Opinie

Eén briljante geest is niet genoeg

Jeroen Geurts

Tijdens onze huwelijksreis dertien jaar geleden maakte ik een kleine uitstap voor de wetenschap. We verbleven in Rome en ik wilde graag een van mijn neurowetenschappelijke idolen ontmoeten: Rita Levi-Montalcini. Ik kende haar vanuit studieboeken en had geen idee of dit wetenschapsicoon bereikbaar zou zijn voor een jonge, onbekende hersenonderzoeker. Maar ik gokte het erop.

Waarom ik haar wilde ontmoeten? Ze was een grootheid in mijn vak. Ze legde de basis voor het plasticiteitsdenken waarmee mijn hele generatie is opgevoed. Ze won de Nobelprijs in 1986. Ze was ons aller wetenschappelijk grootmoeder. Geboren in Turijn in 1909, legde ze zich toe op de ontwikkelingsbiologie van het zenuwstelsel. Als Joodse werd haar aanstelling aan de universiteit in de oorlog ingetrokken. In haar keuken bouwde ze een laboratorium en daar deed ze cruciale bevindingen aan het kippenembryo. Na de oorlog publiceerde ze en trok zo de aandacht van Viktor Hamburger, eveneens een gevluchte Joodse wetenschapper, werkzaam aan de Washington University te St. Louis. Met microchirurgische technieken verwijderden beide neuro-embryologen kippenvleugeltjes-in-aanleg en keken naar de effecten op zenuwcellen in het ruggenmerg. Die bleken massaal af te sterven. Hamburger dacht dat zenuwcellen de ontwikkelende ledematen nodig hadden om te kunnen overleven en om hun uitlopers te gidsen naar hun bestemming. Na de oorlog vertrok Rita op uitnodiging van Hamburger naar St. Louis en verbleef er uiteindelijk dertig jaar. In zijn lab deed ze, later samen met biochemicus Stanley Cohen, de bevindingen die haar en Cohen naar de Nobelprijs zouden leiden.

Geheimzinnige Factor X

Rita en Cohen ontdekten dat Hamburgers geheimzinnige Factor X die zenuwcellen doet uitgroeien een eiwit is: de nerve growth factor (NGF). Inmiddels weten we dat er een heel netwerk van zulke eiwitten is, op complexe wijze interacterend binnen het zenuwstelsel. NGF opende de deur naar later functioneel hersenonderzoek.

Rita ontving me in haar kantoor in Rome. Toen 97 jaar oud had ze nog geen grammetje intellectuele scherpte verloren. We spraken tweeënhalf uur lang over wetenschap en het brein. Ik heb haar in de jaren daarop nog een aantal keer gezien. Ze werkte tot aan haar dood. Ze kon ook niet anders, want de community bleef aan haar trekken. Ze werd voorvechter van vrouwen in de wetenschap. Van fundamenteel onderzoek. Ze werd senator. Rita leed aan wereldfaam.

Niet lang geleden bladerde ik nog eens door haar autobiografie, In praise of imperfection. Een prachtige ontdekkingsroman met een sterk pleidooi voor vrije wetenschap. Maar veel meer dan de eerste keer dat ik het las, werd ik gegrepen door Hamburger. Een schuchtere man, op de achtergrond, liefst bezig met de inhoud van de zaak, wars van politiek en opsmuk. Toch is hij het die de latere Nobelprijswinnaars herkende, die ze naar zijn lab haalde, die ze van de juiste achtergrond en materialen voorzag en die met zijn kennis en ervaring de voorwaarde was voor hun succes.

Eenzijdige focus op Nobelprijzen

Hamburger overleed in 2001 op 100-jarige leeftijd. (Rita zelf werd uiteindelijk 103 en Cohen leeft nog, inmiddels 96; je vraagt je af of ze destijds van de groeifactor gesnoept hebben). Hamburger was een grootheid in het veld van de neuroembryologie. Maar hij evenaarde in de verste verten niet de sterrenstatus van Rita of Cohen. Maakt zo’n Nobelprijs dan echt het verschil? Zonder Hamburger hadden ze die prijs niet gekregen, zoveel durf ik wel te zeggen. Door onze eenzijdige focus op Nobelprijzen en andere individuele prijzen en beurzen verliezen we uit het oog dat voor grote wetenschappelijke voortgang meer nodig is dan één briljant individu. Een idee is ook vrijwel nooit ‘van’ één individu. Ik ben altijd verbijsterd als men het tegendeel beweert. We worden allemaal geïnspireerd. Dat is maar goed ook: het gaat er immers niet om wie de wereld verbetert, maar dat de wereld verbetert. Of ben ik nu weer te naïef?

Persoonsverheerlijking in de wetenschap staat maar in de weg van waar het echt om gaat. We hebben de Spinozaprijs al omgedoopt tot (ook) een prijs voor het team. Nu de Nobelprijs nog. Toch veel leuker om het verhaal van het hele team te horen? De verschillende rollen die zijn gespeeld op de weg naar succes. De een is goed met het chirurgisch mes, de ander zorgt voor talentontwikkeling. Mijn punt is: dat is allemaal even belangrijk op de ontdekkingstocht naar het nieuwe.

Terecht gelauwerd

Ik bewonder Rita nog steeds vurig. Niet zozeer om haar Nobelprijs. Wel om haar vastberadenheid en haar visie. Ze is om allerlei redenen terecht gelauwerd. Tegelijkertijd wens ik de jongere generatie wetenschappers toe dat ze minder gefocust zijn op die ene prijs of ‘de hoogste persoonlijke eer’. Ik wens ze toe dat ze óók met overtuiging kunnen zeggen: „Ik ben een Hamburger!” En dat wij en zijzelf dan precies even trots zijn.

Ik heb deze column de afgelopen jaren met plezier geschreven, maar het wordt hoog tijd om andere zaken weer meer aandacht te geven. Dit was dus mijn laatste. Ik dank alle lezers voor de vele lieve berichten.

Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc.