Wie blijvend wil afvallen heeft een lange weg te gaan

Leefstijl Een crashdieet is de beste garantie om aan te komen. Wie blijvend wil afvallen, heeft een lange weg voor zich, zonder slotakkoord of applaus. Waarom is afvallen zo moeilijk? Antwoorden van experts en ervaringen van vier doorzetters.

Dikke mensen zijn zwak en dom. „Dat is vaak het beeld”, zegt huisarts Tamara de Weijer, „ook bij veel artsen.” Patiënten komen geregeld op het spreekuur met klachten waarvoor ze eigenlijk zouden moeten afvallen. „Maar leefstijlverandering is ontzettend moeilijk. Als je zegt dat het een gebrek aan wilskracht en discipline is, doe je mensen echt tekort.”

„Slanke mensen hebben makkelijk praten”, zei hoogleraar Liesbeth van Rossum, al eens in NRC. Genen, leefstijl, hormonen, stress, slaap, medicijngebruik, je omgeving – het zijn allemaal factoren die kunnen maken dat je te dik wordt en moeilijk gewicht verliest. „Soms moet je wel aan tien knoppen draaien. En als je twee belangrijke over het hoofd ziet, lukt het niet.”

NRC volgde afgelopen half jaar vier mensen die willen afvallen. Drie waren als kind al te zwaar. Diëten hadden maar kort resultaat. Ze voelen zich niet ziek, maar met een BMI van 30 tot 50 hebben ze wel een verhoogd risico op diabetes type 2 (suikerziekte), hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten en kanker.

Lees ook: Waarom je dik wordt is vet ingewikkeld

Dat risico noemen ze niet expliciet als reden om te willen afvallen. Meer energie, minder buikpijn, lekker in je vel zitten, gezond je pensioen halen, je niet hoeven afvragen of de beugel van de python in de Efteling wel dicht kan – dat motiveert ook om af te vallen.

Hun ervaringen laten zien dat het zonder wilskracht niet lukt, maar dat wilskracht alleen niet genoeg is. Er staat van alles in de weg om een dieet van kaasbroodjes, chips en magnetronmaaltijden om te buigen naar een gezond eetpatroon. Diep ingesleten gewoontes, geen tijd om te koken, misleiding in de supermarkt, onregelmatig werk, een gezin dat niet meedoet.

Liesbeth van Rossum, die als internist-endocrinoloog in het Rotterdamse Erasmus MC veel patiënten met gecompliceerde problemen ziet: „Ik snap heel goed hoe moeilijk het is om gezonde keuzes te maken. Je neemt, bewust en onbewust, ruim tweehonderd voedselbeslissingen per dag.” Juist daarom is het zo belangrijk dat gezond de normale keuze wordt. „Nu is ongezond de standaard. Veel mensen hebben geen idee dat sinaasappelsap vol suiker zit.”

Zonder hulp is het meestal niet te doen. Diëtist Karina Schenk, die de drie geportretteerde vrouwen begeleidt, ziet in haar praktijk dat het bovendien extra moeilijk is voor mensen die veel ‘gejojood’ hebben. „Dan is de stofwisseling zo ontregeld, bij de zoveelste poging gaat je systeem in de spaarstand.”

Andrea, Tonnie, Wendy en Esther gaan intussen gestaag verder met hun nieuwe leefstijl. Het gaat niet snel, maar het gaat vooruit. Ze voelen zich energieker. De één ziet het nog als levenslang, de ander wil nooit meer terug.

Hun succes kan niet, zoals bij tv-formats als Obese, worden afgemeten aan het aantal kilo’s dat ze in een half jaar kwijtraakten. Anders dan een crashdieet is leefstijlverandering een lange weg zonder slotakkoord en applaus. Schenk gebruikt het woord succes zelden. Succes, zegt ze, kán haast niet zonder terugval. „Als je jezelf kunt herpakken en na meer moeilijke periodes een stabiel gewicht kunt behouden, dán ben je er pas. Dat kan jaren duren.” Een conclusie die je doet afvragen waarom en hoe leefstijlverandering toch zin heeft.

Waarom zou je de moeite doen als afvallen zo moeilijk is?

Cru gezegd: om de dood uit te stellen. „Ook al kom je nooit op een gezond gewicht, je buigt risico’s om en stelt ziektes uit”, zegt Van Rossum. „Het maakt verschil of je een hartinfarct krijgt op je 55ste of je 75ste.” Zo bezien is 5 procent gewichtsverlies al winst. En je vergroot je kwaliteit van leven.

Is elke kilo evenveel waard?

Als je alleen maar spieren en vocht verliest, bereik je niets. Het gaat om vet en waar dat zit. „In buikvet ontstaan ontstekingsstoffen en hormonen die slecht zijn voor hart en vaten maar ook depressieve gevoelens kunnen veroorzaken”, zegt Van Rossum. „Kijk liever naar je riem dan naar de weegschaal”, zegt De Weijer. Als je door meer te bewegen spieren krijgt, verlies je misschien niet zoveel gewicht. „Maar zelfs als je gewicht constant blijft, kun je het afvalproces gaande houden en behaal je gezondheidswinst.”

