Recensie

Recensie Boeken

Het mysterie is alleen te omcirkelen

Filosofie van de dood Als het om de dood gaat, zijn kraakheldere definities onmogelijk. Bert Keizer maakt via dinosaurussen en schrijvers omtrekkende bewegingen.

Foto Istock

Wat te doen, in het aangezicht van de dood? Arts en filosoof Bert Keizer haalt een fictief verhaal aan van schaker Jan Hein Donner over een Romeinse soldaat die tijdens de uitbarsting van de Vesuvius beseft dat alles verloren is en doet wat hij kan: hij springt in de houding. ‘Zinloos en toch stijlvol’, aldus Keizer, die oppert dat we de dood misschien zo moeten zien. Als ‘de situatie bij uitstek waar we geen antwoord op hebben’, een Vesuvius waar we alleen maar voor kunnen salueren.

Het verhaal komt uit één van de honderden lemma’s in Keizers Reis om de dood, zijn woordenboek of kleine encyclopedie van begrippen die met het levenseinde te maken hebben. Die gaan van ‘Alzheimer’, ‘begrafenismuziek’, ‘bijna-doodervaring’ (‘een onhandig verpakt brokje hoop op een enkeltje naar de eeuwigheid’), ‘doodsrochel’ en ‘hersendood’, via ‘lijk’ en ‘longkanker’ naar ‘mooi doodgaan’, ‘moord op een dier’, ‘obductie’, ‘overlijdensadvertenties’, het taboe van de ‘tropendood’ (dood door nalatigheid van verpleegsters), tot ‘ziel’ (twee zinnen), ‘zelfmoord’ en ‘zin’ (een dringende vraag, maar ‘dat wij met die vraag zitten, betekent nog niet dat dit dus niet alles is’).

In de ‘omtrekkende beweging’ van deze alfabetische ordening wordt ook een laatste eer bewezen aan de Azteken, Chet Baker, tal van dichters (Keizers geliefde Emily Dickinson, maar ook Donne, Larkin, Rilke, Shelley) , dieren (chimpansees, honden, dinosaurussen), neanderthalers, Jimi Hendrix, Julianus de Afvallige, pater Van Kilsdonk – en nog veel meer.

Kraakheldere definities

In zijn ‘Woord vooraf’ legt Keizer uit waarom hij voor deze opzet heeft gekozen. Mensen zoeken graag kraakheldere definities, maar die zijn niet verkrijgbaar als het om de dood gaat – wat pregnant blijkt in het lemma over ‘hersendood’ en de timing van orgaandonatie (‘Ik weet niet of we hier ooit uit komen’). Ook hebben we de neiging alles om ons heen in antropomorfe termen te duiden, zodat de Kerk, boeken en zelfs het heelal kan ‘sterven’. Maar wat betekent dat? Wie weet kunnen we de dood dus beter niet confronteren. ‘Men kan de zon noch de dood recht in de ogen zien’, citeert hij Rochefoucauld, maar wel erom heen lopen, ‘zij het in steeds kleiner wordende cirkels’.

In dat omcirkelen slaagt Keizer voortreffelijk. Hij put rijkelijk, openhartig en soms ontroerend uit zijn artsenpraktijk, zijn kennis van literatuur en filosofie en alledaagse observaties. Vaak geestig (‘overigens raad ik mummificeren af’), soms wat flauw, maar nooit ongevoelig of respectloos.

In de vaak puntgave stukjes winnen troost, riten en illusieloze medemenselijkheid het van ‘slimme praatjes’ van filosofen

Keizer (1947) hoort bij een naoorlogse generatie filosofen en intellectuelen die werden geraakt door Wittgenstein, wiens werk een frisse wind was door de op kantianisme en fenomenologie geënte Nederlandse wijsbegeerte. In het boek klinkt dan ook een prettig ondogmatische nuchterheid door, die doet denken aan de essayistiek van Rudy Kousbroek en diens geestverwanten. Hier geen spoor van doodsromantiek of van semi-diepzinnig ‘gezwets’. Maar Keizer is ook wars van het platte zo-is-het-nu-eenmaal-naturalisme (‘de dood hoort gewoon bij het leven’) waar Nederlanders graag patent op hebben. De dood is en blijft een schrikbarend mysterie.

Lees ook de recensie van Wouter Kusters Filosofie van de waanzin

Ook zijn katholieke afkomst verraadt deze ex-misdienaar niet. Tot in een ironische bespiegeling over de ‘protestantse’ dosering morfine aan het sterfbed (6 x 5 mg, wat ‘betekent dat je toch nog een beetje lijdt’) versus de protocollaire dosering (6 x 10 mg) en de ‘katholieke’ (6 x 20 mg), onder het motto ‘het leven is al erg genoeg’. Religie komt ook aan bod in ‘laatste oordeel’, ‘hemel’, ‘hel’, ‘contact met de doden’ en in ‘leven na de dood’, met acht fragmenten het langste lemma. Meer calvinistische lemma’s over doodsangst of erfzonde ontbreken dan weer. In de vaak puntgave stukjes winnen troost, riten en illusieloze medemenselijkheid het van ‘slimme praatjes’ van filosofen, die uiteindelijk ‘stakkerig’ bij de praktijk afsteken.

Zo is Keizers merkwaardig onderhoudende Reis om de dood met gemak het veelzijdigste, subtielste filosofische boek geworden dat in jaren over de dood is verschenen in Nederland. ‘De dood zit ons op de hielen’, schrijft hij, ‘daarom blijven we in beweging.’ Gelukkig maar.