Een autocraat die zo nu en dan de teugels liet vieren

Zine al-Bedine Ben Ali (1936-2019)

oud-president van Tunesië

Onder Ben Ali kregen veel Tunesiërs het economisch beter, maar werkloosheid, corruptie en nepotisme leidden in 2011 tot zijn val.

President Ben Ali in 2009
President Ben Ali in 2009 Foto EPA

De voormalige Tunesische president Zine al-Bedine Ben Ali is donderdag op 83-jarige leeftijd overleden in de Saoedische stad Jeddah. Hij verbleef in Saoedi-Arabië sinds zijn vlucht uit Tunesië in 2011. Hij was destijds de eerste langdurig zittende Arabische leider die ten val kwam door massale protesten van de kant van de bevolking.

Ben Ali, die een militaire achtergrond had, zette in oktober 1987 Habib Bourguiba, de vader van het moderne Tunesië, af in een ‘medische coup’. Achteraf liet hij artsen in een officiële verklaring zeggen dat de oude Bourguiba niet langer compos mentis was. „Een daad in het nationaal belang”, oordeelde hij zelf over zijn staatsgreep.

Ben Ali regeerde het Noord-Afrikaanse land op autocratische wijze, al liet hij de teugels zo nu en dan vieren. Dan was er iets meer ruimte voor de pers en voor geluiden van de oppositie. Veel critici van zijn regime verdwenen echter achter slot en grendel. Op de ranglijst van mensenrechtenorganisaties eindigde Tunesië tijdens zijn bewind steevast in de onderste gelederen.

Wel zette Ben Ali in navolging van Bourguiba het seculier georiënteerde beleid voort, waarin vrouwen meer rechten genoten dan in de meeste andere Arabische staten. De hoofddoek was onder hem zelfs verboden.

‘Afrikaanse leeuw’

Economisch ging het de Tunesiërs onder Ben Ali betrekkelijk goed. Vooral het toerisme nam in die jaren een hoge vlucht maar ook landbouw, handel en industrie deden het beter. Tunesië werd in 2010 zelfs bestempeld als een ‘Afrikaanse leeuw’, een van de economisch veel belovende Afrikaanse landen. De werkloosheid, vooral onder jongeren bleef echter hoog. Ook wekte de wijd verbreide corruptie woede bij velen. Met name Ben Ali’s tweede vrouw Leila genoot een reputatie van corruptie en nepotisme.

Werkloosheid en geringe economische kansen voor velen en corruptie vormden ook de reden dat het begin 2011 tot omvangrijke protesten kwam die leidden tot de vlucht van Ben Ali en zijn familie naar Saoedi-Arabië, het begin van de zogenoemde ‘Arabische Lente’.

Na Ben Ali’s vlucht volgde er in hun afwezigheid een proces tegen hem en zijn vrouw. Ze werden tot 35 jaar celstraf veroordeeld en kregen een boete van 45 miljoen euro voor diefstal en onrechtmatig bezit van grote hoeveelheden geld en juwelen.