de Prinsjesdagborrel van bedrijfslobbyclub VNO-NCW in Nieuwspoort. Op datzelfde feestje zegt een vrouwelijke minister glimlachend dat ze niet meedoet aan het wedstrijdje ver plassen. „Kan ik niet, ik ben een vrouw.”

Een dag later, bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer, is voor ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers „wel duidelijk wie de échte geestelijk vader is” van het fonds dat met tientallen miljarden euro’s moet gaan investeren in het ‘verdienvermogen’ van de Nederlandse economie. Namelijk: Jozef, de Bijbelse figuur die in goede tijden investeerde om goed voorbereid te kunnen zijn op slechte tijden. Door PvdA-leider Lodewijk Asscher is het dan al het Wopke-Wiebes-fonds gedoopt.

Maar de grapjes kunnen niet verhullen dat er in het kabinet Rutte III serieus ruzie over het fonds is geweest. Een paar keer zelfs, blijkt uit gesprekken die de deze krant voerde met ruim vijftien bewindspersonen, ambtenaren en Tweede Kamerleden.

Afgelopen maandag nog, toen Eric Wiebes zowel in Het Financieele Dagblad als het AD de bedenker van een groot investeringsplan claimde te zijn. Hij zegt eerst, in juni, Hoekstra daarvan te hebben overtuigd en daarna de rest van de regeringsploeg.

Tijdens het wekelijkse coalitie-overleg maandagochtend reageert vrijwel iedereen boos op de uitspraken van Wiebes, vooral ook omdat hij er een dag vóór Prinsjesdag mee uit de school is geklapt. „Wiebes heeft geen flikker uitgevoerd om het fonds vorm te geven”, citeert het AD die middag een lid van de coalitie.

Een dag later doet Hoekstra in NRC precies hetzelfde. Op de vraag of Wiebes het plan bedacht heeft, zei hij: „Ik heb in de kerstvakantie verschillende dingen zitten opschrijven over een fonds. Dat hebben we in het voorjaar ook binnen het kabinet besproken.”

Dat ook anderen het idee claimden, beantwoordde de minister van Financiën met een cliché: „Succes heeft vele vaders.” Dat is de bezweringsformule die de dagen daarna ook klinkt – na een dwingende interventie van premier Rutte dat de twee kabinetsleden moesten ophouden met elkaar openlijk vliegen afvangen.

Irritatie over ‘Wopke-show’

Het is niet de eerste keer dat er irritatie is binnen kabinet en coalitiefracties over het investeringsfonds in oprichting. Half augustus, nadat het kabinet net was begonnen met het finale begrotingsoverleg voor Prinsjesdag, was de aankondiging van een groots investeringsfonds vrij gedetailleerd gelekt aan De Telegraaf. Een fonds, „naar verluidt uit de koker van Wopke Hoekstra”, zou worden gevuld met misschien wel 50 miljard euro, een bedrag dat tegen de huidige gunstige (negatieve) rente op de kapitaalmarkt zou worden opgehaald en bedoeld is om investeringen te doen die de economische groei in de verre toekomst moeten bevorderen. Dat was op donderdagochtend 22 augustus.

In de dagen ervoor had Hoekstra het fonds weliswaar besproken in het kabinet en bij het coalitieberaad – het wekelijkse overleg van de top van het kabinet met de fractieleiders van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – maar er lag geen afgerond voorstel. Er was al helemaal geen overeenkomst tussen de partijen over hoe het plan in Miljoenennota en Troonrede zou belanden. Het stuk in de Telegraaf wekte de indruk dat het plan al heel concreet was.

Een aantal bewindspersonen was hierdoor onaangenaam verrast. „Allerlei mensen in het kabinet dachten: fuck, waarom hoor ik dat nu pas”, zegt een van hen. Een ander vat de onvrede wat diplomatieker samen. „Sommigen vonden het vervelend dat de besluitvorming nog niet was afgerond en er in de krant toch al een heel concreet plan leek te bestaan.”

Niet alleen het lek maar ook dat De Telegraaf Hoekstra als architect aanwees van het aanstaande miljardenfonds wekte wrevel. „Het werd een beetje de Wopke-show”, zegt een bron uit de coalitie. Terwijl hij in de eerste twee regeringsjaren als minister van Financiën altijd op de rem ging staan als een ander om extra geld kwam vragen. „En dan nu plots een droomfonds uit zijn koker?” Er circuleerden de afgelopen jaren twee bijnamen voor Hoekstra in en rond de Trêveszaal: ‘mister Nein’ en ‘de blokkeerfries’.

