Recensie

Recensie Muziek

Don Carlos in pyjama middelpunt van bonte en donkere Verdi-opera

Recensie Opera Ballet Vlaanderen Bij Opera Ballet Vlaanderen starten deze maand de nieuwe artistiek directeur Jan Vandenhouwe én dirigent Alejo Pérez met een muzikaal puike, scenisch wisselende productie van Verdi’s ‘Don Carlos’ in regie van Johan Simons.

Kostuumpracht: Don Carlos van Verdi door de Vlaamse Opera
Kostuumpracht: Don Carlos van Verdi door de Vlaamse Opera Annemie Augustijns/ Vlaamse Opera

Stel je mocht een ontmoeting ensceneren tussen twee kunstenaars, waarom dan niet regisseur Johan Simons en componist Giuseppe Verdi? Beiden afkomstig uit een dorpje, beiden gedreven door de overtuiging dat een betere wereld begint bij jezelf en de kunst, niet bij de kerk.

Je snapt dus dat Jan Vandenhouwe, de net begonnen artistiek directeur van Opera Ballet Vlaanderen, zijn eerste seizoen opent met Verdi’s opera Don Carlos in juist Simons’ regie. Ze kennen elkaar van de Ruhrtriënnale. Simons was er intendant (2015-2017), Vandenhouwe zijn hoofddramaturg – een rol die hij voor Don Carlos weer even oppakt in een door hemzelf geassembleerd team met beeldend kunstenaar Hans op de Beeck en kostuumontwerper Greta Goiris.

Teams van kunstenaars zijn berucht broos. Hoeveel speelruimte heeft een regisseur wanneer andermans beeldtaal al een stempel heeft gedrukt? Don Carlos ontstond weliswaar „procesmatig”, maar toch wringt ook hier de klassieke problematiek van zoveel mensen, zoveel ideeën.

Jeroen Bosch-achtige puntmutsen

Op de Beeck is vooral scenograaf; een decor ontbreekt. In plaats daarvan glijden videobeelden van landschappen en paleispoorten voorbij, vagelijk de schilderijen van Giorgio de Chirico echoënd. Het toneel wordt beheersd door ledikanten en geometrische objecten (uien, pompoenen, trapeziums), soms in skeletvorm, soms in pastelkleurig 3D, als afkomstig uit een Teletubbieachtigachtig parallel universum. Het geheel is vol en statisch, maar sluit naadloos aan bij de bonte prachtkostuums van Greta Goiris, die met Jeroen Bosch-achtige puntmutsen, stijve capejes en wonderlijke uitstulpingen al net zo streng en claustrofobisch ogen.

Verdi’s Don Carlos gaat hier in de Franse versie uit 1886. Anders dan in het stuk van Schiller zie je Carlos’ passie voor zijn leeftijdsgenoot Elisabeth één scène lang knisperen voordat de liefde voorgoed transformeert in een destructieve kracht omdat Elisabeth in naam der vrede trouwt met Carlos’ vader, Filips de Tweede (Andreas Bauer Kanabas).

Johan Simons maakt Don Carlos tot het middelpunt van de handeling, niet Filips en/of de politieke wortels van de Tachtigjarige Oorlog en de gruwelen van de Inquisitie waaraan Verdi ook spectaculair kleur geeft. Carlos, de Infant, is een inderdaad wat infantiele adolescent die in zijn pyjama kwetsbaar tussen de bedden en blokken over het podium rondwaart en alles als in flashback/droom beleeft.

Vocale diamant van de voorstelling

Tenor Leonardo Capalbo, steeds soepeler zingend, is in die rol een drijvende kracht. Zijn verlangende handreikingen naar een betere wereld ogen niet overal urgent, maar je gaat mee in zijn jeugdigheid, zijn vriendschap met Markies Posa (Kartal Karagedik, vocaal de diamant van de voorstelling), zijn vergeefse hunkering naar romantische én vaderliefde, zelfs zijn politiek ontwaken.

Het tekent Simons’ regie dat hij zijn personenregie voortdurend met zoveel detail heeft ingevuld, al is er met wisselend succes ook ruimte voor spontaniteit gelaten. Raehann Bryce-Davis is vocaal een Prinses Eboli om van te smullen, maar dat ze haar amoureuze afwijzing door Carlos met pruillip, draaiheup en straatflair ondergaat, schaadt haar latere geloofwaardigheid. Voor Elisabeth (Mary Elizabeth Williams) geldt het omgekeerde: ze acteert haar omslag van veulenachtige verliefdheid naar moederlijke ernst uitstekend, maar is vocaal niet tegen de rol opgewassen.

Zijn dromen donker?

Omdat Simons’ de opera als ‘nachtstuk’ ensceneert, snap je dat lichtontwerper Dennis Diels kiest voor een consequent chiaroscuro. Maar vier uur lang blijft dat gegeven niet fris. Van meer afwisseling in de belichting was deze Don Carlos zeker opgebloeid – en wie zegt dat dromen donker zijn? Al met al mis je samenhang tussen beelden, licht en regie; ze bestaan dapper naast, maar niet met elkaar.

Dé troeven zijn dan ook de vaste peilers: koor en orkest van de Vlaamse Opera. Het koor klinkt zo adembenemend homogeen in dictie en gelijkmatig in dynamiek, ook in de praalkoren, dat je direct opzoekt wie de dirigent is (Jan Schweiger: prijswaardig). Dirigent Alejo Pérez heeft neus voor Verdiaans drama, bouwt de handeling uitstekend op, doseert de decibellen en maakt al met al een uitstekend debuut als de nieuwe muzikaal directeur van Opera Ballet Vlaanderen.