Opinie

Geef verslaving geen kans

Geestelijk leven Een gat in je ziel maakt kwetsbaar voor verslaving, schrijft . Jaag geen likes op sociale media na, maar vul je innerlijke leegte om oppervlakkige verleidingen te weerstaan.

Illustratie
Illustratie Kwennie Cheng

Lopend aan de rafelranden van de Hollandse hoofdstad zie ik een landschap van lege zilveren hulzen aan mij voorbijtrekken. Hier hebben groepjes jongeren net een lachhijs genomen. Ze werden licht in het hoofd en verlieten het terrein zonder zich te bekommeren om de gevolgen. Om het verslaafde, vuile landschap kan ik niet lachen: het stemt me koud, treurig.

Intussen, in het digitale landschap, huilt iemand met lange halen. Het is Mikaela Testa, vlogster. Ze kondigt emotioneel haar ‘break’ van sociale media aan: als Instagram de likes gaat weghalen, dan stort haar leven als influencer in. Ik hoor de desperate roep van een verslaafde: de dealer mag de kraan niet dichtdraaien!

We leven in een verslavingsmaatschappij, een samenleving waarin het draait om likes, groei, aandacht, highs. Wie in deze tijd niet verslaafd wil raken, moet zich actief inspannen. Marketeer en psycholoog Adam Alter laat in zijn boek Super verslavend (2017) met voorbeelden zien hoe verslaving ingebouwd is in het design van talloze producten en ervaringen. Van het geluid van ieder binnenkomend appje dat ons conditioneert, tot het aftellen tot de nieuwe aflevering op Netflix begint die tot bingewatchen leidt: impuls-stoornissen drijven op beloningssystemen.

Lees ook: Hoe de smartphone ons verslaafd maakt

Adam Alter noemt zes ingrediënten van gedragsverslavingen: fascinerende doelen die net iets buiten je bereik liggen; onweerstaanbare en onvoorspelbare positieve feedback; het gevoel dat je stapsgewijs vooruitgang boekt en beter wordt; taken die in de loop der tijd moeilijker worden; onopgeloste spanningen waar een oplossing voor moet komen; en hechte sociale banden. Hoe nuttig en leuk ook alle toepassingen zijn, ze hebben geleid tot de opmars van nieuwe vormen van verslavingsgedrag met als resultaat een landschap ‘vol isolement en verslaving’, aldus Alter.

Met de zojuist verschenen nieuwe editie van Handboek verslaving (red. Ingmar Franken, Arnt Schellekens en Wim van den Brink) hoeven we het aanhoudend toegeven aan verleidingen niet te wijten aan onze zwakke wil. Maar een ziekte, waarbij we kunnen wijzen naar de middelen, het duivelse kapitalisme of de techbedrijven, is het ook niet.

War on drugs

Handboek verslaving biedt een boeiend overzicht van de per decennium veranderende gedachten over verslaving die nog altijd doorwerken in de hedendaagse visie op behandelmethodes. Werd in het midden van de negentiende eeuw vooral het middel als verslavend gezien (met als gevolg bijvoorbeeld drooglegging en ook nu ‘war on drugs’), in de jaren dertig van de vorige eeuw verschoof het accent steeds meer naar de psychologie en wil van het individu.

Daarop volgde in de jaren 1940-1960 het beeld van verslaving als ziekte. In de jaren zeventig kwam het biopsychosociale model waarin zowel wordt gekeken naar psychologische en sociale factoren als naar biomedische aspecten. In de jaren negentig verschoof de focus naar de hersenen in de medisch-biologische kijk op verslaving.

Zolang de maatschappij gericht blijft op groei en ontwikkeling zal mateloosheid in allerlei vormen blijven toenemen

Opvallend in deze tijd is dat de term verslaving verdwijnt en zelfs vermeden wordt: men spreekt liever van excessief gebruik en een stoornis. De nadruk ligt op ‘ongewenste chronische gewoonten en gedrag’.

Door verslaving als een gedragsstoornis te zien, komt bij behandeling de nadruk te liggen op (hersen)conditionering en gedragsverandering. Het levert werkbare methoden op waar veel disciplines hun steentje aan kunnen bijdragen. Zoals de gedragswetenschappen, maar ook neurologie.

Verleiden, bedwelmen en afleiden

Belangrijke vragen die zich op meer maatschappelijk niveau afspelen blijven intussen onaangeroerd. Waarom laten we ons eigenlijk zo gemakkelijk verleiden, bedwelmen en afleiden?