Bewegen is belangrijk om de vetverbranding omhoog te krijgen, maar „drie keer per week sporten houdt niet iedereen vol”, zegt De Weijer. Zoek het dan in kleine dingen: neem de trap, pak de fiets, loop even naar die collega in plaats van te mailen.

Hoe motiverend is een streefgewicht?

De motivatie om af te vallen voor een slanker figuur duurt meestal maar kort. „Om leefstijlverandering vol te houden, moet je de pijn voelen”, zegt De Weijer. Patiënten die van hun diabetesmedicijnen of buikpijn af willen, zijn vaak gemotiveerder dan mensen zonder klachten. Maar zelfs met een sterke motivatie is gedragsverandering moeilijk. Niet voor niets duurt de Gecombineerde Leefstijlinterventie, begeleiding bij gezonder eten, bewegen en gedragsverandering voor mensen met overgewicht, twee jaar lang.

Waarom valt de een makkelijker af dan de ander?

Daar kun je een boek over schrijven en Van Rossum deed dat ook. In Vet Belangrijk staan talloze verklaringen. Een deprimerend feit is dat het voor dikke mensen die zijn afgevallen moeilijker is om op gewicht te blijven dan voor mensen die al slank zijn. „Als je obesitas hebt gehad, zijn hormonen die honger en verzadiging regelen (ghreline en leptine) vaak voor langere tijd verstoord. Je hele programmering roept: kom aan!” Al die lege vetcellen willen gevuld worden. Een dik kind heeft het daarom als volwassene ook extra lastig: de vetcellen die je als kind aanmaakt, raak je nooit meer kwijt.

Maar als twee mensen evenveel eten, komen ze toch evenveel aan?

Ook hier zijn mensen die fors overgewicht hadden in het nadeel. Van Rossum haalt het Amerikaanse programma The Biggest Loser aan. Daarin staan deelnemers na 30 weken op de rode loper omdat ze bijna 60 kilo zijn afgevallen. Na 6 jaar, blijkt uit Amerikaans onderzoek, zijn ze niet alleen gemiddeld 41 kilo zwaarder geworden, ze verbranden in rust ook nog 704 kilocalorieën minder dan normaal. „Om niet aan te komen, moeten zij veel minder eten dan iemand van hetzelfde gewicht die nooit obesitas had. Wie het lagere gewicht behield, wandelde elke dag 80 minuten of liep 35 minuten hard.” Ook in het Nederlandse programma Obese vallen kandidaten gigantisch af om daarna weer net zo hard aan te komen. Van Rossum: „Slank blijven als je ooit obesitas had, is topsport.”

Hoe val je dan gezond af?

In elk geval dus niet met een streng laagcalorisch dieet. Schenk probeert op de rem te trappen als ze ziet dat patiënten hard van stapel lopen en heel streng voor zichzelf zijn. „Die houden het vaak niet vol. En patiënten die het niet volhouden, hebben met elkaar gemeen dat ze niet goed voor zichzelf zorgen. Zij zitten vaak vast in dieetdenken, ‘ik mag niet meer’. Leefstijlverandering gaat om gezonde keuzes maken, jezelf belonen met wat goed voor je is en je niet schuldig voelen als je een keer een gebakje eet.”

Lees ook: Steeds maar weer zoeken naar het wonderdieet

Welk eetpatroon werkt het beste?

Diëtist Karina Schenk kijkt per patiënt wat past. Vaak komt ze uit op een patroon met minder koolhydraten (brood, aardappelen, pasta, etc.), toegevoegde suikers en bewerkte producten „Dat zorgt ervoor dat insulinepieken afvlakken en het hongergevoel en de vetopslag afnemen.” Minder koolhydraten eten en verzadiging halen uit vet en eiwit is meestal goed vol te houden, hoewel onderzoek laat zien dat je van minder verzadigd vet óók afvalt.

Van Rossum heeft een simpel advies: „Kies onbewerkte producten. Groente, fruit, peulvruchten, ongezouten noten, volkorenproducten, zuivel zonder suiker, water. Als je zoveel mogelijk onbewerkte producten kiest, dan eet je automatisch minder.”

Gezond afvallen is een kwestie van de lange adem. In het begin kan het snel gaan, soms wel anderhalve kilo per week, maar na een aantal maanden vlakt dat af naar een halve kilo of minder. „Na een jaar komen de kilo’s er vaak weer aan”, zegt Van Rossum, „en pas na anderhalf, twee jaar kun je zien of het gewerkt heeft.”

Weten we wel wat we eten?

