Opinie

De geest is uit de geesteswetenschap

Humaniora Geld van ‘nutteloze’ alfastudies naar ‘nuttige’ bètastudies overhevelen? Gelukkig laten de universiteiten zich niet tegen elkaar uitspelen, stelt Bas Heijne vast.

Illustratie
Illustratie Pepijn Barnard

Afgelopen zomer maakte Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, samen met een redacteur van deze krant een wandeling langs kerken in Oost-Nederland. Het werd een aangenaam dagje. De minister is niet gelovig, maar met kerken heeft ze wel wat: „Als je in een kerk bent, en je kan een kaarsje opsteken, dan doe ik dat. Het is er altijd helemaal stil, een moment van totale rust.”

Voor het behoud van Nederlands erfgoed, en kerken in het bijzonder, heeft ze 325 miljoen uitgetrokken. Die kerken lopen leeg of zijn dat al, maar voor deze minister hebben ze een meer dan religieuze betekenis alleen – ze vertellen ons wie we zijn.

Zelf had ze, als kind dat in het buitenland opgroeide en zich in Nederland een vreemde voelde, ook behoefte aan zo’n verhaal: „Waarom is het hier zoals het is? En nu vind ik dat een heel boeiende vraag, voor mezelf, om daarin te graven, maar ook voor een samenleving, voor een land met veel nieuwkomers. Willen wij kunnen uitleggen waarom we dingen doen zoals we doen, dan hebben we het over onze geschiedenis, dan is dat een verhaal dat we moeten vertellen. En er is niks wat een verhaal zo goed vertelt als objecten: een beeld, een schilderij, een gebouw, een kerkgebouw. Dat maakt erfgoed zo ontzettend van betekenis.”

De ironie, de gotspe, het godvergeten schandaal, hoe je het maar wilt noemen, is dat juist deze minister de universitaire studies die zich met dit ‘verhaal’ bezighouden nóg verder wil uithollen, door geld bij de alfa- en gammastudies weg te nemen en over te hevelen naar technische studies. Nederland levert te weinig studenten techniek af, dat is een probleem; we lopen achter op het buitenland. Maar er moest geschoven worden binnen de begroting, dus werd het zaakje „quick and dirty” geregeld, zoals de minister het zelf uitdrukt.

Filosofisch gezwijmel

Quick and dirty – dat is een heel andere taal dan filosofisch gezwijmel over de betekenis van de kerk in het Nederlandse landschap („Een kerk is een baken, een ankerpunt.”) Een beeld, een schilderij, een gebouw, een kerkgebouw ‘vertellen’ op zichzelf helemaal niks. Niet als je er niks van weet, niet als je je er niet in verdiept, niet als je niet geschiedenis en context kent. Het zijn wijzelf die het verhaal vertellen over die objecten, wij geven ze betekenis, wij houden ze tegen het licht, onderzoeken ze, koesteren ze en brengen ze in verband met andere verhalen. De disciplines die zich met dat verhaal bezighouden hebben een naam: de geesteswetenschappen.

Erfgoed is „zo ontzettend van betekenis”. O ja? Maar erfgoed is geen kaarsje opsteken in een stille kerk, geen veilige, culturele enclave waarin het verleden voorgoed is bijgezet in een vitrine, met een bordje erbij. Erfgoed bestaat niet uit objecten en gebouwen die je alleen maar netjes hoeft te onderhouden om de betekenis ervan te bewaren.

Lees ook: Stop met het verdacht maken van de geesteswetenschappen

Kijk naar de heftige debatten die volgden op de brand in de Notre-Dame in Parijs. Niemand zal beweren dat de kathedraal gewoon een achteloze hoop stenen is. Maar wat is de Notre-Dame dan wel? Wat ‘vertelt’ de kathedraal ons? Is het gewonde hart van het katholieke Frankrijk, een gotisch meesterwerk, een symfonie van schoonheid, een romantische fantasie, met dank aan Victor Hugo en Disney? Of is de gehavende kerk, in de woorden van de katholieke Schöngeist Antoine Bodar, „symbool van een mensheid die God overbodig heeft verklaard”?

Waarom vindt de een het grappig wanneer een architectenbureau voorstelt om op het nieuwe dak een parkeerterrein of een zwembad te maken en ziet een pessimistische (cultuur)christen daar juist een teken van jammerlijk verval in?

Wij vertellen dat verhaal – of liever, die verhalen. Om ze te kunnen vertellen moeten we de geschiedenis van de kathedraal kennen, de religieuze gedachten die eraan ten grondslag liggen. Het debat over de restauratie – maken we die negentiende-eeuwse spits gewoon weer een negentiende-eeuwse replica, of maken we er iets nieuws van? – is een sociologisch-cultureel debat. Geesteswetenschappen, dus.