Gesnoven aan de lage rente

Daarbij was er ook inhoudelijke twijfel over het plan voor een nieuw investeringsfonds. Oudgedienden in de coalitie riepen de ongelukkige afloop van het FES-fonds in herinnering. Dat was het Fonds voor Economische Structuurversterking dat in de jaren negentig werd opgericht en voor een deel met gasbaten werd gevuld. Ook dat fonds was bedoeld voor grote projecten, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur, die niet zozeer financieel als wel een breder economisch rendement moesten opleveren. Maar aan het eind van de rit werd het FES door menig kabinet ook aangeboord om gaten in de reguliere begroting te dichten. Zo werd de bouw van het Internationaal Strafhof ICC in Den Haag er deels mee gefinancierd. Het FES-fonds werd in 2010 stopgezet. Zo moet het dus niet, vindt ook Hoekstra.

Met name VVD’ers binnen het kabinet vonden dat Hoekstra iets te hard van stapel liep – hij heeft intern de ambitie uitgesproken dat hij wel 75 miljard tot 100 miljard euro zou willen ophalen. Sommige bewindslieden waren bang dat Hoekstra zijn miljardenfonds snel wilde optuigen, zonder dat ze het uitvoerig hadden kunnen bespreken. „Wopke had aan de lage rentestanden gesnoven en was een beetje high geworden”, zegt een kabinetslid.

Ook op zijn eigen departement gingen de handen niet onmiddellijk op elkaar voor de oprichting van een nieuw miljardenfonds. „Het gaat een beetje tegen onze natuur in”, zegt een topambtenaar. „Wij zijn toch altijd degenen die kritisch moeten zijn op departementen die alsmaar extra geld willen uitgeven. En nu gaan we dat ineens zelf doen.”

Niettemin zijn veel afdelingen van Financiën al sinds een jaar aan het werk om, in opdracht van hun politieke baas, de opties voor een nieuw miljardenfonds in kaart te brengen. Wat zijn de voordelen en kansen van de historisch lage rente? Wat heeft de overheid nog meer voor investeringsmogelijkheden? Wat zijn succesvolle investeringsfondsen in andere landen? En ook: waar kan Nederland over twintig, dertig jaar zijn geld mee verdienen?

Als voorlopig sluitstuk van deze exercitie reisde een ambtelijke delegatie van Financiën eind juni af naar Singapore om daar het zogeheten sovereign wealth fund te bestuderen, het nationale staatsinvesteringsfonds. Voor Hoekstra werd dit beleggingsfonds – dat niet alleen in projecten maar ook in aandelen investeert – een van de varianten die hij eind augustus in de coalitie besprak.

Na het lek in De Telegraaf besloot de coalitie om de discussie over het fonds even on hold te zetten. Een week later werd het weer op de agenda gezet en uitvoerig besproken. Het kabinet kwam tot een compromistekst voor de Miljoenennota. Daarin wordt alleen nog maar een onderzoek naar een fonds aangekondigd. Eerst gaat Wiebes nog aan de slag om een „brede agenda” te bedenken, die het „duurzame verdienvermogen op lange termijn” moet zien te versterken. Een project waar hij overigens samen met staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) al maanden aan werkt.

In juni en juli nodigden Wiebes en Keijzer Hoekstra al eens uit voor twee ‘haardvuursessies’ om over deze plannen te spreken. Ondanks de irritatie deze week tussen beide ministers, zijn ze het erover eens dat het kabinet op zoek moet naar investeringskansen op het gebied van infrastructuur, nieuwe technologie, wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling.

Die gedachte was al in het voorjaar ook breed in de coalitie gedeeld. De fractievoorzitters van de regeringspartijen vroegen zich openlijk af of er niet meer financiële ruimte was te vinden, om te investeren in het versterken van de economie. Zeker nu de staatsschuld op zo’n laag niveau was aanbeland – al een tijd ruim onder de Brusselse begrotingsnorm van 60 procent van het bruto binnenlands product. Hoekstra heeft zijn idee voor een nieuw fonds toen ook geopperd. Het werd besproken tijdens de zogenoemde mid term review over de agenda voor de tweede helft van de regeerperiode, eind maart in het Catshuis.

De formule die inmiddels door coalitie en kabinet is gekozen, is ‘project zoekt geld’ – en niet andersom. Dat moet de angst van sommige partijen wegnemen dat er een permanent fonds wordt ingesteld, waar departementen en lobbyclubs bovenop duiken die allemaal iets uit de ruif willen voor hun eigen hobby’s.

Als de investeringsagenda van Wiebes eenmaal klaar is, zal hij samen met Hoekstra een voorstel schrijven over hoe een daarbij behorend investeringsfonds eruit zou moeten zien. Dat moet „begin 2020” naar de Tweede Kamer, zo beloven ze. Geld is uiteindelijk het probleem niet. Zoals een betrokken ambtenaar zegt: „In de crisisjaren van 2008 en 2009 wisten we in korte tijd ook 70 miljard op de kapitaalmarkt op te halen.”