Karina Schenk hoort vaak op haar spreekuur: „Ik snap er niks van, ik eet nog steeds gezond en toch kom ik weer aan.” Als ze dan vraagt een eetdagboek bij te houden, blijkt dat mensen vaak verkeerd inschatten wat, wanneer en hoeveel ze eten. „Mensen kunnen zichzelf goed voor de gek houden.” Bijhouden wat je eet en daar patronen in ontdekken kan dus helpen om bewuster te kiezen. Kennis over voeding, etiketten lezen, is een ander ding, legt De Weijer uit. „Vergeet de voorkant van de verpakking. Op de achterkant, onder ‘voedingswaarden’ staat wat je moet weten. Let vooral op koolhydraten (waarvan suikers), vezels en zout.”

Lees ook: Gezond is belangrijker dan slank in de nieuwe dieetboeken

Waarom is ‘nee’ zeggen zo moeilijk?

De lekkere trek kan in het begin van een nieuw eetpatroon gekmakend zijn. „De mens is een gewoontedier”, zegt Van Rossum. „Als je vanaf nu elke dag om 15 uur een stroopwafel neemt, is dat op dag 5 om 15 uur een behoefte van het lichaam: dat maakt insuline en andere stoffen aan waarvan je trek krijgt.” Soms is cognitieve gedragstherapie nodig om gewoontes te doorbreken. De hunkering dooft uit als de hersenen zich aanpassen. „Vervang het koekje bij de koffie door een wandeling. Dat voelt in het begin als een opgave, maar op den duur wordt het een gewoonte.” En je hoeft niet alles op te geven, zegt Van Rossum. „Neem op z’n tijd dat zakje chips als je dat zo mist. Als de dagelijkse basis gezond is, heb je ruimte om van de uitzondering te genieten.”

Andrea Veld (23): ‘Het vraagt ook best wat van de mensen met wie je leeft’

Receptionist, woont afwisselend bij haar vader in Berkhout en haar moeder in Hoorn (NH). Woog 98 kilo in april, wil „weg van de honderd”.

Begin juni - begin september
Foto’s Folkert Koelewijn

In het restaurant van de Hema in Hoorn lonken half april de tompoucen in de vitrine. Andrea Veld (1995) neemt alleen een kopje thee. Ze komt net van haar stage bij een banketbakker in de buurt, „ik heb door dat werk helemaal geen trek meer in zoet”.

Andrea is door huisarts Tamara de Weijer doorverwezen naar de diëtist toen ze met darmklachten op het spreekuur kwam. Ze wijst naar haar buik, die is aan de ene kant dikker en dat voelt niet goed. Er zou ook wel wat af mogen.

Niet vanwege dat getal, 98 kilo. „Dat houdt me niet zo bezig. Ik kijk vaak filmpjes over body positivity”, dat gaat erover dat je houdt van je figuur zoals het is. „En aan het model Ashley Graham kun je zien dat je met een grote maat ook mooi kunt zijn.”

Maar als ze afvalt, hoopt Andrea, beweegt ze makkelijker. En andere voeding kan misschien helpen om van haar misselijkheid en darmklachten af te komen. Daarom test diëtist Karina Schenk of ze intolerant is voor bepaalde voedingsstoffen.

Andrea (1.80 meter) is altijd aan de zware kant geweest. „Ik at als kind al veel – altijd netjes mijn bord leeg. En na zwemles gingen we om de week naar McDonald’s.” Haar eerste dieet deed ze op de basisschool, Sonja Bakkeren, samen met haar moeder en broertje. Dat hielp even, maar eenmaal in de puberteit werd ze weer forser. En sinds 2015 – het ging uit met haar vriend, haar ouders gingen uit elkaar en ze stopte met haar opleiding – groeide ze in drie jaar sluipenderwijs van 72 naar bijna 100 kilo. Met een BMI van ongeveer 30 is dat volgens de medische normen ‘te zwaar’. „Ik had een krantenwijk in de ochtend, ’s avonds werkte ik in een restaurant en tussendoor verveelde ik me en ging ik eten.”

Kickboksen
Chips, koekjes en chocola waren er altijd en hoewel Andrea ze nu probeert te laten staan, lonken ze nog steeds. „Als ik me niet goed voel, of ik moet ongesteld worden, is het moeilijk om er niet aan toe te geven. Die smaak van iets waar je trek in hebt, kan zó in je hoofd gaan zitten.”

Oorzaak en gevolg zijn niet altijd makkelijk aan te wijzen. Maar wat Andrea wel weet: „Als je niet van jezelf houdt, zorg je minder goed voor jezelf. En toen ik zwaarder werd, ging ik minder van mezelf houden. Ik wil nu wat doen, beter voor mezelf zorgen, mentaal sterker worden.”

Kickboksen gaf haar vroeger die kracht. Dat hielp ook om af te vallen. Nu gaat ze twee keer per week met vriendinnen naar de sportschool. Dit voorjaar zijn ze bruidsmeisjes bij een vriendin die gaat trouwen, dat is een stok achter de deur. „Laatst gingen we jurken kijken en daarna wat eten. In plaats van een frikandelbroodje heb ik een courgettesalade genomen.”

