Chirurg ja, hoogleraar ja, feminist nee

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Tineke Holscher (1927-2019) waagde zich niet aan het huwelijk. Werk was de chirurg liever.

Tineke Holscher in de jaren 70.
Tineke Holscher in de jaren 70. Foto privécollectie

In de operatiekamer dragen artsen doorgaans praktische schoenen, maar Tineke Holscher liep rond op hagelwitte bally’s, chique lakschoenen van Zwitserse makelij. Zelfs op de OK had de chirurg oog voor stijl. Tot op het laatst van haar 92-jarige leven ging Holscher in pak door het leven.

De in augustus overleden Albertine Antje Holscher was een van de eerste vrouwelijke chirurgen in Nederland en werd in 1980 de eerste vrouwelijke hoogleraar algemene heelkunde, leerstoel traumatologie. Die feiten zeiden haar weinig: ze deed gewoon haar werk. Een feminist voelde ze zich niet: „Ik ben geen barrière-vrouw”, zei ze tegen vrienden.

Al op jonge leeftijd viel Holscher op. Toen ze in 1939 naar het Kennemer Lyceum in Overveen wilde, stelde de ‘Nederlandse stichting voor psychotechniek’ op verzoek van de school een rapport over toekomstige leerlingen op. Holscher werd omschreven als „een uitermate stevig en omlijnd persoontje”, „energiek en heerszuchtig” en haar leeftijd ver vooruit „in zelfgevoel en vrijheid van optreden”. Bovendien had ze een „voorname houding” en viel haar organisatorisch talent op. Holscher was toen twaalf jaar. Het rapport vervolgde dat ze „zeer eigen en charmant” was. Het verdict: „De prognose voor de middelbare school is niet ongunstig”.

Na de middelbare school ging Holscher geneeskunde studeren en in 1954, 26 jaar oud, behaalde ze haar artsexamen. Kort daarna kreeg ze een plek bij een chirurgie-opleiding bij het Elizabeth Gasthuis in Haarlem en het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. Tot 1960 waren er slechts vier vrouwen die waren toegelaten op de opleiding tot chirurg. Het was aan professor Ite Boerema te danken dat Holscher een plek kreeg, blijkt uit de studie De komst van vrouwen in de geneeskunde en de chirurgie in Nederland. Boerema wilde „altijd iets bijzonders in zijn kliniek” en nadat hij een arts uit Suriname en Zuid-Afrika had opgeleid, liet hij nu ook een vrouw toe. Eén tegelijk, want: „Waar raak ik nou een vrouwelijk chirurg kwijt”, vroeg hij zich hardop af.

In 1965 promoveerde Holscher, tien jaar later werd ze lector in de algemene heelkunde en in 1980 werd ze benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. In die hoedanigheid was ze een van de eerste pleitbezorgers van traumahelikopters, toen een revolutionair idee. Vanaf 1983 zette ze de traumatologieafdeling op aan het AMC. Volgens collega’s was ze een buitengewoon goed en grondig chirurg, met opmerkelijk lange handen.

Tineke Holschermet broer Gerard begin jaren 30. Foto privécollectie

Voor haar werk moest veel wijken: aan een huwelijk waagde Holscher zich niet, want vrouwen die trouwden moesten voor het huishouden zorgen en werden ontslagen. Pas na haar pensioen werd ze de partner van Yoka van Brummelen, dans-choreografe. Over haar privé-leven sprak Holscher nooit, en iedereen wist dat je er niet over moest beginnen. „Niemand op de werkvloer wist wat ze privé deed”, zegt haar nicht Herma Holscher. Na haar werkzame leven werd ze lid van De Kring en De Industrieele Groote Club, sociëteiten voor kunstenaars en wetenschappers. Holscher roerde zich op debatavonden en publiceerde veel opiniërende artikelen in vakblad Medisch Contact. Ze gold als standvastig en koppig.

De laatste twee jaar van haar leven waren moeilijk: ze brak haar heup en werd na de operatie niet meer de oude. Wel bleef ze ambitieus. Eén vraag had ze voor de behandelend arts: „Wanneer kan ik weer autorijden?”

De Tweede Wereldoorlog brak uit toen Holscher dertien was. De rest van haar leven bleef die een beklemming waar ze zich nooit helemaal aan kon ontworstelen. Haar vader, kolonel in het Nederlandse leger, zat drie jaar als krijgsgevangene in het Poolse kamp Stanislau, terwijl Holscher regelmatig op pad ging met haar fiets op houten wielen, om bij boerderijen eten te vragen. Holscher sprokkelde ook hout voor het gezin – stal het indien nodig, weet haar nicht. Na de oorlog stond er altijd een ‘vluchtkoffertje’ klaar, voor-het-geval-dat, en haar leven lang weigerde ze met creditcard of pin te betalen; dan zou ‘men’ weten waar je was.