Doodsteek voor D66

Van Engelshoven ligt slecht bij de universiteiten, en terecht; met de mond belijdt ze een overtuiging waar ze in haar beleid recht tegenin gaat. Het is meteen ook de doodsteek voor de geloofwaardigheid van haar partij, ‘onderwijspartij’ D66, waar fraaie ideeën toch al zelden vaste overtuigingen blijken.

Maar laten we eerlijk zijn, deze minister is ook maar een symptoom, ze wandelt slechts braaf aan de hand van de tijdgeest. Overal zitten de geestwetenschappen in de verdrukking. Christian Madsbjerg, consultant en adviseur van grote bedrijven als Ford, Adidas en Chanel, beschrijft in zijn boek Sensemaking: The Power of the Humanities in the Age of the Algorithm (2017; in het Nederlands Filosofie in tijden van big data) hoe het tij in de samenleving zich gekeerd heeft tegen alles wat niet meetbaar, praktisch en winstgevend is: „de geesteswetenschappen – vakgebieden die culturele producten onderzoeken zoals literatuur, geschiedenis, filosofie, kunst, maar soms ook psychologie en antropologie – zouden geen ‘maatschappelijke behoeften’ meer dienen.”

De geest uit geesteswetenschappen is door een technologisch wereldbeeld verdrongen. Madsbjerg: „Want wat is de waarde van een mensgerichte culturele benadering vergeleken met een eindeloze stroom informatie die nu beschikbaar is via big data? Welke waarde heeft het lezen van baanbrekende romans nog als algoritmen ze allemaal kunnen ‘lezen’ en ons een objectieve analyse kunnen geven van de inhoud? Welke waarde schuilt er in toneelstukken, schilderijen, historische studies, dans, politieke verhandelingen en keramiek, kortom in de culturele kennis die niet kan worden losgemaakt van zijn specifieke context en niet kan worden verwerkt in enorme informatiesluizen?’’

Lees ook Deze brandbrief aan minister Van Engelshoven

Madsbjerg staat buiten de muren van de universiteit, hij verdient – neem ik aan – bakken geld met zijn bedrijfsadviezen. Zijn pleidooi voor het belang van de geesteswetenschappen kan nu eens niet worden weggezet als een doorzichtige preek voor eigen parochie, van iemand die vreest voor zijn baantje. Ook vermijdt hij de even verheven als onmachtige evangelistentoon die al snel wordt aangeslagen wanneer het gaat om immateriële waarden, verheffing door de appreciatie van wat geen economisch of meetbaar maatschappelijk nut heeft. Dat soort smekende, defensieve betogen hebben geen enkel effect op toondove politici en beleidsmakers.

Geld verdienen

Eric Wiebes, minister van Economische Zaken, afgelopen week in Het Financieele Dagblad: „Moeten we nog altijd lessen Frans en Grieks geven? Gaan we daar binnen twintig jaar nog de Chinezen mee verslaan?”

Voor Madsbjerg zijn de humaniora juist ontzettend nuttig – niet zozeer om een beter en beschaafd mens te worden, dat is voor hem slechts bijvangst, maar vooral omdat er goed geld mee te verdienen valt. Ceo’s van bedrijven die zaken gaan doen in een ander land, China bijvoorbeeld, kunnen maar beter de Chinese cultuur en geschiedenis bestuderen, dan kunnen ze hun strategie daar op afstemmen. Als je je bedrijf goed wilt leiden, kun je maar beter wat mensenkennis opdoen, en dan helpt een roman van pakweg Balzac je meer dan de zoveelste vragenlijst-evaluatie. Instinct, onderscheidingsvermogen, empathie, inzicht in verschillen, oog voor details die het algemene beeld op zijn kop zetten – luister je, Wiebes? – om gevoel voor dat alles te ontwikkelen, heb je de kunst en de humaniora nodig. De mens is een technisch wezen, maar techniek maakt ons niet menselijk. Nog niet.

De geesteswetenschappen ‘vertellen’ je niet alleen dingen, ze laten je anders kijken. Laat alle rapporten en data even voor wat ze zijn, stelt Madsbjerg, lees, denk, verwonder je, studeer. Zodat je bedrijft beter georganiseerd wordt, je werknemers tevreden zijn, je beter begrijpt waar je klanten op zitten te wachten.

Pretstudies

Geen wonder dat zoveel mensen op hoge posities in de maatschappij een ‘pretstudie’ hebben gedaan. Madsbjerg: „Besef – voordat je je dochter uitlacht omdat ze confuciaanse filosofie wil gaan studeren, of voordat je neerkijkt op mensen die een major Franse poëzie doen – dat het zomaar kan zijn dat je voor zo iemand gaat werken. Laat het geen verrassing zijn als de voorzitter van de raad van bestuur of de bedrijfsleider iemand is die geschiedenis heeft gestudeerd, verliefd is op Slavische talen of gespecialiseerd is in het Grieks. Natuurlijk, als je zoon dol is op wiskunde, stimuleer hem dan om de wereld van de exacte vakken in te gaan. Maar jezelf of je kinderen weghouden van de geesteswetenschappen […] is niet erg zinvol – noch voor hen, noch voor de toekomst van de samenleving.’

