Schijnwerpers op rugbyland Japan

WK Rugby Japan zet zich op de kaart als rugbynatie met de WK-organisatie. Maar er is meer dan een WK voor nodig om de sport er te laten groeien.

Twee oudere vrouwen lopen langs een winkel in Kobe waar rugbyshirts tentoongesteld worden. Het WK in Japan moet de sport een grote boost geven.Foto Filippo Monteforte/AFP
Twee oudere vrouwen lopen langs een winkel in Kobe waar rugbyshirts tentoongesteld worden. Het WK in Japan moet de sport een grote boost geven.Foto Filippo Monteforte/AFP

Toen Japan op die magische zaterdag in september, precies vier jaar geleden, tweevoudig wereldkampioen Zuid-Afrika versloeg op het WK, was dat misschien wel de grootste schok in de geschiedenis van het rugby. 34-32. De Brave Blossoms, de moedige bloesems, te sterk voor de Mighty Springboks. Het was pas de tweede overwinning voor Japan op het WK ooit, waar het sinds de eerste editie in 1987 al ononderbroken aanwezig was. Het team had opeens de volle aandacht van de natie en het was een grote stap voor het Japanse rugby.

Op 2 november van dit jaar, na anderhalve maand vol met wedstrijden, kijken er 70.000 mensen in Yokohama naar de finale van dit WK rugby, dat vrijdag begint. Dan is de voltallige wereldtop van de sport in stadions geweest in Sapporo, Toyota, Kobe, Kamamoto en zelfs Kamaishi, een voor Japanse begrippen piepklein stadje aan de noordoostkust waar de verwoesting na de grote aardbeving en tsunami in maart 2011 groot was. En dan zijn er zo’n half miljoen buitenlandse rugbyfans in het land geweest, het eerste in Azië dat het WK rugby toegewezen heeft gekregen, het eerste ook dat niet behoort tot de traditionele toplanden in de sport. Japan rugbyland moet definitief een feit worden, een groot nieuw hoofdstuk in de geschiedenis.

Martial art

Die geschiedenis is rijk en gaat al ver terug. Uit documenten zou blijken dat rugby al in 1863 in Japan werd gespeeld, daar ‘gebracht’ door Britse officieren. In 1866 werd de eerste rugbyvereniging, Yokohama Football Club, opgericht. De Japanse rugbybond werd in 1926 opgericht en een nationaal team speelde in 1930 voor het eerst in het buitenland, toen het op tour door Canada ging.

„Rugby is in Japan bijna een martial art”, zegt Mike Galbraith vanuit Tokio. De bejaarde Engelse sporthistoricus, zelf oud-rugbyer, doet al decennia onderzoek naar de geschiedenis van het rugby in Japan, en was ook degene die ontdekte hoever die terugvoerde. „Westerse landen zijn vooral geïnteresseerd in de wedstrijden. In Japan ligt de focus op de training. Ze leren je manieren. Alle fysieke en mentale training is voor het leven.”

Rugby is geen honkbal, maar is inmiddels wel stevig ingebed in de Japanse sportcultuur. Maar er is geenszins sprake van een stijgende populariteit, ook niet na het ‘Wonder van Brighton’ in 2015.

Sinds het einde van de jaren 80, toen het rugby volgens Galbraith nog de op een na populairste teamsport in Japan was, is het minder geworden, Daar zijn volgens hem duidelijke redenen voor. Allereerst werd in 1992 de J.League opgericht, de nieuwe topklasse in het voetbal. „Het voetbal heeft veel schade aan het rugby gedaan. Universiteiten hebben een centrale rol in de sport in Japan en als spelers daar klaar zijn, gaan ze naar bedrijven, het bedrijfsrugby is heel populair, daar komen veel topspelers vandaan. Maar de J.League probeerde die bedrijven ook aan de steden te koppelen, aan de lokale bevolking. Ook richtte de J.League zich, met onder meer reclames, sterk op de rugbymarkt. Daarnaast hebben veel middelbare scholen de switch gemaakt van rugby naar voetbal als sport die ze aanbieden.”

Focus op scholen

In de structuur van de sport in Japan zit misschien wel het grootste probleem voor het rugby, legt Galbraith uit. De focus ligt op het rugby op scholen en elke goede speler wil naar een van de beste universiteiten om daar te spelen. Maar waar de topspelers in Engeland op een bepaalde leeftijd al jaren ervaring bij een professionele club hebben, is dat in Japan niet zo. „En stel dat je goed bent op de middelbare school hier en je kunt niet terecht op een goede universiteit, dan moet je wel naar een bedrijf toe, want er zijn bijna geen ‘open’ clubs.”

Het WK leeft, dat merkt Galbraith zeker. En de aandacht zal goed zijn voor de sport, al vreest hij wel dat vroege uitschakeling funest is. „Media zijn meedogenloos hier.” Japan speelt vrijdag tegen Rusland en speelt in groep A verder nog tegen Ierland, Schotland en Samoa.

Maar alleen de schijnwerpers die door het WK op het land komen te staan, zullen niet genoeg zijn om het rugby in Japan naar de gewenste nieuwe hoogten te krijgen, zegt Galbraith. Daarvoor is structurele verandering nodig, maar die zal er niet snel komen. „De Japanse bond is heel erg naar binnen gekeerd. Daar steken ze hun kop in het zand.”