Boer Heiko Terno laat het onkruid op zijn akkers in de Duitse deelstaat Brandenburg één keer met glyfosaat besproeien, „dan is alles in tien tot veertien dagen bruin”.

Foto Gordon Welters

In Duitsland is glyfosaat ‘politiek gezien een dood paard’

Reportage | Pesticide in Duitsland Wordt glyfosaat in Duitsland terecht verboden? Niet volgens Duitse boeren. „Politici die geen kamerplant in leven kunnen houden, schrijven ons voor hoe wij ons werk moeten doen”.

Als boer Heiko Terno zijn zilvergrijze Volkswagen Caddy in de berm heeft gezet, loopt hij enthousiast een veldje onkruid in. „Heerlijk voor de bijen en goed voor de grond”, zegt hij, wijzend op het rommelige lage groen op zijn akker.

„Alleen dankzij het bestrijdingsmiddel glyfosaat kunnen we dit onkruid acht weken lang laten staan. We hoeven pas kort voor de zaaitijd te sproeien. Het is een mooie bodembedekking, het houdt vocht vast en leven in de grond.”

Terno is bedrijfsleider van een grote boerderij met vierhonderd melkkoeien en duizend hectare akkerland in het zuiden van de Duitse deelstaat Brandenburg. Het klinkt gek, maar hij houdt zowel van onkruid als van het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat. „Mits het goed en met mate wordt gebruikt”, zegt hij met nadruk.

Maar de Duitse regering besloot eerder deze maand het omstreden middel per 1 januari 2024 te verbieden. Het verbod is onderdeel van een breder plan ter bescherming van de insectenstand. Ten onrechte, vindt Terno.

Politiek gezien is glyfosaat een dood paard

Svenja Schulze Milieuminister

Van gentechnologie tot glyfosaat, in de discussies over voedsel zijn emoties leidend.Wetenschapper Andreas Hensel spreekt van ‘spookdebatten’ en ‘Facebook-wetenschap’.

De Duitse bond van boeren spreekt zelfs van een „toxisch besluit”. Maar de kans dat het nog wordt teruggedraaid is miniem. „Politiek gezien”, zei minister van Milieu Svenja Schulze (SPD), „is glyfosaat een dood paard”.

Insecten, zegt Terno op zijn akker vol onkruid, hebben er juist baat bij dat boeren glyfosaat gebruiken. „Zonder glyfosaat moeten we onze akkers voor we gaan zaaien om de paar weken omploegen, om ervoor te zorgen dat ze vrij van onkruid zijn als het zaad de grond in gaat. Dat omploegen is slecht voor de bodem, die er sneller door uitdroogt. En door herhaaldelijk te ploegen heb je niet die aaneengesloten periode van twee maanden waarin het onkruid kan groeien en de insecten een beetje voeding kan geven.

„Voor het ploegen heb je bovendien een zware tractor nodig, die diesel gebruikt en CO2 uitstoot – niet goed voor het klimaat. En het is arbeidsintensief, ik zal er extra mensen voor moeten aannemen.” Bij elkaar is ploegen voor de boer dus een stuk duurder dan glyfosaat sproeien, dat Terno drie euro per liter kost. „En per hectare is drie liter van het spul, vermengd met tweehonderd liter water, genoeg.”

Foto Gordon Welters

Liefdadige instelling

Winst maken is niet het belangrijkste voor Terno en zijn bedrijf, vertelt hij terwijl hij achter het stuur van zijn bestelautootje de aardappel- en maisvelden toont, de braakliggende akkers waar straks wintergerst wordt gezaaid, de fruitbomen, de stallen met koeien en kalfjes, de biogasinstallatie voor de mest en de tientallen windmolens zo ver het oog reikt.

De Reha-Gut Kemlitz, zoals de boerderij heet, is voor 100 procent in handen van een liefdadige instelling, de Arbeiterwohlfart (AWO). De helft van de ongeveer veertig werknemers heeft een lichamelijke of geestelijke beperking. Men probeert quitte te draaien, wat de afgelopen twee jaar niet lukte, mede door de droogte.

Naast het gangbare agrarisch werk ontvangt de boerderij ook groepen kinderen, om ze in een paar dagen te laten kennis maken met het boerenbedrijf. Ruimte is er genoeg in de talrijke gebouwen die nog dateren uit de DDR-tijd, toen de boerderij een zogeheten Volkseigenes Gut (VEG) was, een boerenbedrijf in staatseigendom, met zo’n vierhonderd werknemers.