Als we haar in juli weer spreken, thuis bij haar moeder in Hoorn, eet ze drie crackers met amandelpasta en hennepzaad en een bakje paprika. Ze probeert minder ongezond te snacken, meer groente en fruit te eten. Gluten (in brood en pasta), lactose (koemelk), pinda en hazelnoot eet ze niet meer, daar lijken haar darmen extra gevoelig voor te zijn. „Thuis lukt dat wel, maar uit eten gaan is soms gedoe. Ik ben dan zo’n persoon die niks mag en alles apart wil.”

In een maand viel ze 3,5 kilo af, ze heeft minder buikpijn. „Ik vind het bijna eng om af te vallen, ik ben bang dat ik dan ook weer aankom.” In september komt ze daarop terug. „Misschien durfde ik het niet omdat ik bang was dat het niet zou lukken.” Terwijl ze nu merkt dat 7 kilo minder al een groot verschil maakt: „Mijn kleren zitten ruimer, oefeningen in de sportschool gaan me makkelijker af. Dus afvallen is nog steeds een doel.”

Hoofdhonger
Nee, de kilo’s vliegen er niet af, de laatste keer bij de diëtist, 8 augustus, woog ze 91 kilo. Maar ze weet precies waarom ze door wil met dit eetpatroon. „De motivatie om dit vol te houden is: geen buikpijn hebben. Ik doe dit helemaal voor mezelf.”

Door weinig bewerkte producten, zonder gluten, te eten, eet ze al veel minder ongezonde dingen. „Op verjaardagen laat ik de meeste hapjes staan. Ik weet nu ook: als ik chips wil is dat ‘hoofdhonger’: alles wat je niet mag, daar krijg je zin in. Dus ik heb met mezelf afgesproken dat ik drie keer per week een klein bakje naturel chips (glutenvrij) mag.”

Inmiddels weet Andrea op welke ingrediënten ze moet letten om zich beter te voelen. Maar ongezond eten is niet altijd makkelijk te herkennen. En zonder allergenen is niet altijd hetzelfde als goed voor de lijn. Uit haar tas haalt ze glutenvrije ‘cashew brownie’-repen van Action, veel goedkoper dan de Nakd-repen die ze graag eet. Vegan en glutenvrij, staat erop. „Er zit geen toegevoegde suiker in, alleen dadels.” Bij nadere lezing is dat wel 46 gram suiker op 100 gram reep.

Het moeilijkste van het afgelopen halfjaar vond ze niet om zélf andere keuzes te maken. „Ik wil anders eten, maar dat vraagt best veel aanpassingen van de mensen met wie je leeft. Dat kan weleens botsen. Dan probeer ik mezelf toch voor te houden: ik doe dit voor mezelf, ik wil dit volhouden.”

Het liefst wil ze snel op zichzelf wonen. Met haar bakkersopleiding is ze gestopt. Ze werkt nu aan de balie van een podotherapiepraktijk, geld verdienen, op weg naar zelfstandigheid. „Als ik mijn eigen huis heb, kan ik mijn eigen boodschappen doen en koken wat ik wil.”

Terug naar boven.

Tonnie Derks (37): ‘Dat snacken onderweg is eigenlijk verveling’

Vrachtwagenchauffeur, woont met zijn vriendin en zoon (6) in Lengel (Gld). Woog 115 kilo in januari, wil naar 90 kilo.

Half april - half september
Foto’s Folkert Koelewijn

Tonnie pakt een halve liter Griekse yoghurt met ananas-sinaasappelsmaak uit de koelkast. „Daar eet ik dan een halve bak van, dat heb ik nodig om vol te zitten”, zegt Tonnie Derks (1982). Griekse yoghurt is prima, dat verzadigt goed, zegt Tamara de Weijer. „Maar niet met een smaakje, want daar zit weer veel suiker in.”

Tonnie is vrachtwagenchauffeur. Tamara is huisarts, leefstijlspecialist en schreef een kookboek: Eet beter in 28 dagen. Ze zijn broer en zus, hebben dezelfde opvoeding gehad, ze hebben ook allebei aanleg om dik te worden, maar zij is slank en Tonnie heeft overgewicht. Hij wil afvallen, maar de supermarkt is een jungle en daarom gaat Tamara vandaag, woensdag 3 april, mee boodschappen doen.

Fritessaus of mayonaise? Slavink of kipfilet? Noedelsoep of bouillon? „Schat, geen noedelsoep, echt niet”, zegt Tamara. Maar als ze bij Jumbo het etiket bestudeert, valt het koolhydraatgehalte haar mee. Tonnie lacht en gooit triomfantelijk vier pakjes Yum Yum in zijn kar, hoewel Tamara nog sputtert dat het superbewerkt spul is. Er gaat hummus in de kar, koolhydraatarm brood, Zaanse mayonaise, vier blikjes tonijn en Griekse yoghurt, naturel. Een beetje vet mag best, legt Tamara uit, hij moet op het etiket vooral kijken naar koolhydraten en suikers. „En liefst niet meer dan vijf ingrediënten.”