De Deense psycholoog en filosoof Svend Brinkmann stelt in zijn boek The Joy of Missing Out (2019) een diepere en structurele analyse van de maatschappij aan de orde als oorzaak. Zolang de maatschappij gericht blijft op groei, ontwikkeling en grenzeloosheid, zal mateloosheid in allerlei vormen alleen maar toenemen. Hij stelt voor om waarden te promoten en beoefenen die er tegenover staan, onder meer: de kunst om te stoppen, matigheid en zelfbeheersing. Het is niet hip, maar het moet. En als je het niet voor jezelf doet, dan toch wel voor de wereld.

Lees ook: Tech is schadelijk voor u!

Brinkmann zoekt antwoorden in het politieke, existentiële, ethische en esthetische domein. Deze maatschappelijke analyse heeft ook consequenties voor het individu dat die waarden moet internaliseren. En dat kan je benauwen. Marian Donner wijst er in haar Zelfverwoestingboek (2019) op dat je tegenwoordig al zo ontzettend veel moet als individu, en daarom rookt ze er lustig op los. Sympathiek, maar het romantische argument van de gekozen zelfdestructie (‘ik kies mijn eigen ondergang!’) is het meest klassieke zelfbedrog van de verslaafde roker en houdt weinig rekening met de effecten voor de omgeving.

Brinkmann pleit gelukkig niet voor complete geheelonthouding en totale zelfdisciplinering. Hij ziet meer in het faciliteren en aanmoedigen van manieren om het individu te leren omgaan met de middelen. Een mooi voorbeeld om daarmee te oefenen is de opmars van de detox-kampen waar jongeren tijdelijk hun telefoon inleveren.

Gat in je ziel

Toch is Brinkmanns filosofische appèl wat mij betreft nog niet genoeg. In een mooi artikel in NRC over mensen die proberen van hun verslaving af te komen, en daartoe naar het buitenland reizen, geeft de Zuid-Afrikaanse oprichter Peggy-Sue Figueira van haar kliniek een boeiend antwoord: „Zuid-Afrika is een spiritueel land. Hier is het normaal om ‘God bless you’ te zeggen en zondag naar de kerk te gaan.” Ze suggereert niet dat we met z’n allen naar de kerk moeten, het gaat haar om iets anders: „Mensen met een verslaving hebben een ‘spiritual hole in their soul’ en zijn gebaat bij een ‘holistische benadering’. Daarom kunnen degenen die dat willen mediteren en bidden in White River Manor.”

Lees de vorige aflevering van ‘ De Meedenkers’: Het klimaat is het Tsjernobyl voor de jeugd

Predikant Joost Roselaers wees er eerder in deze krant op dat geestelijken geoefend zijn in het bespreken van levensvragen. Zij kunnen daarbij helpen, zei hij, waarbij hij er niet op uit is „zieltjes te winnen”.

Een gat in je ziel. In de yoga-wereld werd in de jaren zeventig de mooie term ‘cold depression’ gebruikt voor deze conditie. Koude depressie kwam met name veel voor in het westen waar overvloed, materialisme, hard werken en consumptie tot een gevoel van spirituele leegte kunnen leiden. Burn-out en verslaving zijn het gevolg. Als de externe druk te groot wordt, dan weten we intern niet goed wat we ermee aan moeten.

Onrust en eenzaamheid

Te veel externe prikkels, zoals informatie-overload, kunnen een permanent gevoel van onrust, eenzaamheid en verlies van betekenis opleveren. We gaan dan op zoek naar drama, intensiteit, highs, actie, interactie en afleiding om die leegte te dempen. Koude depressie betekent dat je van binnen niets (hoeft te) voel(en)t. En dat gebeurt sneller als je ego in plaats van je ziel aan het roer zit. Dat gat moet gedicht en daarvoor moet je durven voelen in plaats van jezelf af te leiden met lachkicks en likes.

Wie wil beginnen met puin ruimen in dat verslaafde, vervuilde landschap, moet de existentiële, spirituele en filosofische dimensie erbij betrekken. Psychiaters als Dirk de Wachter en Damiaan Denys hebben zich beklaagd dat het te druk is in hun spreekkamers. Wellicht kunnen filosofen, predikanten en yogi’s helpen de werkdruk te verlichten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.