In zijn kantoortje vertelt Terno dat hij best begrijpt waarom glyfosaat zo’n slechte naam heeft. „Ik heb zelf in Texas gezien hoe ze daar met vliegtuigjes alles ondersproeien. Dat vind ik verkeerd, en dat doen we hier in Duitsland ook niet. Ook heb ik bezwaren tegen het overdreven gebruik van glyfosaat door de spoorwegen lang de rails, door gemeentediensten op straat en in parken, en door de particulier op de oprit naar zijn garage.

„Maar bij ons gaat het om zorgvuldige onkruidverdelging, die tegelijk een vorm van bodembewerking is. Ik laat zo’n akker met onkruid één keer met glyfosaat besproeien, dan is alles in tien tot veertien dagen bruin. Dan gebruiken we in plaats van een ploeg een veel minder diep stekende eg, die het dode onkruid met de bovenste laag aarde vermengt. Daarna is de akker klaar om in te zaaien.”

Het Internationale Instituut voor Kankeronderzoek (IARC), onderdeel van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), oordeelde in 2015 dat glyfosaat „waarschijnlijk” kankerverwekkend is voor mensen. Maar Terno vindt niet dat het daarom geweerd moet worden van een bedrijf als het zijne, waar voedsel wordt geproduceerd. „Het Bundesinstitut für Risikobewertung [de instelling die de Duitse regering adviseert over voedselveiligheid] zegt dat glyfosaat géén gevaar oplevert voor de gezondheid. Als zij dat zeggen, vertrouw ik daar op.”

Lees ook over de situatie in Frankrijk, waar de discussie over het gebruik van herbiciden hoog oploopt

Over het verbod waar de regering-Merkel onlangs toe besloot, zegt hij hoofdschuddend: „Politici die er niet in slagen om de kamerplant in hun kantoor vier weken in leven te houden, schrijven ons boeren voor hoe wij ons werk moeten doen. Ze luisteren niet naar serieus onderzoek, ze rennen liever achter hun ideologie aan.”

Een overzicht van het terrein van boerderij Reha-Gut Kemlitz.

Foto Gordon Welters

Verwoestend effect

Maar een groeiend aantal boeren gebruikt nu al geen herbiciden zoals glyfosaat meer. „Het heeft een verwoestend effect op de biodiversiteit”, zegt Gerald Wehde, woordvoerder van Bioland, aan de telefoon. Bij deze organisatie voor ecologische landbouw zijn 7.700 boeren aangesloten.

„De discussie over glyfosaat is emotioneel. Het middel is goedkoop en heerlijk makkelijk. Maar een koerswijziging in de landbouw is écht hoognodig. De insectenstand loopt terug, wat ook gevolgen heeft voor de vogels, en de onkruidbestrijdingsmiddelen spelen daarbij een rol.”

Heiko Terno is het er niet mee eens, maar hij weet dat hij de bakens moet verzetten. „Ten tijde van de DDR hadden we ook geen glyfosaat”, zegt hij laconiek, „en onze voorvaderen ook niet. Voor mij overwegen de voordelen, maar ik wil de angst van de bevolking serieus nemen. We experimenteren al met akkers waar we niet meer sproeien.”

Glyfosaat is goedkoop en heerlijk makkelijk. Maar een koerswijzing in de landbouw is écht hoognodig

Gerald Wehde Bioland

Twintig jaar lang heeft op deze boerderij niemand meer geploegd, maar nu heeft Terno een grote ploeg aangeschaft. Met gemengde gevoelens toont hij het gevaarte, met zijn grote stalen tanden. „We konden hem voor 40.000 euro krijgen.”

Hij heeft toch de hoop nog niet opgegeven dat een alternatief onkruidbestrijdingsmiddel de plaats van glyfosaat kan innemen. In opdracht van het ministerie van Voeding en Landbouw wordt daar „intensief onderzoek naar gedaan”, laat een woordvoerder weten.

Terno vestigt zijn vertrouwen op de chemische industrie. „Die zijn zo slim, die bedenken vast wel iets nieuws. Ik ben alleen bang dat het niet zo goed is als glyfosaat, en ook niet zo goedkoop.”

Terno, bedrijfsleider van Reha-Gut Kemlitz, heeft een voorkeur voor glyfosaat boven ploegen. Maar met het aanstaande verbod op het middel heeft hij toch een ploeg aangeschaft.
Foto Gordon Welters
Foto Gordon Welters
Foto Gordon Welters