Suikerpieken
Toen Tonnie nog militair was – veel sporten, veel regelmaat, er werd voor hem gekookt – woog hij 75 kilo. Sinds hij acht jaar geleden begon met rijden, zijn de kilo’s er geleidelijk bijgekomen. Onregelmatige diensten, saucijzenbroodjes als ontbijt, shoarma na een lange dag werken, elke dag bier. „En op vrije dagen lamlendig op de bank hangen.” Tot zijn vriendin, 115 kilo woog hij inmiddels, zei: „Ik vind je niet zo aantrekkelijk meer.” Hij moest aan de bak.

In januari is hij weer begonnen met krachttraining. Hij voetbalt twee keer in de week. „En ik wil gaan vacu-steppen”, zegt hij in april. Fietsen in een vetverbrandende cocon, op de sportschool. Hij is ook gezonder gaan eten. Geen Red Bull meer maar water. Geen kaasbroodje maar een vezelrijke cracker of koolhydraatarm brood. Kip en tonijn in plaats van Ping & Klaar uit de magnetron. „Ik nam altijd Ping mee voor onderweg, ik dacht dat dat gezond was.” Minder bewerkte producten, meer groente en fruit. „Groente is het probleem niet, ik vervoer groente, ik eet de hele dag groente.” Hij eet zelfs rauwe roerbakgroente op brood. In plaats van elke dag bier houdt hij het nu bij wodka in het weekend.

Het lastigste zijn de boodschappen. „Dan denk ik: dit is lekker, maar dan durf ik het niet te pakken. Zelfs in een maaltijdsalade zit suiker. En dan eet je dus de hele tijd hetzelfde.” De recepten van Tamara vindt hij te veel gedoe. „Leuk als je voor een heel gezin kookt, maar we eten alleen in het weekend samen.”

Toen Tonnie begon met zijn nieuwe eetpatroon, kreeg hij ineens trek in álles, zelfs in waar hij eerder niet naar taalde. Snoep, koekjes. Dat gevoel trok in de loop der maanden langzaam weg, vertelt hij in september. Alleen chips mist hij soms nog. Eén keer had hij zo’n zin in chips, de smáák van chips: „Toen heb ik tien chipjes gepakt. Precies tien. Ik heb ze op een rijtje gelegd en heel langzaam opgegeten.” Maar meestal eet hij dan noten, hele zakken walnoten gaan erdoorheen.

Eind maart, als we voor het eerst komen, weegt Tonnie (1,69 meter) 107 kilo. Met een BMI van 37,5 is dat volgens de normen ‘zwaar overgewicht’, met alle gezondheidsrisico’s van dien. Het advies is dan om onder begeleiding af te vallen. Tonnie heeft nog geen klachten, en naar een diëtist wil hij ook niet, „maar het helpt wel dat Tamara er is.” Hij laat een tekening zien die ze maakte: „Als je de hele dag snaait krijg je suikerpieken en dan blijf je trek houden.”

Eind mei zit Tonnie op 101 kilo en dat weegt hij begin september nog. „Ik wil nog steeds graag naar de 90, maar ik voel me al veel beter. Niet meer zo lamlendig, meer zin om dingen te doen”, zegt hij.

In de zomer is zijn vader overleden. Van de stress die dat met zich meebracht, is hij alleen maar meer gaan sporten. Aan zijn buik en aan zijn kleren voelt hij dat zijn lichaam het laatste halfjaar is veranderd: meer spieren, minder vet. „En in het begin schommelde mijn gewicht per dag. Nu is het constant 101.”

Hij krijgt sinds kort voedingsadvies op de sportschool: nu eet hij veel eiwitrijke vetarme producten. En supplementen voor spieropbouw. De ‘low carb’ sportdranksiroop die hij nu drinkt, vindt zijn zoontje van 6 ook lekker. En op het aanrecht staat een blender met fruitsap. „We maken de hele dag smoothies.” Zit daar niet heel veel fruitsuiker in? „Geen flauw idee.”

Broodje bockwurst
Inmiddels doet Tonnies vriendin Mascha mee, zij wil ook weer afvallen. „Het werkt beter als je het samen doet, we jutten mekaar een beetje op.” De kilo’s vliegen er niet meer af, zijn streefgewicht heeft hij niet bereikt, en toch heeft hij zijn doel bereikt, vindt hij. „Ik weet nu beter wat ik allemaal kan eten. Het begint een gewoonte te worden. Als ik nu langs de weg zin krijg in een broodje bockwurst, neem ik het niet meer. Je moet er even doorheen. Eigenlijk is dat snacken onderweg gewoon verveling.” Niet dat hij nooit meer chips of bier neemt. „Je moet wel een bietje leven, toch? Mijn vader is 62 geworden, mijn moeder 53, als ik in het midden uitkom is dat al mooi.”

Het vacuümfietsen is er nog maar vier keer van gekomen, dat kan hij niet samen doen met krachttrainen. Maar met wat meer conditietraining móét 90 kilo lukken, gelooft Tonnie nog steeds. „En die kleine wil een hond. Als we die nemen, móeten we wel van de bank af komen.”

