Recensie

Recensie Uit eten

Stadsoase in het Liskwartier:De Kok en de Tuinman

Uit eten Rotterdam Wim de Jong recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Walter Herfst

We navigeerden erheen op de fietscomputer, want al dacht ik het Liskwartier toch wel een beetje te kennen: van een ruim honderd jaar oud schoolgebouw met een restaurant en een grote openbare tuin erachter wist ik de plek niet. Dat ik er voor deze rubriek niet al eerder naar op zoek was gegaan, had allicht ook een beetje te maken met presentatie van De Kok en de Tuinman online. De website van het restaurant laat nog niet half zien hoe mooi het erbinnen en erbuiten is. En los daarvan wekt de site, althans bij mij, onterecht de indruk dat ik er alleen voor een ontbijtje dan wel een bescheiden lunch (boterham, tosti, soepje) zou kunnen aanschuiven.

Enfin, groot was dus de verrassing toen we de voormalige, kolossale huishoudschool aan de Koningsveldstraat eenmaal betraden. Van wat ooit vermoedelijk de leskeuken van het pand was, hebben de vriendinnen Anna Veenstra (de tuinman) en Ceciel Landsaat (de kok) met bescheiden middelen een van de meest sfeervolle eetgelegenheden van Rotterdam weten te maken. Denk daarbij aan de stijl van Villa Augustus in Dordrecht, maar dan een compacte variant daarvan. Houten en formica tafeltjes in een interieur van witte tegeltjes, geschilderd neo-klassiek behang van Snijder & Co aan een van de hoge muren, overal planten en een forse glasgevel die uitziet op de ‘Tuin van de Koning’; een ommuurde stadsoase met hoge bomen, kruiden en bloemen.

De nazomer werkt mee op de zaterdagmiddag dat wij er neerstrijken. Ook in die tuin word je door het duo van De Kok en de Tuinman bediend, zij het dat ze de bestelde gerechtjes en drankjes niet verder dan tot de openslaande deuren van hun restaurant kunnen brengen. Verordeningetje van de gemeente: van een officieel terras mag geen sprake zijn. Onbedoeld maakt zo’n restrictie het er juist gezelliger en intiemer op. Je voelt met andere woorden dat er de omwonenden (de vrij toegankelijke lusthof wordt mede verzorgd door vrijwilligers) en terugkerende bezoekers veel aan is gelegen om dit buurtproject intact te houden en te koesteren.

Ceciel Landsaat werkte eerst in het onderwijs voor ‘moeilijke kinderen’, waarna ze een aantal jaren geleden op latere leeftijd besloot om de koksopleiding in het Belgische Koksijde te doorlopen. Voor Anna Veenstra verhuisde de Amsterdamse vervolgens naar Rotterdam, en ze heeft het sindsdien naar haar zin hier. Op het brood na, bakt en kookt ze alle schotels van het restaurant zelf. Buiten de tamelijk kleine ontbijt- en lunchkaart heeft ze maandelijks verder altijd wel een handvol specials op het krijtbord van De Kok en de Tuinman staan. Met dezelfde regelmaat organiseert ze in De Kok en de Tuinman ook table d’hôtes met menu’s uit wisselende internationale keukens.

Wij kiezen van het krijtbord de slider (een Amerikaanse benaming voor een hamburger) van makreel, slierten rode kool en mierikswortel (11,50 euro) en de tortilla met viskoekjes, mango en rode pepertjes (14,50). Allebei „zalig”, om maar eens een bij de ambiance passende dames-term te gebruiken, al had uitgerekend dat niet door haar vervaardigde brioche-broodje van de slider wel wat brosser mogen zijn. Niet onoverkomelijk natuurlijk als je er wat witte wijn bij kunt drinken: alcohol mag op het niet bestaande terras van De Kok en de Tuinman namelijk wel gewoon.

Omdat we dan nog lang niet uitgekeken op de tuin en het restaurant zelf zijn, laten we er nog de empanadas met spinazie en sardines (11,50) plus de pasta Norma (13,50) op volgen. Dat had achteraf dan niet per se gehoeven, aangezien ook die weer royaal van proportie zijn en er bovendien toch moet worden afgesloten met een taartje van het huis. Maar dat weten we dan als we een volgende keer naar De Kok en de Tuinman afreizen. En die kan zich niet snel genoeg opnieuw aandienen.

Wim de Jong is culinair recensent.