Hé, eigenlijk zegt Madsbjerg hier hetzelfde als onze minister-president onlangs tijdens een ontspannen momentje op Lowlands. Mark Rutte: „Kijk uit voor wat ze ‘nuttige’ studies noemen. Dat wordt niks als je het niet ook echt leuk vindt.”

Tja. En er wel steeds meer op bezuinigen. Maar Rutte heeft een punt. Onze minister-president is historicus. Eric Wiebes, de brekebeen van dit kabinet, heeft in Delft gestudeerd.

Sensemaking, daar gaat het om, volgens Madsjberg. Feiten zeggen niets als je er geen betekenis aan geeft. Je kunt schamper doen over de schaamteloze manier waarop de consultant de geesteswetenschappen tot gereedschap in een neoliberale, zuiver op winstmaximalisering gerichte samenleving maakt. Je kunt zelfs zeggen dat het gevaarlijk is, net zo gevaarlijk als het belang van kunst voor de samenleving willen aantonen door zuiver en alleen te wijzen op de economische effecten van een rijk cultureel leven – kijk eens naar de omzet van restaurants in de buurt van een theater!

En wat als het een keer niets oplevert, als er geld bij moet?

Wat wel mooi is: Madsbjerg haalt de geesteswetenschappen uit het domein van de maatschappelijke vrijblijvendheid, de benauwde enclave van de zogenaamde ‘pretstudies’. Dat vind ik een verademing.

Ellende (en geld)

Mijn voorbeeld: neem de fusie van KLM en Air France. Wat een ellende (en geld) had men zich kunnen besparen wanneer men zich van tevoren in elkaars geschiedenis en cultuur had verdiept! Het gaat hier ogenschijnlijk om gelijksoortige bedrijven, luchtvaartmaatschappijen. Technisch zitten hun vliegtuigen hetzelfde in elkaar, maakt niet uit of er KLM of Air France op staat. Maar de ondernemingen bleken totaal verschillend, omdat het om een Frans bedrijf gaat en een Nederlands bedrijf. Bedrijfsvoering, personeelsbeleid, relatie met de politiek, dat alles wordt sterk beïnvloed en bepaald door ongrijpbare, slecht meetbare factoren. En dat zijn juist de factoren waar de ‘pretstudies’ zich mee bezighouden.

Of neem de houding van veel burgers tegenover de KLM als ‘nationale trots’. Of het chauvinisme waarmee de Fransen naar Nederland kijken, en omgekeerd. Als je daar geen oog voor hebt, als je je daar niet in verdiept, vraag je om moeilijkheden. Die waren er. En ze zijn er nog steeds. Wanneer het over nut gaat, gaat het vrijwel altijd over wat nuttig is voor de economie, zelden over wat nuttig is voor de samenleving. Geesteswetenschappen zijn nuttig voor allebei.

Gelukkig wijst alles er nu op dat de universiteiten zich door deze regering niet tegen elkaar uit laten spelen. De meeste van hen, meldt NRC, zijn niet van plan geld bij de alfa- en gamma studies weg te halen, omdat men beseft dat het maatschappelijk belang van alfa-studies de afgelopen jaren juist alleen maar groter is geworden.

„Wij vinden het een slecht idee om geld weg te halen bij alfa- en gammastudies”, zegt Karen Maex, rector van de Universiteit van Amsterdam in NRC. „Juist nu we te maken hebben met grote maatschappelijke uitdagingen. De impact van innovaties is enorm, het is belangrijk dat je daar vanuit alle expertises naar kijkt. Denk aan de energietransitie of kunstmatige intelligentie.”

Big data

Wat is waardevoller, vraagt Yuval Noah Harari zich af aan het slot van zijn wereldwijde bestseller Homo Deus, „kennis of bewustzijn?” Wie we zijn, hoe we naar onszelf kijken en naar anderen, hoe onze geest werkt, hoe we omgaan met nieuwe technologie, hoe we mens kunnen blijven in een door big data geregeerde wereld – dat zijn vragen waar we ook buiten de muren van de universiteiten steeds vaker mee worstelen.

Door ‘nutteloze’ alfa- en ‘nuttige’ bètastudies tegen elkaar uit te spelen, heeft Van Engelshoven laten zien dat haar culturele gemijmer voor de bühne over ‘het verhaal’ dat we over onszelf vertellen hypocriet is. Maar vooral laat haar beleid zien dat ze bar weinig gevoel heeft voor wat er echt speelt.

„In de zeventien jaar dat ik bestuurder ben, zijn de verhoudingen met Den Haag nog nooit zo beroerd geweest als nu”, zegt Carel Stolker, rector van de Universiteit Leiden. Wanneer de Nederlandse universiteiten het beleid van deze minister onschadelijk maken door het staalhard te negeren, kan ze het beste maar een heel lange kerkwandeling gaan maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.