Op zondag 15 september stuurt Tonnie een foto van de weegschaal: 99,4 kilo. Mét sokken.

Terug naar boven.

Wendy de Vrieze (41): ‘Wat ik in mijn mond stop moet een tien zijn’

Werkt in een babyzaak, woont met haar man en twee zoons (5 en 9) in Venhuizen (NH). Geen streefgewicht.

Eind mei - begin september
Foto’s Folkert Koelewijn

Wendy de Vrieze (1977) stuurt in het half jaar dat we haar volgen tientallen kookboekwaardige foto’s: salade met avocado, ui en een stukje zalm. Salade met courgette en venkel, gadogado (zonder rijst), witlofsalade met garnaaltjes. Voor iemand die zichzelf geen keukenprinses noemt, een indrukwekkend culinair oeuvre.

Ze noemt zichzelf wél een horecamens. Ze houdt van lekkere kaasjes, een lekker glaasje wijn, gezellig samen uiteten. Ze volgde de middelbare hotelschool, werkte in een restaurant en een ijssalon en heeft altijd gegeten waar ze zin in had, wanneer ze zin had, zonder enige regelmaat. „Geen ontbijt, lunchen met lekkere belegde broodjes, voor het eten even een stukje worst of kaas, na het avondeten twee grote koeken of een half pak bokkenpootjes, en dan had ik een uurtje later alweer trek in een Frans kaasje of borrelnootjes. Het wás er ook altijd.” Bij de banketbakker kocht ze voor vier personen altijd zes gebakjes, „zogenaamd voor onverwacht bezoek.”

Haar gewicht wil ze niet in de krant, zegt ze meteen bij de eerste ontmoeting, begin mei bij Van der Valk in Hoorn. Wendy, een piekfijn verzorgde verschijning, heeft niet meer op een weegschaal gekeken sinds haar laatste zwangerschap, zes jaar geleden. „Dat was confronterend en onbelangrijk tegelijk.” Ze weet niet hoeveel ze woog toen ze in maart met haar nieuwe leefstijl begon. Ze wil het ook niet weten. „Wat maakt het uit voor mijn doel? Ik vind mezelf mooi, mijn doel is niet om af te vallen, maar om een gezonder eetpatroon te krijgen en me fitter te voelen.” Als ze bij haar diëtist, Karina Schenk, gewogen wordt, kijkt ze opzij en Karina zegt niks.

Pffff-gevoel
Wendy (1,77 meter) heeft geen zichtbare klachten, haar bloedwaarden zijn zelfs uitstekend, volgens Schenk. Maar in medische termen geldt haar gewicht als ‘morbide obees’, wat betekent dat ze een verhoogd risico heeft op onder meer diabetes type 2 en hart- en vaatziektes. Hoewel afvallen haar doel niet is, levert het haar wel meteen een lager risico op ziektes op.

Twee keer deed ze een dieet met hormoon-injecties. „Geen wonder dat ik toen 8 kilo afviel, want je mag er maar 500 kilocalorieën bij eten.” Ze wil nu een „een andere mindset”. Ze at al een poosje minder brood – „daar kreeg ik altijd zo’n pffff-gevoel van” – en sinds maart helpt Karina Schenk haar om koolhydraatbeperkt te eten, drie keer per dag een maaltijd, minimaal vier uur ertussen, niks tussendoor.

„Mag ik dan nooit meer een ijsje of een patatje? Jawel, maar het moet de uitzondering zijn. En wat ik in mijn mond stop, moet een tien zijn. Wel één glas goede chardonnay als we uit eten gaan, maar dan geen frietjes.” Waar het haar om gaat is dat het geen dieet is, maar een eetpatroon dat je kan volhouden. „Ik wil niet dat mijn liefde voor eten eraan gaat.”

Ze ziet zichzelf niet als een dik iemand, zegt ze. Ze laat zich in niets door haar gewicht beperken, maar „als we gaan zwemmen ga ik tóch die glijbaan niet af vanwege mijn gewicht. En een gangbare kledingmaat zou ook fijn zijn.”

Eind juni heeft ze dat al bereikt. Als we bij haar in de tuin lunchen, een witlofsalade met peer, walnoot en blauwe kaas, draagt Wendy een nieuwe top in panterprint. „Ik voel aan mijn broeken dat ik afval. Mensen zeggen het ook. Maar nog leuker is het als ze zeggen: wat zie je er stralend uit.”

Haar man Rob (slank) vertelt dat ze allebei geleidelijk met andere ogen naar voeding zijn gaan kijken, bewuster. „Als ik nu langs het frisdrankschap loop zie ik een berg suiker, en waarom zijn de ijsjes bij McDonald’s zo groot?” Hij is trots op Wendy’s discipline. Met Pinksteren waren ze een paar dagen naar de Efteling, waar zij een stokbroodje zalm en saté met friet at. „Ik kreeg meteen weer dat opgeblazen gevoel, ik was blij dat ik weer thuis was en mijn gezonde yoghurtje met noten en fruit kon eten.” Haar diëtist verwacht dat ze nog wel een terugval krijgt. „Maar wat is dat dan? Ik heb nog geen moment als een terugval gevoeld.” Rob zegt: „Ik denk ook niet dat je ooit nog terug wilt in je oude patroon.”

