‘Als ik vrij ben, voel ik me vaak nutteloos’

Spitsuur Coen Vanderzouwen (59) is wiskundeleraar én kroegbaas. Hij is dag en nacht, doordeweeks en in het weekend aan het werk. Superleuk, vindt hij. „Ik was ook wel een beetje op de vlucht voor mijn angst voor vrije tijd.”

Coen Vanderzouwen:„ Ik vind het heel fijn om mensen een goed moment te geven. Misschien is dat wel waarom ik het doe, hoewel het heel weinig oplevert.”
Coen Vanderzouwen:„ Ik vind het heel fijn om mensen een goed moment te geven. Misschien is dat wel waarom ik het doe, hoewel het heel weinig oplevert.” Foto David Galjaard

Coen: „Toen ik besloot een kroeg over te nemen, dacht ik niet: ik heb al een baan. Ik wilde niet stoppen als wiskundeleraar. Ik vroeg me alleen maar af: hoe ga ik dit combineren? Ik vind het niet erg om zeven dagen in de week te werken. Wij als maatschappij maken de scheiding tussen werk en vrije tijd heel belangrijk. Alsof je werkt om vrije tijd te genereren. Da’s raar.

„Elke dag van de week is voor mij een werkdag. Ik werk al zo’n tien jaar op het Montessori College in Groesbeek. Van maandag tot en met donderdag geef ik er les, vmbo bovenbouw. Om negen uur moet ik op school zijn, meestal ben ik om twaalf uur vrij. Dan ga ik naar huis, eet ik, en vertrek ik om half twee naar de kroeg. Elke avond is er een biljartvereniging, het kroegwerk duurt doordeweeks tot ongeveer middernacht. In het weekend ga ik om elf uur ’s ochtends open, tot zeven uur ’s avonds. Tenzij er een tango- of swingfeest is, of iemand de kroeg heeft afgehuurd.

„Ik ben eigenlijk opgeleid tot gymnastiekleraar, maar gymles gaf ik al snel niet meer. Als gymleraar sta je een beetje buiten de school, daar was ik wel klaar mee. Ik geef nu vijf jaar wiskunde. De wiskundeleraar stopte, en twee jaar lang probeerde we tevergeefs iemand te vinden. Uiteindelijk wilde ik het wel zelf doen. Maar ik ga er niet meer voor studeren, zei ik. Dat vond de school prima.”

Leren hoe je een kroeg runt

Coen: „Ik zat al zo’n vijf jaar in het bestuur van de biljartvereniging die in mijn kroeg speelt, en ik oefende en praatte veel met de vorige eigenaar. Afgelopen februari vertelde hij mij dat hij wilde stoppen, maar geen opvolger kon vinden. En op het moment dat de kroeg verkocht zou worden, ben je als biljartvereniging vogelvrij.

„Ik kan het niet echt verklaren, maar de gedachte kwam bij me op om het zelf te doen. Ik heb op dat moment ook tegen de kroegbaas gezegd dat ik elk vrij moment met hem mee zou werken, om te leren hoe je een kroeg runt. En ik moest nog papieren halen, zoals mijn socialehygiëne-diploma.

„Het klinkt te mooi als ik zeg dat ik de kroeg heb overgenomen om de biljartclub te laten bestaan. Ik was ook wel een beetje op de vlucht voor mijn angst voor vrije tijd. Als ik vrij ben, voel ik me regelmatig nutteloos. Ik dacht: straks moet je met pensioen. En dan word je zo’n ANWB’er, die op een elektrische fiets rondrijdt. Dat lijkt me afschuwelijk.

„De horeca is superleuk. Het is net als onderwijs, een dienstverlening. Ik vind het heel fijn om mensen een goed moment te geven. Misschien is dat wel waarom ik het doe, hoewel het heel weinig oplevert. Ik huur het gebouw en heb een afbetalingsregeling voor de inventaris, maar heb uit de kroeg nog geen winst gehaald. Ik moet manieren vinden om de omzet te verhogen, zodat ik uiteindelijk iemand aan kan nemen. Dan hoef ik er niet zélf zeven dagen in de week te staan, en kan ik van mijn twee banen leven. Dat is mijn beeld voor de toekomst.”

Meer tijd voor zoon Sem

Coen: „De kroeg runnen lukt me wel. Maar ik krijg het niet voor elkaar om meer tijd voor mijn zoon Sem vrij te maken. Sem woonde een week bij mij en een week bij Helen, mijn ex, maar is nu helemaal bij haar gaan wonen. We voeden hem nog steeds samen op, maar ik kom nu bij hem op bezoek, dat is het verschil. De eerste maanden was ik al blij als ik even een moment voor mezelf had. Nu denk ik er steeds vaker aan om iets met Sem te doen. ‘Je moet het regelen, de tijd gaat te snel voorbij’, zei de eigenaar van een broodjeszaak vlak bij mijn huis. Dat voelt vervelend, maar hij heeft gelijk.

„Toen ik besloot de kroeg over te nemen, dacht ik er niet aan dat ik Sem zo veel minder zou gaan zien. Als ik dit hardop zeg, denk ik: wat ben je nou voor een vader? Want ik hou ongelooflijk veel van hem. Sem is lief, empathisch en heeft veel voor anderen over. Een mooi mens.

„Hij zei dat hij het wel kon, vaak alleen zijn. Ik vertelde mezelf: Sem is bijna 18 jaar, in mijn beleving ben je dan best verantwoordelijk. Uiteindelijk merkte hij na twee maanden al dat hij het niet leuk vond om mij zo weinig te zien. Het rare is dat hij het ook zielig voor mij vindt dat ik nu alleen woon. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld. Jouw kind gaat nu rekening houden met jou. Ik moet het nu zien te regelen, ik ben zijn vader.

„Ik denk wel eens dat ik hier niet goed genoeg over heb nagedacht. Spijt heb ik niet, dat is niet het goede woord. Ik heb te snel de sprong gemaakt naar oplossingsgericht denken. Maar misschien heb ik het indirect ook wel aangevoeld, want ik heb een zekerheid ingebouwd. Ik heb dit schooljaar onbetaald verlof opgenomen, zodat ik hetzelfde aantal uur kan lesgeven als ik helemaal naar school wil terugkomen. Ik wil mezelf een jaar de tijd geven om te kijken of het werkt in de kroeg. Dan kan ik over de kroeg uiteindelijk ook zeggen: het is het toch niet.”