Wendy beaamt dat, en het lijkt alsof ze er alleen maar meer van overtuigd raakt. „Ik wil echt nooit meer terug”, zegt ze in september, bij een salade met garnalen, avocado en tomaat. De hobbels die onmetelijk hoog leken, blijken mee te vallen. „Ik dacht dat ik gebak het meest zou missen, maar als ik nu langs zo’n mooie strakke plaat glimmende tompoucen loop, met van die perfecte aardbeienrondo’s eronder, dan lachen ze nog wel naar me, maar ik lach niet meer terug.” Haar „redding” is dat ze het niet meer als een mislukking ziet als ze een keer iets ongezonds eet. „Ik weet nu dat niet alles verloren is als ik een keer toegeef. Ik gun het mezelf nu. Als ik een keer een lekker belegd pistoletje eet, is dat een keuze.”

‘Gezond’ bietenchipje
Niet dat er helemaal geen obstakels zijn. Ze vraagt zich nog af hoe ze de winter doorkomt zonder stamppot. Na het enthousiasme van de eerste maanden om nieuwe recepten te proberen, zakt soms de creativiteit een beetje weg. „Er zitten heel andere boodschappen in de kar dan een jaar geleden, maar het is langzamerhand wel elke week ongeveer hetzelfde. Dan zie ik een ‘gezond’ bietenchipje in de winkel, kijk je naar de ingrediënten en nee hoor, niet voor Wendy.” Alleen al daarom is ze blij dat ze een diëtist heeft die haar praktische tips geeft.

De fysieke winst is misschien niet overweldigend maar voor haar wel voelbaar. Meer energie, slankere benen, een slanker gezicht. Ze is in een halfjaar van maat 58 naar maat 50 gegaan.

Ze doet het nog steeds mét Rob, maar niet vóór Rob. Het komt uit haar tenen als ze zegt: „Dit is zó van mij! Me, myself and I!” Het is alsof er een nieuwe motivatie bij gekomen is. „Lief zijn voor jezelf, je eigen keuzes maken, voor jezelf opkomen – het begint met voeding maar het werkt in alles door. Het besef dat je tof bent, dat je geen genoegen hoeft te nemen met minder. Ik ben een positiever mens geworden.”

Terug naar boven.

Esther Zwier (48): ‘Niet denken ‘ik mag niks’ maar blij zijn met een salade’

Werkt in de ouderenzorg, woont met man en twee zoons (14 en 19) in Wijdenes (NH). Woog in mei 115 kilo, wil naar 90 kilo.

Esther Zwier heeft een e-bike gekocht, zodat ze niet met de auto naar haar werk en naar school hoeft. Foto Folkert Koelewijn

‘Toen ik voor de opleiding was aangenomen, heb ik wel even een gebakje genomen”, zegt Esther Zwier (1971) eind mei, thuis aan tafel. Met dat gebakje vierde ze het begin van haar nieuwe leven, waarin taart de uitzondering is. Want bij haar nieuwe opleiding en baan in de ouderenzorg hoort ook een nieuwe leefstijl, heeft Esther besloten.

Lees ook dit interview met Huib Stam, die na een maagoperatie 43 kilo afviel: ‘Weet je wát ruig is? 133 kilo wegen’

Ze is haar werk als gastouder al aan het afbouwen, haar gezin weet dat ze straks minder thuis is. „Mijn motto dit jaar is ‘ik’. Ik heb jaren gezorgd: voor mijn moeder, mijn schoonmoeder, mijn kinderen. Nu ga ik voor mezelf zorgen.” Dat betekent ook: gezonder eten en afvallen, met als doel om meer energie en uithoudingsvermogen te krijgen. „Het werk in de zorg is best zwaar, dat is met 90 kilo beter vol te houden dan met 115.”

De e-bike waarmee ze straks naar school en werk wil fietsen, heeft ze al gekocht. En sinds kort gaat ze naar diëtist Karina Schenk om een gezonder voedingspatroon aan te leren. „Ik zat al aan een maagband te denken, maar daar was ik nog niet zwaar genoeg voor.” Esther heeft met haar lengte van 1,71 meter een BMI van 39,3. ‘Veel te zwaar’ volgens de medische norm, maar voor een maagband geldt 40 doorgaans als ondergrens. „Dan had ik moeten aankomen om een maagband te krijgen. Dat slaat toch nergens op?”

Ze kiest nu de lange, moeilijke weg, en ze weet dat ze het niet alleen kan. Daarom volgt ze het leefstijlprogramma bij haar diëtist een jaar lang. „Met een half jaar red ik het niet. Het moet een gewoonte worden.”

De familie Zwier houdt van lekker „no-lifen” op de bank (Netflix en chips) en van de Hollandse pot. „Aardappelen, groente, vlees. Lekker sudderlapje, twee keer opscheppen, vroeger ook altijd nog een toetje.” Het vraagt veel creativiteit om ineens anders te eten, minder pasta en aardappelen, geen tussendoortjes meer, ook geen fruit. En om dan te weten wat wél mag. „Ongezond eten springt in de supermarkt zo in je karretje. Maar gezonde producten vinden, zelf bedenken wat je moet koken en het zelf klaarmaken, dat kost veel energie.”

Toen Esther 11 jaar was, woog ze bijna honderd kilo. „Op de lagere school was kleren kopen al een crime. Van mijn moeder moest ik lijnen, maar daar was ik helemaal niet klaar voor. At ik stiekem speculaasjes op brood.”

Ze nam haar gewicht jarenlang voor lief, tot ze acht jaar geleden naar een orthomoleculair therapeut ging. „Toen viel ik wel pittig af, maar daarna kwam ik weer in een negatieve spiraal.”

Er zijn altijd redenen waarom het niet lukt om gezond te eten. „In drukke periodes, zoals nu, is het lastig. Dan moet je een eetpatroon hebben dat niet als een straf voelt, dat goed vol te houden is. Soms heb je er gewoon geen puf voor.”

“Die 90 kilo heb ik losgelaten, zolang er maar een dalende lijn is.” Foto Folkert Koelewijn

De redenen waarom het moeilijk is, zijn tegelijkertijd de redenen om juist in actie te komen. „Na het overlijden van mijn moeder, 2,5 jaar geleden, was ik zó moe, ik had nergens puf voor. Een vriendin zei toen: kom, we wandelen naar de camping en terug. Vier kilometer. In het begin was ik kapót, nu lopen we twee keer per week 9 kilometer en krijg ik er juist energie van.”

In juli wandelen we in het Streekbos bij Bovenkarspel, daarna een salade op het terras. In zes weken is Esther zes kilo afgevallen. Ze weet inmiddels wat haar valkuilen zijn. Als ze het druk heeft, als ze stress voelt. Ook lastig: ‘nee’ zeggen op feestjes. „Mensen bieden je altijd wat aan en als je weigert ben je ongezellig.” Tuurlijk, een paar biertjes als er kermis is, zoals laatst, mag best. „Maar voor je het weet bedenk je telkens een excuus.”

Beter ‘nee’ zeggen
Esther merkt dat haar lichaam eraan went om ’s avonds geen koek en chips meer te snaaien. „Het is ook een kwestie van bewustwording. Dat koekje doet me niks meer. In plaats van een rol koekjes neem ik nu twee blokjes chocola.” Je moet het de moeite waard vinden om goed voor jezelf te zorgen, realiseert ze zich. „Dat je denkt: die koekjes hoef ik niet, die zijn niet goed voor me. Als je goed voor jezelf zorgt, kun je ook beter ‘nee’ zeggen als er een gebakje voor je neus wordt gezet.”

Eind augustus. Esther is begonnen met haar opleiding en stage. Vroeg opstaan, een knorrende maag tussen de maaltijden door. Ze moet zo vroeg ontbijten, dat ze de ochtend tot de lunch amper doorkomt. „Het is nog even zoeken naar een nieuwe regelmaat”, zucht ze.

In de vakantie was die er ook al niet. „Dan neem je toch lekker een Baileys bij de koffie, een chippie, een ijsje.” En zo kwamen er in drie weken weer vier kilo bij. „Ik zit nog te veel in het dieetdenken, het gezonde is nog niet gewoon. Dan denk ik ‘waarom neem ik nou toch weer dat gebakkie?’ De knop is nog niet om.”

Na de vakantie is ze wel weer anderhalve kilo afgevallen, ze zit nu op 108. En ze fietst drie keer per week 7 kilometer heen en terug met de e-bike naar school en werk. Steeds beter weet ze hoe ze een verzadigende maaltijd maakt zodat ze tussendoor minder trek heeft. Toen de staafmixer nog in de caravan bleek te liggen, heeft ze meteen een nieuwe gekocht, voor de groentesoepjes die ze tegenwoordig maakt.

„Het is een lange, saaie weg. Soms voelt het als levenslang”, zegt Esther. Eén ding weet ze zeker: ze wil doorzetten. „Ik wil gezond oud worden en naar mijn werk kunnen. Dat is mijn doel. Die 90 kilo heb ik losgelaten, zolang er maar een dalende lijn is. In plaats van te denken: ‘ik mag niks’, moet ik blij zijn met een salade.”

Als je snel afvalt met poeders en shakes, ziet ze bij anderen, krijg je van iedereen complimentjes. „Maar dit is gezonder.” Hoewel ze geen spectaculaire metamorfose heeft ondergaan, ziet ze zelf de winst: „Ik heb veel meer energie, minder last van mijn maag, een betere huid.” Vanaf de bank zegt haar man dat hij ook inziet dat het voor iedereen beter is. Esther: „Ik ben hier heel blij mee. Het verandert mij en met mij een stukje van mijn gezin.”

Terug naar boven.